| door
Philip Woets Auguste en Michel waren de zonen van Auguste Mahieu
(1) en Marie-Louise Ferry (2). De familie Mahieu uit
het Noord-Franse Armentières had zich verrijkt in de textielnijverheid
en werd omstreeks 1875, door aankoop, eigenaar van een kasteeldomein dat zich
uitstrekte over de gemeenten Voormezele en Hollebeke. Het werd als zomerresidentie
gebruikt. Het kasteel (3) was een neorenaissance bouwwerk van rode bakstenen,
doorweven met horizontale banden van gele baksteen of natuursteen, in de eerste
helft van de 19de eeuw gebouwd door Maximiliaan de Neckere uit Ieper. Na het overlijden
van haar echtgenoot in 1900, besliste Marie-Louise Ferry om van het kasteel in
Voormezele haar vaste verblijfplaats te maken. Omdat de esthetiek en de indeling
haar niet bevielen, liet ze het afbreken. Op dezelfde plaats werd een indrukwekkend
kasteel in witte Franse natuursteen opgetrokken. De befaamde Parijse architect
René Sergent opteerde voor een smaakvol geheel in de pompeuze stijl van
het tweede keizerrijk. De bouwwerken werden aangevat in 1901 en voltooid in 1903.
Het interieur werd rijkelijk en smaakvol ingericht, het resultaat van zeer uitgebreide
studies. Ook het kasteelpark met een oppervlakte van 60 hectaren werd helemaal
hertekend en met beelden en beeldengroepen versierd. Bij de aanleg van het park
werden, voor het eerst in de streek, bomen aangeplant die de ouderdom van 15 jaar
hadden bereikt. Op die manier stonden meteen hoge goedgevormde bomen in het pas
aangelegde park. Aan de drie toegangswegen van het domein stonden portiershuizen,
in dezelfde stijl als het kasteel, waar de bezoekers zich kwamen aanmelden. Het
kasteel kreeg de naam Palingbeek, dat was ook de naam van de beek die door het
domein vloeide en vele vijvers met water bevoorraadde. Over de Palingbeek waren
vijf bruggen gebouwd. In 1905 werd het met grote luister ingehuldigd. Een speciale
trein bracht de Parijse genodigden ter plaatse. De feestelijkheden duurden twee
weken. In de salons gingen conferenties door en er waren toneelopvoeringen, academische
zittingen, literaire namiddagen en dansavonden. In 1912 hertrouwde Marie-Louise
Ferry met luitenant-kolonel Morgon. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de
omgeving het toneel van hevige gevechten tussen Britse en Duitse strijdkrachten.
Het imposante kasteel, het jachtpaviljoen, de kasteelhoeve met de stallen, de
portiershuizen, het park en het bos werden door het oorlogsgeweld volledig vernield.
Ook het gezin werd zwaar getroffen, want beide zonen sneuvelden aan het front.
Na de Eerste Wereldoorlog werd het enorme fortuin van de familie Mahieu onder
neven en nichten verdeeld. Marie-Louise Ferry schonk de gronden, gelegen nabij
de oude vaart Ieper - Komen in Voormezele en Hollebeke aan haar nicht Agnès
Valdelièvre en haar echtgenoot Jean Cossart. De nieuwe eigenaars legden
het park opnieuw aan en bouwden met de ontvangen vergoeding voor oorlogsschade
het jachtpaviljoen "Le Pavillon" met bijgebouwen. Pas in 1939 werd in
de buurt van het teloorgegane kasteel het landhuis "Le Palingbeek",
een groot wit landhuis met een rieten dak gebouwd, ditmaal op het grondgebied
van de gemeente Hollebeke. Op de hoek van de Eekhofstraat en de Palingbeekstraat
(4), waar zich voor de oorlog de grote smeedijzeren toegangspoort
tot het kasteeldomein bevond, richtte Jean Cossart een hardstenen gedenkzuil
op ter nagedachtenis van de broers Mahieu. Dit gedenkteken werd in 2000 verplaatst
naar de hoek van de Palingbeekstraat en de Bernikkewallestraat (4), dus iets verder
in de richting van de kanaalsleuf binnen het provinciedomein De Palingbeek. Op
de zuil lezen we, vertaald uit de Franse taal, volgende tekst: "Hier stond
een machtig kasteel, toebehorend aan twee Fransen: mijnheer Auguste Mahieu, soldaat
bij het 56° bataljon jagers en mijnheer Michel Mahieu, kapitein-commandant
van het "Escadrille des Chouettes" bombardement n° 114, beiden gesneuveld
voor de onafhankelijkheid van Frankrijk en België - 1914-1918 ". Hector
Timmerman uit Ieper realiseerde dit monument. Op het monument
voor de militaire en burgerlijke oorlogsslachtoffers op het dorpsplein van
Hollebeke worden hun namen vermeld onder de tekst HONNEUR A NOS HEROS FRANCAIS
1914-1918. Ook op het monument
achteraan in de Onze-Lieve-Vrouw Geboortekerk vinden we hun namen terug. 
