Drie slachtoffers uit Zillebeke door Filippe Verfaillie
- Overgenomen uit 'Selebeke', tijdschrift van de Heemkunidge Kring Selebeke In
dit tijdschrift verscheen eerder een artikel over het opruimen van abri's na Wereldoorlog
I. Grotere of kleinere, meestal plaatselijke aannemers, braken talloze bunkers
af, al of niet met dynamiet. Dat dit niet zonder gevaar was voor deze "opruimers"
bewezen enkele gevallen waarbij doden vielen, bijna altijd mensen uit de streek.
De drama's waren des te groter wanneer meerdere mensen tezelfdertijd slachtoffer
werden. De toelichting in bovenvermeld artikel dat bij het opblazen van bunkers
dikwijls gebruik gemaakt werd van extra springstof die uit niet-ontplofte munitie
"gerecupereerd" werd, is wellicht een verklaring voor het ongeluk dat
hieronder beschreven is. Des te meer spraken deze feiten me aan omdat het drama
me verteld werd door een groottante, afkomstig van Zillebeke, en zo deel uitmaakt
van een eigen familiegeschiedenis. Zillebekenaren Bij dit drama
waren 3 van de 4 slachtoffers Zillebekenaren. Ook in deze frontgemeente zorgde
oorlogstuig immers nog lang voor tragedies bij diverse families. Het hierna beschreven
verhaal werd me overgeleverd door Julia Braem, toen 86 jaar oud (Julia
Braem werd geboren op 16.02.1907 in Zillebeke en overleed op 11.11.2001 in Ieper.
Het interview werd afgenomen op 18.11.1993). Haar vader Henri Braem
was één van de slachtoffers. Henri Braem was één van
de kinderen van een vroeger café "Herberge de Congo" in de Pappotstraat
(vroeger de Zandvoordestraat). Vandaar dat de kinderen allen bijgenaamd "van
de Congo" werden genoemd. De vader van Julia Braem heette met zijn echte
naam eigenlijk Isidoor, maar iedereen noemde hem bij zijn tweede naam Henri. Het
werd dan ook "Erten van de Congo up Zillebeke". Voor de oorlog ging
Henri meewerken met zijn vader naar Frankrijk. Enkel het laatste jaar voor de
Grote Oorlog bleef hij in Zillebeke. Hij had zelf een café ("De Roo
Kouse") op de Molenhoek geopend en was daarnaast ook fietsenmaker. Maar blijkbaar
werkte hij ook als arbeider voor een ondernemer. Hij was trouwens een verwoed
amateur-renner in plaatselijke koersen en daarnaast was hij ook verloofd. Een
anekdote: Zijn moeder had hem een nieuwe fiets beloofd had als hij niet trouwde.
Henri Braem wachtte dus met trouwen tot hij zijn "velo" kreeg en trouwde
daarna toch met armen en knieën omwonden vanwege een valpartij. Julia
was zijn eerste dochter en ze werd geboren te Zillebeke op 16/2/1907. Net zoals
alle Zillebekenaren vluchtte het gezin Braem voor het oorlogsgeweld in 1914 en
na diverse omwegen zouden ze in Frankrijk aankomen. Het gezin Braem bleef er tot
1921 wonen want ze vonden het er goed leven. Begin zomer 1921 keerden ze terug.
Op 31 oktober 1929 trouwde Julia Braem met Gaston Verfaillie eveneens van Zillebeke.
Omdat ze beiden in Noord-Frankrijk werkten besloten ze dichter bij grens te wonen
en verhuisden naar Komen. Op het moment van het gebeuren wilden ze juist hun leven
een andere wending geven door met een eigen zaak te beginnen. Tragedie
in Oostnieuwkerke Hierna geven we het drama ongeveer met de woorden
zoals Julia Braem het ons vertelde: In gans de streek was er enorm veel
werk met de heropbouw, maar ook met afbraakwerken van oorlogsrestanten. Henri
Braem werkte toen als "aardewerker" bij aannemer Achiel Garrein van
Zillebeke, die o.a. met dynamiet abri's uit de Eerste Wereldoorlog deed springen.
