|
Auteur: Daniël Hoflack
Angers is gelegen aan de Maine, bijrivier van de Loire die ongeveer
150 km verder uitmondt in de Atlantische Oceaan. Van Zonnebeke is
Angers ongeveer 600 km verwijderd. Gedurende de oorlogsjaren vond
een groot aantal Zonnebekenaren in de stad en in het departement
Maine et Loire een onderkomen. Op zoek naar sporen van mijn eigen
familie vond ik in het Stadsarchief van Angers en in de Archives
Départementales du département Maine et Loire talrijke
naamlijsten en dossiers over Belgische vluchtelingen. In deze bijdrage
in Het Zonneheem kan men enkele resultaten van dit onderzoek lezen
over Zonnebeekse vluchtelingen (ook van de tegenwoordige deelgemeenten).
Het is een uiterst kleine bijdrage tot het opvullen van "Een
zwart gat in de geschiedenis" (1).
De Duitse legers vallen België binnen
Op 4 augustus 1914 om 6 uur 's morgens overhandigde de Duitse ambassadeur
in Brussel het oorlogsultimatum aan de Belgische regering. Vanaf
8 uur vielen de Duitse troepen België binnen. De stad Luik
viel op 7 augustus, Brussel op 20 augustus. Antwerpen bleef voorlopig
gespaard omdat de Duitsers alle inspanningen concentreerden voor
een opmars naar Parijs. Zij verloren echter de slag aan de Marne
en pas op het einde van de maand september begon de belegering van
Antwerpen. Deze stad viel op 9 oktober in Duitse handen. Het Belgische
leger trok zich dan terug achter de IJzerlinie en daarmee was voorgoed
de oorlog in West-Vlaanderen begonnen.
Vanaf dinsdag 20 oktober wordt in Zonnebeke fel gevochten rond
de Broodseinde en begint de grote uittocht (2). Massaal slaan de
Zonnebekenaars op de vlucht. Waar zij naar toe trokken werd nog
nooit onderzocht. Mijn grootouders met hun vier zonen trokken eerst
naar Godewaersvelde in Frankrijk, aan de voet van de Catsberg, en
eind juli 1915 naar Angers. Zij bleven er tot einde september 1919.
In Angers waren zij niet de enige Zonnebekenaren. Nog ongeveer 25
andere Zonnebeekse (3) families staan vermeld op een naamlijst uit
1915.
Belgische vluchtelingen in Angers (4)
De eerste Belgische vluchtelingen kwamen toe in Angers op 20 augustus
1914. Het waren drie mannen uit de provincie Luxemburg. Zij werden
ondergebracht in het Cantonnement Petit Séminaire de Montgazon
(5). Dit was de eerste opvangplaats in Angers voor vluchtelingen.
De opvang was vooral het werk van het Syndicat d'Initiative de l'Anjou,
een vereniging die reeds in 1906 werd opgericht en ontzettend veel
voor de vluchtelingen heeft gedaan. Het zorgde voor opvang en huisvesting,
voedsel, werk en ontspanning voor de talrijke vluchtelingen. In
het lokale dagblad Le Petit Courier (6) kan men verder lezen dat
op zaterdag 29 augustus 1914 opnieuw Belgen toekomen en dat voor
hen in de stad een inzameling wordt gehouden, vooral kleding en
dekens worden gevraagd. Vanaf begin september 1914 komen meer en
meer Belgen naar Angers. Zij krijgen onderdak in de stad of in de
omgeving, in opvangplaatsen en bij particulieren. Zij werden door
de autoriteiten meestal goed aanvaard omdat België tot de geallieerde
landen behoorde. Daarenboven werden de Belgische vluchtelingen ook
beschouwd als martelaars van het kleine België dat door de
Duitsers was aangevallen. Nochtans viel de eigenlijke opvang niet
altijd mee. Uit rapporten van gezondheidsinspecteurs blijkt dat
in de tijdelijke opvangplaatsen overbevolking heerst. Meestal is
de toestand erg wanordelijk en overal ligt vuilnis. Soms is er ook
gebrek aan goede slaapgelegenheden. Die slechte toestanden in de
opvangplaatsen uit de beginfase blijven vrij lang aanslepen en pas
in 1918 kwam er echte verbetering. Vluchtelingen die bij inwoners
konden logeren of een woning konden huren waren er veel beter aan
toe.