(foto Philip Woets, 13 mei 2006)

Beeld
(Hippolyte Lefebvre - Lille, 1922) in het clubhuis van de "Golf & Countryclub
De Palingbeek" (foto Philip Woets, 24 mei 2006) Auguste Mahieu
zag het levenslicht op 4 november 1887 in Armentières. Tot dusver zijn
ons van de oudste van het broederpaar maar weinig gegevens bekend. We weten dat
hij een aantal keer naar Afrika geweest is. Daar getuigt onder andere een foto
van circa 1910 van. Bij het begin van de oorlog had zijn moeder in de buurt van
het kasteel twee grote kisten met waardevolle voorwerpen begraven. Daarin staken
ook olifantenslagtanden die haar zoon van jachtpartijen in Afrika meegebracht
had. De kisten werden na de oorlog in het omgewoelde kasteeldomein niet meer teruggevonden.
Met behulp van een wichelroede probeerde Jean Cossart in 1941 de plaats waar de
kisten begraven waren te lokaliseren, maar zijn zonen groeven tevergeefs. Pas
in 1986 ontdekte Aude Motte - Cossart, dochter van Jacques Cossart - Flipo, in
een artikel in de Annales de la guerre 1914-1918 dat de kisten al in 1916
door de Duitsers tijdens het inrichten van schuilplaatsen in het park ontdekt
werden
Auguste Mahieu sneuvelde op 22 februari 1916 in het Bois des Caures
bij Verdun. Uittreksel uit de brief van 19 maart 1916 van sergeant Milleville
aan kolonel Morgon: Op de avond van 21 februari, kregen we
orders om een veldschans te gaan bezetten in het Bois des Caures, genaamd loopgraaf
R3. We vertrokken van de hoeve van Mormont en begaven ons doorheen geweldige artillerievuren
naar de aangeduide plaats. We geraken er zonder grote verliezen. Onmiddellijk
begin ik met de organisatie van de loopgraaf. Ik plaats mijn manschappen op hun
gevechtspost. Uw schoonzoon bezette het midden van de veldschans en had tot taak
de noordelijke helling te observeren. Ik stond op het punt om in verbinding te
komen met een mitrailleurpost toen ineens een artilleriegranaat in de loopgraaf
insloeg. Er volgde een enorme ontploffing. Ik keerde terug om te kijken wat er
gebeurd was. De loopgraaf was bedolven onder allerlei puin. Ik liet de stoffelijke
overschotten van de roemrijke gesneuvelden verzamelen en we wikkelden ze in tentdoeken.
In de ochtend van 22 februari konden we beide gesneuvelden herkennen. De romp
van uw schoonzoon was uiteengerukt. Het was niet mogelijk om hen te begraven,
want onmiddellijk barstte de grote aanval los. We moesten heel hardnekkig strijd
leveren. De Duitsers sloten ons in en, na 24 uur strijd, moesten we ons terugtrekken,
ons een weg banend doorheen de Duitse lijnen, onder een regen van granaten en
kogels. Onze kameraden moesten we achterlaten op het slagveld op de plaats waar
ze gevallen waren, meer bepaald in het noordelijk deel van Bois des Caures, ten
zuidoosten van het bois d'Haumont. Dit is het relaas van de feiten.
Uittreksel
uit de brief van 13 april 1916 van een aalmoezenier-onderluitenant aan de gezelschapsdame
van Marie-Louise Ferry: Auguste Mahieu was mijn post komen
versterken op de avond van 21 februari. Hij stond onder mijn bevel. De halve sectie
was ter plaatse omstreeks 7 uur 's avonds. Ik had de mannen opdracht gegeven om
granaten te gooien, waarna iedereen naar de borstwering terugkeerde. Een artilleriegranaat
doorboorde de borstwering precies waar een sergeant stond. Hij werd onthoofd.
