Dit artikel werd, enigszins gewijzigd
en ingekort, overgenomen uit De Boezingenaar, jg. 37, nr. 4 (juli 2010), pp. 80-85. Dat
Dr. Dekemele een Boezingenaar was die z'n naam gaf aan een straat in Boezinge
is bekend. Hij was hier geboren in 1890, was dokter, en ook burgemeester (van
eind 1958 tot eind 1964). Van een zandwegel werd het later de Poperingeweg,
die ook de Nieuwe Laan (en de Boulevard) genoemd werd. En die kreeg uiteindelijk
de naam Dr. Dekemelelaan. Er zijn nog andere straatnamen in Boezinge
waarin een persoon schuilgaat. We kennen de Hynderickstraat (ooit
nog de Groenestraat) en de Vanheulestraat. En in Zuidschote zijn er uiteraard
de Generaal
Lotzstraat en de Van
Raemdonckstraat. Maar waar we enige tijd geleden attent op gemaakt werden,
intrigeerde ons wel : een straat op meer dan 100 km van Boezinge, genaamd naar
een Boezingenaar: de Vandrommelaan (Avenue Vandromme) in Oudergem,
een Brusselse gemeente. Oudergem (in het Frans Auderghem) is een van de
gemeenten (30.000 inwoners) van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De laan waar
we het over hebben ligt op ongeveer 5 km ten zuidoosten van de Brusselse markt.
De Vandrommelaan zoals hij er nu uitziet: van noord naar zuid, of van hoog
naar laag. 
De
Vandrommelaan van zuid naar noord, stijgend. 
Een
zijlaan van die Waverse Steenweg is de Vandrommelaan. Een hellende laan
van een goeie 200 meter. Midden 19de eeuw ligt daar de Sloordelleweg, een
pad van meer dan 1 km (en slechts een goeie anderhalve meter breed). Maar van
het eerste deel van het pad, van ongeveer 220 meter lang en ongeveer 4 meter breed,
werd in 1925 een laan gemaakt: de Léon Vandrommelaan (let
op de voornaam !). En in dat jaar werden al meteen de eerste twee huizen gebouwd.
Nog eens een kwarteeuw later, kwam er een naamsverandering. Geen ingrijpende,
maar wel een die de nieuwsgierigheid prikkelt: de voornaam Léon zou wegvallen.
Daar moet toch wel een reden voor geweest zijn. Verder in dit artikel meer daarover. Op
deze twee prentkaarten luidt het nog: L. Vandromme, met de L. van Léon.
Deze initiaal zou na 1950 verdwijnen, toen ook zijn zoon Lucien, gesneuveld in
1940, in de straatnaam herdacht zou worden. Vandaar dus vanaf toen gewoon Vandrommelaan. 

Laten
we het eerst even hebben over die Léon Vandromme. De man was geboren
in Boezinge, op 4 febr. 1886. Wanneer hij naar Oudergem uitgeweken is,
weten we helaas niet. Ook niet waarom. Was het door zijn huwelijk ? Of omwille
van zijn werk ? Hij was in Oudergem namelijk trambediende bij de N.V. "Les
Tramways Bruxellois". In ieder geval kwam hij er vóór 1913,
want toen woonden Léon Vandromme en zijn vrouw Anna Julia Vanderlinden
al in Oudergem, in de Waverse Steenweg. Of zijn vrouw Anna Vanderlinden (°15
juli 1887) van Boezinge afkomstig was, of van Oudergem (of het Brusselse), en
of hij haar heeft leren kennen vóór hij naar Oudergem trok, of pas
nadat hij zich daar al (voor zijn werk ?) was gaan vestigen, hebben wij niet kunnen
achterhalen. Hoe dan ook, in Oudergem wordt op 10 juli 1913 hun zoontje
Lucien geboren (Lucien Henri Marie Corneille). Het jaar erop, op 1 augustus
1914, wordt vader Léon (van de militie van 1906) opgeroepen als soldaat
bij het 1ste Regiment Grenadiers, wanneer de Duitsers begin aug. 1914 België
binnenvallen. Die dag wordt het Regiment Grenadiers ontdubbeld in 2 Regimenten:
het 1ste Grenadiers, en het 2de Grenadiers onder het bevel van Majoor
Lotz (naar wie de Lotzstraat in Zuidschote genoemd zou worden). Beide regimenten
maakten deel uit van dezelfde Brigade en streden bijgevolg meestal zij aan zij.