De Franse overheden probeerden voor de vluchtelingen werk te vinden
doch dit lukte niet zo goed. Anjou had vooral nood aan landbouwers
omdat vele Franse boeren gemobiliseerd waren, maar die waren onder
de vluchtelingen niet zo talrijk te vinden. Onder de vluchtelingen
waren vooral vrouwen met kinderen, wiens man gemobiliseerd was,
zeer talrijk. Die beschikten over geen inkomen en daarom besloot
de prefect van het departement aan wie vluchtelingen opnam 0,60
fr. te betalen voor een volwassene en 0,40 fr. voor een kind. Dit
is weinig aangezien in Angers toen 0,75 fr. betaald werd voor het
onderhoud van een ouderling in een hospitaal. De toelage stopt op
het ogenblik dat de vluchtelingen werk vinden en aldus mee kunnen
helpen in het dragen van de kosten van het huis waar zij opgenomen
werden. Iets meer dan 80% van de vluchtelingen kreeg in 1914 zo'n
toelage. Dit is echter maar een deel van het verhaal. Het gaat hier
om de vluchtelingen die in de statistieken verschijnen. Er waren
ook vluchtelingen die over voldoende bestaansmiddelen beschikten
en op eigen kracht een woning en werk zochten. Het is echter heel
moeilijk daarover inlichtingen te verzamelen want die vluchtelingen
verschijnen bijna nooit in de statistieken.
De bevolking van Anjou leverde grote inspanningen om vluchtelingen
op te vangen maar het werd hen soms ook teveel, vooral wanneer de
vluchtelingen zich misdroegen. Dan komen klachten naar boven. Een
burgemeester uit de streek klaagt op 14 november 1914 over drie
Belgische vluchtelingen die tweemaal op een boerderij werden geplaatst
en weigerden er te blijven. Hij schrijft: " Aangezien ik over
geen politie beschik, zijn zij een terreur geworden voor de bewoners
van het dorp, die hen overal zien rondzwerven". Mettertijd
komen twee klachten herhaaldelijk voor. De vluchtelingen hebben
een andere levenswijze en weigeren te werken. Nochtans mogen die
problemen niet overdreven worden. Globaal gezien heeft de overgrote
meerderheid van de vluchtelingen zich wel goed gedragen en de bevolking
van Anjou heeft zeer grote financiële inspanningen geleverd
om de vluchtelingen op te vangen. Dat er af en toe problemen zijn
geweest is eerder te wijten aan het feit dat men voor een noodsituatie
stond en niet direct over de aangepaste werkwijzen beschikte om
alles in goede banen te leiden.
Om hoeveel vluchtelingen ging het nu? In de archieven vindt men
verschillende statistische documenten soms opgesteld door stads-
of gemeentebesturen, soms opgesteld door de departementale overheden.
De lijsten zijn gedetailleerd maar het is niet te achterhalen of
alle vluchtelingen er in opgenomen werden. Toch geven zij een beeld
van het aantal vluchtelingen dat tijdens de oorlogsjaren in Angers
en in het departement Maine et Loire verbleef. Hieronder volgt een
tabel met cijfers ontleend aan verschillende documenten voor de
periode 1915/1917 (7).
Aantal vluchtelingen in Angers en in het departement Maine et
Loire voor de jaren 1915/1916
| 01/02/1915 |
In Angers |
Belgen: 282 boven de 16 jaar
49 onder de 16 jaar |
Totaal: 331 |
| 01/06/1915 |
In het departement (Angers inbegrepen)
|
Fransen: 7.008 |
Belgen: 2.262 |
Totaal: 9.275 |
| 01/02/1916 |
In het departement |
Fransen: 8.299 |
Belgen: 3.101 |
Totaal: 11.400 |
| 10/05/1917 |
In Angers
In andere gemeenten
van het arrondissement
|
Belgen: 811
Belgen: 2.875
|
Totaal: 3.686 |
Wat nu de Zonnebekenaren betreft was het niet zo moeilijk hun namen
op te sporen. Hieronder een lijst uit 1915 (8).