Een ploeg bestond normaal altijd uit 5 à 6 mensen. De dag voor het ongeluk
konden 2 mensen niet komen. Eén moest peter zijn en de andere moest ergens
zijn en de baas die "groten Carrein" (= Achille Carrein) genoemd werd,
en juist aan de hoek van de kerk woonde, kwam naar Julia's huis om haar vader
te verwittigen dat ze de dag erop (Het ongeluk gebeurde op een vrijdag op 26.01.1934)
maar met drieën zouden zijn. Henri Braem vond echter dat hij daar met 3 mensen
niets kon doen. "Groten Carrein" zei dat hij zelf enkele uren zou komen
helpen. Het was ergens rond "West-Vleteren of Oost-Vleteren" (in
werkelijkheid was het Oostnieuwkerke). Omstreeks 8 uur 's morgens begon het daar
echter te regenen en daarom zetten ze het dynamiet binnen in een schuur en gingen
hun "stutten" opeten. Op een bepaald moment ging de zoon van het hof
eens kijken in de schuur. Op het moment dat hij de schuurdeur opendeed, ontplofte
alles. Er waren 4 doden en de boerenzoon die ook gewond was. Niemand heeft ooit
geweten hoe het ongeluk juist gebeurd is. Julia Braem en haar man Gaston
Verfaillie keerden juist terug van Menen naar Komen, waar ze toen woonden. Zij
waren naar Menen geweest om er met een brouwer te onderhandelen over de overname
van het café "De Katte" in Komen. In Komen ging Gaston Verfaillie
alleen naar huis en Julia werd nog aangesproken door iemand die haar vroeg of
ze van Zillebeke kwam? Hij maakte haar duidelijk dat ze snel naar haar ouderlijk
huis in Zillebeke moest gaan omdat er iets gebeurd was. Halsoverkop nam Julia
de bus en vroeg de buschauffeur of die ergens gehoord had van een gebeurtenis
in Zillebeke. De chauffeur wist het wel maar wilde het blijkbaar niet zeggen.
In Hollebeke gekomen, kwam een vrouw opgestapt die aan de chauffeur vroeg of hij
al gehoord had van de 4 doden? Toen besefte Julia nog niet over wie het ging.
In haar ouderlijk huis gekomen vroeg haar moeder schreiend of ze papa gezien had
die in het hospitaal lag omdat er iets gebeurd was? Julia Braem ging naar buren
die een auto hadden en vroeg of men haar naar de plaats van het ongeluk wilde
brengen. Enkele van deze buren besloten mee te gaan. Op de hoeve in Oostnieuwkerke
gekomen zagen ze gendarmes, een massa volk en 4 hoopjes liggen, bedekt met zakken.
Van de gendarmen mocht ze de lichamen niet zien omdat ze in de brandende schuur
hadden gelegen en "één was helemaal opgebrand". Ze
keerden terug met de auto. Thuis vroeg haar moeder waar papa was. Julia vertelde
dat hij overleden was, dat ze haar vader gezien had maar dat hij "niet lelijk"
was. Ze heeft altijd aan haar moeder volgehouden dat hij enkel op de borst een
slag gekregen had en niet verminkt was. Het waren allemaal vaders met 3 of 4 kinderen.
Hoe het dynamiet ontplofte heeft men nooit geweten. Sommigen zeiden dat het van
het prutsen aan een obus was geweest, maar dan zouden er stukjes metaal in de
muren moeten gevonden zijn. Maar noch de gendarmen noch Gaston Verfaillie en zijn
broer Cyrille die verschillende keren gingen kijken vonden iets. Sommigen zeiden
dat het dynamiet ontploft was door de warmte van handen, anderen dat het kwam
van een schop die tegen een steen sloeg en zo vonken veroorzaakte. De baron
van 't Hooghe die toen burgemeester was (Pierre de Vinck was burgemeester van
Zillebeke van 1924 tot 1947), heeft ervoor gezorgd dat de moeder van Julia Braem
een weduwepensioen van 5 fr. per dag kreeg. Anders ging ze nooit iets krijgen
want op het "tribunaal" werd haar moeder gezegd dat ze maar "brikken"
moesten eten omdat ze een huis had. Daar werd beweerd dat het de schuld van de
arbeiders zelf was, maar dat kon nooit bewezen worden. Deze uitzonderlijke
foto toont de begrafenismis van de 3 Zillebekenaren in de Sint-Catharinakerk van
Zillebeke. 
In
de pers Het verhaal dat Julia Braem ons vertelde hebben we later proberen
terug te vinden in de pers van die tijd. In "De Poperingenaar" van begin
1934 vonden we 2 artikels over dit drama ( ). Deze wekelijkse krant verscheen
blijkbaar op zondag en het drama was de vrijdag voordien gebeurd. Op zondag 28.01.1934
werd in een klein artikel melding gemaakt van de ontploffing, die de vrijdag ervoor
gebeurd was. 
De
volgende zondag verscheen een uitgebreider artikel waarvan we nog een origineel
bezitten met foto's van de 4 slachtoffers, van de begrafenismis en van de kruisen
op het kerkhof. Bij de namen van de foto's in de krant werden de namen van Henri
Braem en Jules van Exem wel omgewisseld en kreeg Polydoor Depuydt per abuis eveneens
de naam Braem toebedeeld. In dit tweede krantenartikel wordt meer verteld over
de ramp en de overledenen. 

Naast gewone doodsprentjes, werd ook dit uitzonderlijk 4-voudig doodsprentje
van de slachtoffers gedrukt. Onder hen Henri Braem, de vader van Julia, en een
schoonbroer van Jules Van Exem, één van de andere slachtoffers. 
Gepubliceerd 06/02/2010.
|