Bij de ontdubbeling was Leon Vandromme in het 2de Regiment Grenadiers
ondergebracht, 2de bataljon, 2de compagnie. Het wedervaren van Leon Vandromme,
vanaf het begin van de oorlog tot aan zijn dood eind okt. 1914 kunnen we vaag
reconstrueren aan de hand van de geschiedenis van zijn regiment (2de Grenadiers
dus), bataljon (2de) en compagnie (2de). Op 6 en 7 aug. 1914 bevindt het
2de Grenadiers zich in de streek van Waver en op 16 aug. ontvangt het zijn vuurdoop
te Longpré. Sinds 19 aug. had het sterk bedreigde Belgisch leger zich teruggetrokken
in Antwerpen. Het 2de Grenadiers neemt deel aan twee uitvallen (25-26 augustus
en 9-13 september) en levert slag te Werchter, Wakkerzeel, Schiplaken en Elewijt.
Het regiment telt daarbij 26 gesneuvelden en meer dan 100 vermisten. Maar de Vesting
Antwerpen zal uiteindelijk bezwijken onder de Duitse aanvallen, en het gros van
het Belgisch Veldleger trekt zich westelijk terug. Het 2de Regiment Grenadiers
(waarin dus Leon Vandromme) trekt tussen 6 en 9 okt. westelijk over Temse, Waasmunster,
Dendermonde, Lokeren, Beervelde, Mariakerke (bij Gent), Merendree, Hansbeke. Op
10 okt. gaat het de trein op via Brugge en Torhout naar Diksmuide. 's Anderendaags
blijft het 2de bataljon (met Leon Vandromme) daar gekantonneerd. Op 12 okt. bevindt
het bataljon van Leon Vandromme zich in Leisele. Op 15 okt. in Merkem. Dan komen
er orders voor de brigade om zich terug te trekken tot achter het kanaal Ieper
- IJzer, even ten westen van Steenstrate. Het regiment van Leon Vandromme
ligt daarbij even ten noorden van Steenstrate, nabij de herberg 'Het Wit Huis'.
De état-major van het regiment logeert in een hoeve ten noorden van de
molen van Lizerne (hoek Middelstraat en huidige Grenadiersstraat). Op 17 okt.
worden de troepen gekantonneerd in de omgeving van Lizerne, het gehucht
schrijlings op de grens Boezinge - Zuidschote. Het lijkt een uitstekende kans
voor Leon Vandromme om even naar Boezinge te komen. Misschien heeft hij daar nog
familie ? Maar het zal hem zeer waarschijnlijk niet gegund worden: de "zondagsrust"
van 18 okt. wordt gebruikt voor verschansingswerken. Want: de
Slag aan de IJzer kan beginnen ! Wat staat er vervolgens op het programma
voor het 2de Bataljon, dat van Leon Vandromme ? Op 19 okt. trekken ze naar Lo,
Lampernisse en Oostkerke. Op 20 okt. bevindt Leon Vandromme zich aan het
station van Booitshoeke, tussen Pervijze en Ramskapelle, op de spoorlijn Diksmuide
- Nieuwpoort (nu het fietspad de Frontzate). En dan begint het serieus te worden,
want van echte gevechten in de Westhoek en de buurt van de IJzer is er nog geen
sprake geweest. Het 2de bataljon van het 2de Regiment Grenadiers moet zich
begeven naar de hoeve Oosthof (1,5 km ten zuidoosten van Ramskapelle-dorp, en
500 m ten oosten van het huidige Frontzate-fietspad, en 2.5 km ten westen van
de Schoorbakkebrug). Vandaar gaat het naar de rechteroever van de IJzer.
