De kaaien aan de Suir
(Waterford City, 1903)

De haven waar John wellicht een stuiver bijverdiende.

Fragment uit "AGE 14"

Patrick repte zich terug naar de loskaai, overtuigd dat hem een uitbrander wachtte omdat hij zo lang was weggebleven. Toen hij buiten adem het laatste trapgat naar het vooronder indook, kreeg hij een vreemd voorgevoel.
Door zijn eigen gehijg heen klonken vanuit het halfdonkere ruim gesmoorde panische kreten van Seamus en het snuivende gebrom van een razende Vetzak. Kisten en planken bonkten tegen de scheepswand. Patrick sloop naderbij. Hij verschool zich achter de gevulde balen. Zijn hart bonkte in zijn keel. Seamus stond naar hem toegekeerd. Zijn blik was verwilderd. Hij zwaaide uitdagend met een schop naar Archibald Hook. Nooit had Patrick ogen gezien die zo vol haat en vertwijfeling waren. De Vetzak stond met zijn rug tegen de volle zakken. Patrick voelde ze bewegen. Beekjes zweet liepen door de plooien van Hooks nek.
'Dit zul je je berouwen, strontjong!' brieste de Vetzak.
Hij zette dreigend een stap voorwaarts. Toen pas merkte Patrick het ongelooflijk grote, witte, harige achterwerk van de man. En tegelijk realiseerde hij zich dat het hoopje vodden bovenop de balen een broek was.

© auteur : Geert SPILLEBEEN; uitgeverij Averbode