Zonnebekenaren (ook uit de deelgemeenten) in Angers in 1915.
| Naam |
M |
V |
K |
Gemeente |
| Boucavier Sidonie |
|
2 |
|
Zandvoorde |
| Bonte Amand |
1 |
|
1 |
Zonnebeke |
| Boudin Edmond (overleden op 05 /01/1918) |
1 |
|
|
Zonnebeke |
| Bourgeois Emile |
3 |
3 |
|
Zonnebeke |
| Claerebout Marie |
|
1 |
|
Zonnebeke |
| Coudron Camille |
|
1 |
|
Zonnebeke |
| Coudron Hélène |
|
1 |
|
Zonnebeke |
| Coudron Claimboult Emma |
|
2 |
1 |
Zonnebeke |
| Coudron Polydore Hector |
1 |
1 |
2 |
Zonnebeke |
| Dobbelaere - Vandermersch |
|
1 |
2 |
Zonnebeke |
| Dobbelaere Hortense |
|
1 |
|
Zonnebeke |
| Veuve Dubois Eugenie |
|
2 |
|
Zandvoorde |
| Durnez Cyrille |
1 |
1 |
1 |
Zonnebeke |
| Durnez Zulma |
|
1 |
|
Zonnebeke |
| Dervaux Euphrasie |
|
1 |
2 |
Zonnebeke |
| Veuve Godderis - Dobbelaere |
|
1 |
1 |
Zonnebeke |
| Hoflack Polidor |
1 |
1 |
4 |
Zonnebeke |
| Lorsom Julia |
|
1 |
|
Zonnebeke |
| Louagie Isiodore |
2 |
4 |
6 |
Zonnebeke |
| Markey Jules Gustave |
1 |
4 |
2 |
Zonnebeke |
| Vandemarliere Henri |
1 |
2 |
|
Zandvoorde |
| Vandermaersch Isidore |
1 |
2 |
2 |
Zonnebeke |
| Verfaillie Polidore Nestor |
1 |
1 |
4 |
Zonnebeke |
| Verfaillie Sunaert Amorine |
|
1 |
|
Zonnebeke |
| Vermeulen Henri |
1 |
|
|
Zonnebeke |
| Vermeulen Camille |
1 |
1 |
|
Zonnebeke |
| Vermeulen Guillaume |
1 |
1 |
2 |
Zonnebeke |
| Versavel Maria (verhuist naar Etrepassy) |
|
1 |
|
Passendale |
| Wienne Edmond |
1 |
1 |
1 |
Zonnebeke |
| Totalen |
18 |
39 |
31 |
88 |
In totaal verbleven op dat ogenblik 88 Zonnebekenaren in Angers
zelf. Dit betekent dat 26% van de toenmalige Belgische vluchtelingen
in Angers uit Zonnebeke kwamen. Meer concrete gevens over iedere(?)
familie zijn te vinden in de talrijke individuele dossiers van de
vluchtelingen die bewaard gebleven zijn (9).
Uit 1915 bestaat ook nog een lijst van vluchtelingen die in gemeenten
rond Angers verbleven. Ook hier zijn talrijke Zonnebekenaren terug
te vinden.

De jongens op de foto met:
- 1e rij, jongetje met wit kraagje is Camiel Hoflack, geboren in
1911
- 4e rij, dus juist na de rij met de zusters, de 1e jongen van rechts
is Joseph Hoflack, geboren in 1907
Foto: Daan Hoflack

De meisjes op de foto (Foto: Daan Hoflack)
Zonnebekenaren in gemeenten rond Angers in 1915.