De obus was in een koffer met granaten terechtgekomen. Door de ontploffing waren
mijn drie arme kameraden onherkenbaar; Auguste Mahieu was één van
hen. We bestonden uit een sectie mitrailleurs en een infanteriesectie, in totaal
30 manschappen om 500 meter te verdedigen. We konden enkel nog de ledematen in
een tentdoek wikkelen. Ik kwam op het geluid van de explosie af en heb de absolutie
in extremis toegediend. Bij de dageraad was er een verschrikkelijke beschieting
tot 's middags, daarna een aanval en terugtocht. Onze gesneuvelde en gewonde kameraden
moesten we ter plekke achterlaten. Wellicht werden ze door de Duitsers in deze
hoek van het Bois d'Haumont in loopgraaf R3 begraven. Dit zijn de enige inlichtingen
die ik u kan verstrekken.
Michel Mahieu werd geboren
op 1 oktober 1891 in Armentières. Vanaf de leeftijd van 16 jaar voelde
hij zich onweerstaanbaar aangetrokken tot de verovering van het luchtruim. Hij
vervaardigde een vreemd toestel, waarbij hij bedlakens, gemaakt in de familiebedrijven,
vastspijkerde op een houten constructie. Zich hieraan vastklampend, nam hij een
aanloop en dook in de diepte, op een plaats waar de brede en diepe vallei steile
flanken had. Zonder twijfel was hij even vlug weer aan de grond, in een groen
moeras, dat zijn val gebroken had, maar wat maakte het uit! Gedurende enkele ogenblikken
had hij zich losgemaakt van de grond, hij had even gezweefd, hij had gevlogen.
Het volgende jaar, in 1908, liet hij in een schrijnwerkerij in Armentières
een minder primitief zweeftoestel maken, dat hij met een kabel vastbond aan een
in die tijd nog weinig verspreid voertuig, dat zich zonder paarden voortbewoog
en automobiel genoemd werd. De automobiel werd op volle snelheid gebracht (op
zijn minst veertig kilometer per uur, wat in die tijd erg snel was), zodat het
zweeftoestel door de druk van de wind opgetild werd tot een hoogte van één
of twee verdiepingen. Michel maakte vervolgens de kabel los en vertoefde triomfantelijk
een honderdtal meter in de lucht, vooraleer hij weer, op beide benen, op de begane
grond neerkwam. De afstand was van weinig belang, nog maar eens was hij losgeraakt
van de grond en had hij gevolgen. In 1909 maakten specialisten zweefvliegtuigen
in reeksen. Michel Mahieu kocht er al gauw één en nog voor het einde
van het jaar werd hem één van de eerste gecreëerde officiële
brevetten uitgereikt, dat van piloot van een zweefvliegtuig nummer 6. In datzelfde
jaar slaagden enkelen er trouwens in om met behulp van een motor een echte vlucht
te maken. Louis Blériot vloog op 25 juli 1909 als eerste met een vliegtuig
het Kanaal over. In 1910 verwierf Michel Mahieu een dergelijke vliegmachine Voisin,
genoemd naar de constructeur ervan. Hij is 19 jaar en een briljant student aan
de Parijse universiteit. Maar op het einde van de week is hij vrij en dan wenkt
het luchtruim. In september 1911 zal vliegenier Mahieu een exploot realiseren
dat niemand mogelijk achtte. Met passagier steeg hij boven Parijs naar een voor
die tijd onwaarschijnlijke hoogte van 2.460 meter. Zelfs Amerika wordt met verstomming
geslagen en de naam Michel Mahieu wordt wereldbekend. In 1912 wordt hij
met zijn klasse onder de wapens geroepen en verwerft een prachtige tweedekker
Voisin met Renaultmotor. Tijdens zijn legerdienst is hij proefpiloot. Na elke
vlucht vermeldt hij zijn observaties in een rapport. Vaak stelt hij ook wijzigingen
en verbeteringen voor die zijn oversten graag invoeren. Maar in 1914 breekt
de oorlog uit! Hij verbleef bijna vier jaar lang aan het front (behalve enkele
maanden nadat hij in een luchtgevecht door een kogel gewond raakte en in een hospitaal
moest verzorgd worden). Michel Mahieu stapelde zijn militaire heldendaden op,
eerst als piloot, vervolgens als chef van het eskader. In 1916 wil de Franse
oorlogsminister zijn uiterst bekwame piloot van het front wegtrekken, maar Michel
protesteert zo geweldig dat men hem toch bij zijn eskader laat. Hij stapelt de
exploten op. Zijn eskader verandert voortdurend van sector. Op een zeker ogenblik
bevindt het zich in de streek van Béthune. Hij neemt de gelegenheid te
baat om een vlucht te maken boven de streek van het door de vijand bezette Armentières.
