HOME

Slagen

NomenclatuurGastbijdragen

Stilteplekken. Beweegredenen

 

Een bros, in volslagen vergetelheid geraakt bundeltje: een vergeetboekje. 'ALL's WELL - Some helpful verse for these dark days of war'. Alles is goed. Wàs het goed voor L.J., die binnenin het karamellenvers pende: 'Ik dank mijn God voor elke herinnering aan jou. Trouw, dapper hart: mag God je zegenen. Waar je je vandaag in zijn grote Heelal ook bevindt, dààr ben jij voor mij."? Iemands vader, iemands kind, ja. Even onvatbaar als de 120 000 verkochte All's Well's (in 1917) zijn de 221 000 Google hits voor Passchendaele, 'passion dale' vandaag. 90 jaar na de feiten omvat Passendale, met passie in de Bijbelse zin van lijden en martelaarschap 'de gruwelijkste marteldood van de hele Wereldoorlog'. Woorden trouwens van 'den Duitsch', de gedoodverfde vijand van toen.

De beeldtaal waarmee Passchendaele zich in het collectieve geheugen heeft geëtst geeft hooguit een glimp van de hallucinante situatie op het veld. Een voorafgaand bombardement van 65 ton projectielen per vierkante meter had het front volslagen tot rafels gebeukt. Ook zonder een druppel regen had de hoge watertafel het slagveld al tot een zompig kraterveld herschapen. Beschrijvingen van inslaande explosieven roepen dan ook reminiscenties op aan een zeeslag. Ook het inzetten van tankcolonnes langs de 'geduchte' Meenseweg was daardoor vooraf gedoemd dode letter te blijven.

Terugblikkend op de honderdduizenden doden, vaak zonder bekend graf, waarvan de Menenpoort de lamentabele inventaris en Tyne Cot de hartroerende getuige zijn, rijst de vraag of 'het' het waard was. Elke terreinwinst van één meter dient mathematisch op een verlies van vijfendertig begroot, terwijl een onbegrijpelijk totaalverlies van quasi zestig nooit kan ophouden te onthutsen en sprakeloos te maken. 'We died in hell - they called it Passchendaele', oordeelde oorlogspoëet Siegfried Sassoon achteraf. Met doodsverachting liepen de Britten, ANZACs en Canadezen zich op de wanhoop van de Duitse regens van schroot en lood te pletter, als ze al niet te midden van rottende kadavers in verzopen bomkraters en stinkende modderzeeën verzwolgen raakten.

Nauwelijks een decennium van de honderdste verjaardag van die Oorlog, lijkt de continuïteit in de oorlogsherinnering vandaag steeds nadrukkelijker gehypothekeerd. Als criterium daartoe wordt de haalbaarheid van financiële en educatieve initiatieven beslist meebepalend. Al verwoordden ook ooggetuigen als de getormenteerde Ivor Gurney toen ook al dat gevoel van 'laat maar zitten':

Memorie, vlak alles uit

Memorie, vlak op wat zoet smaakt na
Uit het laagland om dit Ieper maar beter alles weg.
Behoudens slechts de zweem om een augustuszon;
Een wolkendek na het ophouden van de regens.

Het hemelblauw, of beter nog een blauwig aquarel van mildheid en van vertes.
Behoud niets tenware die.
Tenware ik de pijnscheut van mijn grafkuil delen moet met jou.
Ten dode opgeschreven dan. In dat geval slechts kilte.

Rest daarom de vraag welke toekomst dit verleden straks nog beschoren blijft. Ons komt het binnen de Vrienden van het In Flanders Fields Museum (VIFF) althans voor dat deze wereld ternauwernood reden heeft om de boodschap van Passendale als een fait accompli vertikaal te klasseren. Veeleer sluiten wij ons bij Edmund Blunden's appel aan dat 'I must go over the ground again' en oordelen we dat een zorgzame, blijvende omgang met de onzalige erfpacht die onze regio op de wereldkaart zette, moet verhinderen dat de initiatievenmotor in Ieper-vredesregio ooit gaat sputteren.

De ervaring die ons in dat verband vrij onlangs na afloop van een Remembrance, een sobere herinneringsplechtigheid aan een van de gewone jongens in de slag en een huisrecept van VIFF te beurt viel, was zonder meer hartroerend. Toen een plukje schoolkinderen op de militaire begraafplaats van Vlamertinge nadrukkelijk navraag deed naar de soldaat die 'in de bloemen viel', diens mooie vlag (rood-wit, met espenblad centraal) en diens beweegredenen om in een onooglijk Vlaams dorpje te komen vechten en sneuvelen. En we de eer kregen een momentje schoolmeester te mogen spelen voor het jonge geweld, dat de gelegenheidsmedaille van de gesneuvelde (en voormalig topmarathonloper) intussen wellicht al 'soldaat had gemaakt'. De herinneringspraxis blijven actualiseren, zoiets. Dammetjes opwerpen tegen de waanwijsheid van kleine of grote vergeetboekjes. Schroomvallig, wars van platitudes of showvertoon, maar consequent en zonder illusies, want wellicht tegen beter weten in.

Chris Spriet
Ondervoorzitter Vrienden van het In Flanders Fields Museum te Ieper
Lid van de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge e.V.

Gepubliceerd op deze website 05/10/2008.