| Naam |
M |
V |
K |
Wooonplaats op het ogenblik
van de oorlogsverklaring |
Tegenwoordige verblijfplaats |
Opmerkingen |
| Bouquet Edouard |
1 |
2 |
0 |
Zonnebeke |
La Pouèze |
|
| Bonnez Théophile |
1 |
1 |
4 |
Zonnebeke |
Tigné |
|
| Carrein Alois |
1 |
1 |
3 |
Zonnebeke |
La Pouèze |
|
| Carrein Léontine |
0 |
1 |
1 |
Zonnebeke |
Mouliherne |
|
| Cornet Henri |
1 |
1 |
2 |
Passendale |
Mouliherne |
|
| De Beuf Henri |
1 |
1 |
2 |
Beselare |
Tigné |
|
| Decommer Henri |
1 |
1 |
2 |
Passendale |
Mouliherne |
|
| Denturck Rosalie |
0 |
1 |
0 |
Zonnebeke |
La Pouèze |
|
| Depoorter Desiré |
1 |
2 |
0 |
Passendale |
St. Lambert des Levées |
|
| D'Hondt Victor |
1 |
0 |
0 |
Geluveld |
Fougère |
|
| Dubois Eugenie |
0 |
1 |
0 |
Zandvoorde |
Ponts de Cé |
|
| Delvaux Louise |
0 |
2 |
1 |
Passendale |
Cholet |
|
| Deblauwe Madeleine |
0 |
1 |
0 |
Passendale |
Cholet |
|
| Deblauwe Louise |
0 |
2 |
0 |
Passendale |
Cholet |
|
| Durnez Mathilde |
0 |
1 |
0 |
Zonnebeke |
St. Clément des Levées |
|
| Lapere Henri |
1 |
1 |
2 |
Zonnebeke |
Gruge l'Hopital |
|
| Lapere Celestin |
1 |
1 |
0 |
Zonnebeke |
Gruge l'Hopital |
|
| Lorsom Lapère P |
0 |
1 |
0 |
Zonnebeke |
Gruge l'Hopital |
|
| Lernout Amélie |
0 |
1 |
0 |
Passendale |
Artannes |
|
| Malengier Louis |
1 |
1 |
5 |
Zonnebeke |
Luigné |
|
| Samyn Julius |
1 |
0 |
0 |
Beselare |
Louroux Béconnais |
|
| Samyn Paul |
0 |
0 |
1 |
Beselare |
Louroux Béconnais |
|
| Samyn Marie |
0 |
1 |
0 |
Beselare |
Louroux Béconnais |
|
| Samyn Flavie |
0 |
1 |
0 |
Beselare |
Louroux Béconnais |
|
| Samyn Hector Leo |
0 |
1 |
0 |
Beselare |
Louroux Béconnais |
|
| Samyn Braem Marie |
0 |
1 |
0 |
Beselare |
Louroux Béconnais |
|
| Samyn Henri |
1 |
0 |
0 |
Beselare |
Louroux Béconnais |
|
| Vandoolaeghe Charles |
1 |
0 |
1 |
Zonnebeke |
Mouliherne |
|
| Vekemans François |
1 |
2 |
1 |
Zonnebeke |
Segré |
|
| Wyffels Marie |
2 |
2 |
0 |
Beselare |
La Pouèze |
|
| Totaal |
18 |
30 |
26 |
|
|
74 |
In totaal 74 personen. Samen met de 88 uit voorgaande lijst is
dit 162 Zonnebekenaren in Anjou. Dit is uiteraard weinig als men
weet dat in 1913 er 4.245 inwoners in Zonnebeke waren. Waar verbleven
de anderen? In andere departementen? In Groot-Brittannië? Daarover
bestaan nog geen studies.
Op de lijst hierboven staan 7 leden van de familie Samyn uit Beselare.
Op een apart blad, nu gedateerd op 1/1/1917, in dezelfde archiefbundel
vindt men die familie terug, met geboortedatum en beroep. Zij woont
nog altijd in Louroux-Béconnais maar we kunnen vaststellen
dat Jules Samyn overleden is en Marie Braem weduwe.
- Braem - Samyn Veuve Marie, ° 10/06/1874, Beselare, ménagère
- Samyn Henri Theophile, ° 07/02/1878, Beselare, vannier
- Samyn Flavie Marie, ° 30/03/1884, Beselare, journalière
- Samyn Marie Pharailde, ° 24/05/1891, Beselare, domestique
- Samyn Hector Leo, ° 05/04/1898, Beselare, domestique
- Samyn Paul, ° 09/04/1907, Beselare, -
We vinden nog enkele Zonnebekenaren in de gemeente Luigné.
De kloosterzusters van het Sint-Jozefsinstituut van Ieper hadden
aldaar een onderkomen gevonden. Zij verbleven daar met ongeveer
35 zusters samen met 18 weeskinderen onder de 16 jaar. De aalmoezenier
van de zusters was Emile Desreumaux, 59 jaar oud en geboren in Waasten.
Als kloosterzuster zuster was er Amelie Masschelein, 70 jaar en
geboren te Zonnebeke. En onder de weeskinderen bevonden zich drie
zussen uit Zonnebeke: Marguerite Bonte 15 jaar; Bertha 14 jaar en
Madeleine 12 jaar. En eveneens drie zussen uit Beselare: Martha
Vangeebergh (sic?) 12 jaar, Andrea 8 jaar en Maria 6 jaar.