Zo noteert hij ook in zijn carnet de route dat het familiekasteel nog niet helemaal
vernietigd is en dat het, van ver, zelfs nog een zekere allure uitstraalt. Maar
Michel Mahieu moet niet alleen strijd leveren met de Duitsers, maar ook in Frankrijk
met de oorlogsminister, die hem absoluut van het oorlogsgebied wil wegtrekken. Op
23 maart 1918 verneemt hij van een vriend van minister Henri de Kérillis
dat er sprake zou zijn om hem te benoemen tot vaandeldrager van de luchtvaart,
als vervanger voor Guynemer, die enkele maanden eerder verdwenen was. In april
1918 wordt Michel Mahieu benoemd tot instructeur in de luchtvaartschool van Cazaux,
nabij Arcachon (Gironde). Maar neen, hij bijt zodanig van zich af dat hij zijn
eskader niet zal verlaten. Jammer genoeg niet voor lang, want in de nacht van
2 op 3 mei 1918 zijn het de Duitsers die hem afmaken. Zijn ontredderd vliegtuig
stort neer in de vijandelijke linies. Hij is slechts gewond, maar een Duitse patrouille
komt dichterbij en maakt hem met een nekschot af. Men neemt zijn papieren af en
vrij vlug wordt de afgemaakte held geïdentificeerd. In een speciaal communiqué
laat de Duitse generale staf aan de wereld weten dat de bekende vooroorlogse vliegenier,
kapitein Michel Mahieu, aan het front van de Somme gesneuveld is. Via dit bericht,
ingelast in een Zwitserse krant, verneemt zijn moeder het verlies van haar tweede
zoon. Uittreksel uit de brief van 7 juli 1919 van Henri Carpentier aan mevrouw
Marie-Louise Ferry. Uw zoon is gevallen in de nacht van 2
op 3 mei 1918 nabij het bos van Sancourt (in de buurt van Ham, Somme). Het vliegtuig
zal niet in vlammen neergestort zijn, want de slachtoffers vertoonden geen brandwonden.
Uw zoon was intact, met uitzondering van een erge wonde aan de rechterpols. Zijn
kameraad, luitenant Rivalleau, was onherkenbaar. De Duitsers hadden hen beroofd
van alle waardevolle zaken. Toen wij ter plaatse kwamen, hadden ze alleen nog
hun broek en tuniek.
Uittreksel van de brief van Michel
Mahieu aan zijn moeder, gedateerd 1 december 1917, teruggevonden in zijn reiskoffer. Liefste
moeder, Naast het hierbij gevoegde testament, waarvan één vroeger
exemplaar berust bij de notaris (en waarbij hij al zijn goederen overlaat aan
zijn moeder), schenk mijn bezit aan jouw broers en zussen volgens hun kinderen.
Ik hoop dat de militairen voor hun leger werken en de anderen hun burgerlijke
taak vervullen. Gedenk dat de opvatting van het vaderland mijn richtlijn geweest
is, dat ik geen discussie gezocht heb of meer wou bereiken
Dat ik de dood
altijd met kalmte en sereniteit tegemoet heb gezien. Mijn enig leedwezen is dat
ik Frankrijk niet meer kan dienen en jouw verdriet.
(1) °24.02.1834 Armentières
- 06.04.1900 Armentières (2) °22.12.1866 Villefranche-sur-Mer
- 16.11.1938 Cannes (3) Het kasteeldomein strekte zich uit over de gemeenten
Voormezele en Hollebeke. Het kasteel zelf bevond zich op het grondgebied van Voormezele.
Op deze plaats maakt de Palingbeek de grens uit tussen beide gemeenten. (4)
op het grondgebied van Voormezele Geraadpleegde bronnen: - "Kastelen
en landhuizen in groot Ieper" (Valère Priem, 1996)
- "Hollebeke,
terre de Bataille et ses châteaux" (Jacques Cossart - Flipo, november
2006)
- "La Voix du Nord", oktober 1979
- voordracht "Précurseur
et héros de l'air: Michel Mahieu" van Jean Cossart, 1979
|