Daar schuilen ze in putten in de IJzerdijk, achter hooimijten, hokken, stapels
hout. Want gebouwen mijden ze: die worden immers speciaal bestookt door de Duitse
artillerie en de rondvliegende bakstenen en brokstukken zijn te gevaarlijk. En
die gevaarlijke situatie duurt heel de dag. Op het einde van de namiddag horen
de manschappen het rumoer van de aanval even ten zuiden: de Bocht van Tervate,
waar Belgische troepen de tegenaanval ondernemen op aanvallende Duitsers. Maar
hun rechterkant blijkt blootgesteld. In de nacht 22-23 okt. is er kanongebulder
te horen van de kant van Nieuwpoort. Op 23 okt. zit de compagnie van Leon Vandromme
tussen de brug van Schoorbakke, en de hoeve de Kleine Hemme, die zich op
ongeveer 500 m ten noordwesten van de brug bevindt. De rechterkant van zijn compagnie
zit bij de brug, het meest kwetsbare frontdeel. Duitse kogels en machinegeweervuur
eisen bij de Grenadiers veel slachtoffers. Het aantal doden en gewonden neemt
toe. Dokters, ambulanciers en brancardiers kunnen het werk nauwelijks nog aan.
Zich voortbewegen in het vlakke terrein, doorsneden door grachten is moeilijk.
En de kogels fluiten aan alle kanten en de obussen ontploffen onophoudelijk. Evacuatie
van de gewonden en aanvoer van munitie moet wachten tot het donker wordt. Door
de ontbering beginnen ook ziektes hun tol te eisen. In de Bocht van Tervate vallen
de Duitsers verwoed aan, en bedreigen vanaf rechts, en zelfs van achteren, de
compagnie waarvan ook Leon Vandromme deel uitmaakt. Of
moeten we al uitmaakte
zeggen, in de verleden tijd ? (Zie verder) De Schoorbakkebrug over de IJzer
op de weg van Schore (links) naar Ramskapelle (rechts) : het toneel van hevige
gevechten eind oktober 1914. 
Die
nacht wordt die compagnie afgelost, enkele ogenblikken voor de dageraad van 24
okt., en ze trekt zich terug naar de hoeve Kleine Hemme. De compagnie graaft
er loopgraven, en fungeert als reserve voor de eerste lijn. Maar de Duitsers zijn
de IJzer overgestoken in de Bocht van Tervate, en bestoken nu de Kleine Hemme
hoeve ook vanaf het zuiden! Daardoor moeten de Belgen zich weer achteruittrekken,
westwaarts (naar en achter de Grote Beverdijk). De volgende dag,
25 okt., moeten de Grenadiers heel de dag de Duitse aanvallen afslaan. 26 okt.
wordt voor het 2de Regiment Grenadiers een tragische dag : een groot aantal manschappen
sneuvelen, een groot aantal worden buiten gevecht gesteld. Ook bataljonscommandant
Majoor Sterpin sneuvelt. Het totaal aantal verliezen (doden, gekwetsten en krijgsgevangenen)
voor het 2de en 3de bataljon van het 2de Regiment Grenadiers bedraagt ongeveer
500! En vergeten we niet dat er even verwoed, misschien nog meer zelfs, strijd
geleverd werd door het 1ste Regiment in de Bocht van Tervaete. Tijdens de Slag
aan de IJzer (17-31 okt. 1914) sneuvelden in die 2 weken in alle Belgische eenheden
samen niet minder dan 3078 man. In het 1ste en 2de Regiment Grenadiers (waarvan
Leon Vandromme deel uitmaakte) waren dat er 212. De mannen in de eenheid
van Leon Vandromme begeven zich naar Alveringem, voor een rustperiode. Wie er
van die rustperiode echter niet zal genieten is Leon Vandromme zelf, want hij
is er niet meer bij
9 dagen en 9 nachten slag leveren ten zuiden van Ramskapelle
heeft hij samen met zoveel anderen van zijn compagnie, bataljon en regiment niet
overleefd. Er is twijfel over de datum van sneuvelen. Sommige documenten
(april 1921) geven als datum voor "tué à l'ennemi" (gesneuveld)
24 oktober 1914, een ander 6 okt. 1914 (heel zeker fout), en nog
andere alleen de periode 21 - 26 oktober 1914 (documenten van 26 aug. en
8 dec. 1921). De precieze datum van zijn overlijden is niet bekend. Dat een periode
van 5 dagen gegeven wordt, zegt al wat over het chaotische van de gevechten. In
de documenten wordt dan ook geen precieze plaats van overlijden aangegeven.
