| Info en foto: Tonny Sergier - Gepubliceerd op 07/03/2009
Jerome Platteeuw werd eind 19de eeuw, op 5 juni 1892 te Langemark in het
gehucht Koekuit, nu Madonna geboren als tweede zoon van een eenvoudig arbeidersgezin.
In het jaar 1912, wanneer hij 20 jaar is wordt hij niet opgeroepen om het
Belgische leger te dienen. Zijn twee jaar oudere broer Alois was reeds soldaat.
In die periode was een per gezin voldoende. Op 22-jarige leeftijd vlucht hij in
oktober 1914 westwaarts, hij was werkzaam als landbouwhulp. Hij werd vrijwilliger
actief bij de Armée Belge op 6 augustus 1915 en behoorde tot het speciaal
contingent c.s 1915. Op 20 oktober 1915 wordt hij voor zeven maanden naar een
opleidingskamp in frankrijk gestuurd. Op 20 mei 1916 staat hij onder stamnummer
1494 genoteerd bij het 5de geniebataljon 2de klas van de 5de legerdivisie. Op
25 jarige leeftijd in 1917 zit hij bij de 1ste compagnie van het 5de genie als
soldaat 2de klas. In datzelfde jaar op 6 augustus heeft hij recht op zijn eerste
soldijsupplement, 5 hpg na 2 jaar. Jerome Platteeuw, foto genomen in het
jaar 1921 te Ieper bij foto Duhameeuw.
 Op
29 augustus 1918 volgt een evacuatie naar een hospitaal wegens een ziekte opgedaan
tijdens zijn dienst. Van gas is er nergens sprake, het gaat waarschijnlijk om
een bronchitis of vorm van longontsteking. De gasaanvallen zouden wel onrechtstreeks
de oorzaak hiervan zijn. Vanaf 6 september behoort hij tot het dépot central
du genie wat betekent dat hij niet meer in zijn bataljon wordt verwacht. Hij
verblijft in diverse hospitalen, het langst in het hopital Roi Albert, rue d'arcole
2 te Parijs. Op 10 september 1919 wordt hij overgeplaatst naar een hospitaal in
Oostende. Daar krijgt hij te horen dat zijn blijvende invaliditeit op slechts
30 % word geschat, ondanks het feit dat zijn longen zwaar aangetast zijn. Een
hoger percentage werd enkel verkregen wanneer het om ledematen ging. Af en toe
wordt hij uit het hospitaal ontslagen, zoals op 13 maart 1920. Dan krijgt hij
verlof zonder soldij in afwachting van zijn ontslag. Hij behoort nu tot het depot
des invalides de geurre. Tijdens elk verlof keert hij terug naar zijn familie
die op de vlucht was in het Franse Brie-Comte-Robert ten zuiden van Parijs in
het departement Seine et Marne. Ze verblijven er in de rue des halles nr 3. Daar
liep ook ene Sylvia Debruyne rond, 22 jaar en net als hij afkomstig van Langemark.
Beiden werden verliefd en trouwden op 30 oktober 1920 in het Franse dorpje. Op
17 augustus 1921 is hij nog altijd in verlof zonder soldij. Op 10 december van
dat jaar krijgt hij een erkenning van 31 frontmaanden plus 7 achter het front.
Samen met zijn soldatenboekje komt dit neer op ongeveer 3000 BEF. Hiermee had
je na de oorlog genoeg om een deftige barak van het Koning Albertfonds te kopen. Het
belangrijkste dat jaar gebeurt op 2 maart 1921. Dan wordt zijn dochter Rachel
geboren. De geboorte vond plaats te Langemark "Boschkant" in een barak
bestaande uit gebogen golfplaten, daar neergezet voor terugkerende vluchtelingen.
Zwaar toegetakeld overleed Jerome in het militair hospitaal te Brugge op 18 januari
1922. Ondanks zijn langdurige ziekte nog steeds genoteerd als militair. Jerome
Platteeuw werd met militaire eer begraven te Langemark. Op zijn sterfbed zei hij
tegen zijn vrouw: 'Trouw met onze Alois en je zal een goeie man hebben'. 
Graftombe
van de familie Alois Platteeuw-Sylvia Debruyne te Madonna - Langemark. 
Later
trouwde Sylvia inderdaad met Alois Platteeuw, broer van Jerome en tevens dooppeter
van de kleine Rachel. Rachel, amper 10 maand oud toen haar vader het leven liet,
kreeg er later nog twee zussen en drie broers bij. Alois overleed in december
1959 en Sylvia op 29 augustus 1985. Het relaas raakt me (nvdr. Tonny Segier)
al mijn hele leven. Rachel Platteeuw, mijn moeder overleed op 27 mei 2005. Foto
genomen op het kerkhof te Poelkapelle in januari 2006 bij het overplaatsen van
de urne van Rachel Platteeuw. Op de foto enkele van haar kinderen bij de urne. 
|