In een Acte de Notoriété van 26 aug. 1921 en een document van het
Fonds des Combattants van 17 nov. 1920 lezen we: "décédé
à l'Yser", "mort pour la patrie 21/26-10-14 à l'Yser.
Dat op de website waar we de Vandrommelaan aangetroffen hebben, Pervijze aangegeven
werd als plaats van overlijden, is fout : het was dichter bij Ramskapelle. Niet
ver van Schoorbakkebrug is de hoeve 'Kleine Hemme', zoals die er nu uitziet. Vooraan
het naambord, in de verte de hoeve. Het was in de buurt van deze boerderij dat
Léon Vandromme waarschijnlijk gesneuveld is. 
Maar
wat nà de dood van Leon Vandromme aan de IJzer gebeurde, is voor zijn stoffelijk
overschot ook niet zonder belang. De Slag aan de IJzer wordt beslecht in de nacht
van 29 op 30 oktober, met het openzetten van de IJzersluizen te Nieuwpoort, uitgedacht
door Karel Cogge en uitgevoerd door schipper Hendrik
Geeraert. Daardoor komt de "sikkel" tussen de rechteroever van
de IJzer en de bedding van spoorweg Diksmuide - Nieuwpoort grotendeels onder water
te staan, en wordt het de Duitsers onmogelijk gemaakt nog verder aanvallen uit
te voeren tegen het uitgeputte Belgisch leger. Het front aan de IJzer stabiliseert
zich. Maar deze onderwaterzetting kwam dus voor Leon Vandromme te laat
.
Waar
werd Leon Vandromme begraven in de frontstreek? We weten het niet ... Veel
Belgische gesneuvelden die een naamgraf kregen nabij het front, werden later overgebracht
naar hun vroegere woonplaats, om bijgezet te worden op de stedelijke of gemeentelijke
begraafplaats, vaak in het familiegraf. Dat is heel zeker niét gebeurd
met Leon Vandromme. Dat weten we door documenten waarmee zijn weduwe zijn dood
wilde bewijzen, voor financiële steun. (Indien er een bekend naamgraf zou
geweest zijn, zouden die documenten en die pogingen uiteraard niet nodig geweest
zijn.) Heeft Leon Vandromme nadat hij gesneuveld was, een primitief naamgraf
gekregen, gemaakt door zijn kameraden ? Al dan niet op een begraafplaatsje ? Gezien
de heftigheid van de strijd is dat onwaarschijnlijk. Misschien naamloos "gedumpt"
in een obuskuil? Of werd z'n graf later onidentificeerbaar, door artilleriebeschietingen
in de volgende 4 jaar? Of is hij zoals zoveel anderen gewoon op het slagveld blijven
liggen? Het slagveld dat kort na zijn dood dus onder water gezet werd, en dat
zo bleef tot september 1918
. Nadat de Duitsers weer oostwaarts gedreven
werden na de zomer van 1918, werden de schamele resten van de gesneuvelden soms
op het slagveld gerecupereerd en overgebracht naar de Belgische
begraafplaats in Ramskapelle. Het groot aantal "Onbekend / Inconnu"
getuigt ervan. Van Leon Vandromme hebben we geen foto gevonden, ook niet
van zijn zoon en vrouw. We moeten het stellen met de handtekening van deze laatste,
op een document van 1920. 
Zijn
weduwe Anna Vanderlinden bleef wonen in de Waverse Steenweg, als négociante
(handelaarster). En het leven gaat verder, voor zoveel oorlogsweduwen. Ook voor
haar en haar zoontje. Meer dan een kwarteeuw na Leons dood breekt de Tweede Wereldoorlog
uit. Leons zoon, en enig kind Lucien Vandromme is ondertussen 27. Bijna zo oud
als zijn vader was toen hij naar de oorlog trok en er kort nadien sneuvelde. Ook
zoon Lucien wordt onder de wapens geroepen (2de Regiment Grenadiers, net zoals
zijn vader). En Lucien sneuvelt al op
de eerste dag van de oorlog, op 10
mei 1940, in Kanne (Limburg). Is het moeilijk om zich de ontreddering van Anna
Vanderlinden voor te stellen ?
Om vader en zoon te herdenken, in dezelfde
laan, werd op 22 dec. 1950 door de gemeenteraad van Oudergem besloten alleen
nog de familienaam te vermelden. De vraag die bij velen zal rijzen is:
waarom werd (op 20 juni 1925) door de Oudergemse gemeenteraad de straat genoemd
naar de gesneuvelde Oudergemse inwoner Leon Vandromme? Akkoord, als eerbewijs
voor een gesneuvelde
Maar om te beginnen was Leon Vandromme geen echte
Oudergemnaar, maar wel Boezingenaar van geboorte. Ten slotte was hij als gewone
trambediende ook niet echt belangrijk genoeg om een straat naar hem te noemen.
En verder is het misschien best mogelijk dat er in Oudergem ook nog andere inwoners
waren die als soldaat gesneuveld zijn in W.O. I. Het antwoord op de vraag
bleek na enig onderzoek vrij simpel, en heeft betrekking op de vorige zin. Het
bleek namelijk dat er van de vele straten en pleinen en lanen in Oudergem (er
zijn er bijna 250) vele tientallen genoemd zijn naar een persoon omgekomen
in Wereldoorlog I en II. Oudergem is een van de weinige gemeenten in België
- zoniet de enige - die bijna al zijn oorlogsslachtoffers herdacht door hun naam
aan een straat te geven. Niets speciaals dus aan Leon en Lucien Vandromme. Zij
waren slechts twee van de velen. Wie de illusie mocht koesteren dat Leon Vandromme
wel een heel speciaal man moet geweest zijn, komt dus bedrogen uit. De reden is
heel 'banaal'. Namelijk dat er geen echte persoonlijke reden was
Het
weglaten van de voornaam om op die manier meteen vader en zoon te eren
(al is daardoor de specifieke naam van de geëerden niet meer zichtbaar) kwam
in Oudergem wel meer voor. Ook in twee andere gevallen viel de voornaam weg doordat
in dezelfde familie nog andere leden omgekomen waren in W.O. I en/of II. Hoe dan
ook, zo is de Vandrommelaan / Avenue Vandromme een van de straten met een familienaam
zonder voornaam. Akkoord, helemaal uitzonderlijk is dat niet in ons land,
maar de voornaamloze straatnamen zijn wel in de minderheid. Die met een voornaam
zijn veel talrijker. Voor Ieper noemen we: Albert Dehemlaan, Alphonse Vandenpeereboomplein,
Arthur Merghelynckstraat, Arthur Stoffelstraat, Eduard Fiersstraat, Gustave de
Stuersstraat, Henri Cartonstraat, Hugo Verrieststraat, Jaime Picanollaan, Jan
Ypermanstraat, John Kennedylaan, Jules Capronstraat, Jules Coomansstraat, Karel
Steverlyncklaan, Pieter Breugheldreef
En er zijn er nog. Al zijn door een
recente wijziging in de Ieperse straatnaamborden voornamen (nog) iets minder belangrijk
geworden, en minder prominent aanwezig in de eigenlijke naam. We eindigen
met een oproep. Over Leon Vandromme hebben we niets gevonden in Boezinge. Jammer
genoeg ook geen foto
Wie weet heeft van een Boezingse Vandromme in zijn
stamboom, een grootnonkel of verre neef, van rond 1900, mag het gerust aan ondergetekende
laten weten. Aurel Sercu
Gepubliceerd 21/12/2010. |