Een gezellige familiefoto met helemaal links Sylvie Carpentier
en naast haar, met wit kraagje, Camiel Hoflack. Verder ook Camiel
Hoflack en zijn vader Polidoor Hoflack, echtgenoot van Sylvie Carpentier
(Foto: Daan Hoflack)

Foto van de familie Hoflack met hun woonhuis in Angers, nummer
33, rue Prébaudel. Niet ver van het stadspark gelegen. Van
links naar rechts: Polidoor Hoflack en zijn echtgenote Sylvie Carpentier
en de kinderen Camiel, Joseph, Valère en Robert (vader van
Daan Hoflack). (Foto: Daan Hoflack)

Nogmaals de familie Hoflack (Foto: Daan Hoflack).
Er bestaat ook een lijst met overlijdens van vluchtelingen in Angers.
Zij werd opgesteld op datum van 01/08/1920 op bevel van de prefect
van het departement. De stad Angers zegt echter in een begeleidend
schrijven niet in staat te zijn de overlijdens van vluchtelingen
van voor september 1917 terug te vinden. De lijst gaat tot juli
1920 en bevat 42 namen van Belgen. Enkele keren wordt de geboorte-
of woonplaatst van de overledene vermeld. Zonnebeke komt nergens
voor. Toch konden we twee overlijdens van Zonnebekenaren terugvinden:
op 5 januari 1918 Edmond Boudin, 81 jaar en in augustus 1919 Willy
Antoine Lorsom, 2 maanden. Verder nog Marie Louise Leroy, echtgenote
Vandoolaeghe, geen leeftijd vermeld en zij komt ook niet op de vluchtelingenlijst
van Zonnebekenaren in Angers. Maar de naam Vandoolaeghe komt wel
voor op de lijst van Zonnebekenaren in gemeenten buiten Angers.
Leven in Angers
Op dat vlak moet het onderzoek nog beginnen. Wij weten niet waar
de Zonnebeekse families woonden (10), of zij werk hadden, hoe zij
zich ontspanden. In het stadsarchief berust een programma van een
kerstfeest georganiseerd voor les "Petits Réfugiés
Belges et Français" door het Syndicat d'Initiative
de l'Anjou op donderdag 24 december 1914 om 2 uur. Op het programma
stond de uitvoering van nationale liederen, waaronder La Brabançonne,
en ook een filmvoorstelling met actualiteiten zoals L'armée
belge sous Liège, L'armée belge se retire d'Anvers,
Le roi Albert Ier dirige lui-mêne les opérations.
Voor de kinderen werden taartjes en bonbons uitgedeeld.
De kinderen gingen wel naar school. Uit 1916 bestaan twee mooie
klasfoto's met Belgische kinderen te Angers (11). Eén foto
met 28 meisjes, 6 kloosterzusters en een priester, één
foto met 25 jongens en dezelfde zusters en dezelfde priester (12).
Een van die foto's is ook te zien in Ieper in het museum In Flanders
Fields. Navraag over herkomst en identiteit van de personen op de
foto's bij het museum leverde niets op. Waarschijnlijk bestaan van
die foto's nog exemplaren. Het gaat immers om schoolfoto's en vele
ouders zullen die wel gekocht hebben. Indien iemand zichzelf (?)
of oudere familieleden erkent, zou ik dit wel graag vernemen om
verdere identificatie mogelijk te maken (13).

De kinderen op wandel in het stadspark (Foto: Daan Hoflack).

(Foto: Daan Hoflack)
Terug naar België
Over de terugkeer van de vluchtelingen naar België zijn de
gegevens erg schaars. Het is bekend dat vele vluchtelingen nooit
meer naar België zijn teruggekeerd. Vooral in de Westhoek zijn
velen achtergebleven toen zij vernamen hoe groot de verwoestingen
wel waren. Sommigen hadden in Frankrijk ook werk gevonden of waren
er getrouwd. De prefect van het departement Maine et Loire liet
wel weten dat alle Belgische vluchtelingen die nog in het departement
verbleven en een toelage ontvingen na 30 juni 1919 hun recht op
toelage zouden verliezen.Met uitzondering dan wel voor de vluchtelingen
afkomstig uit de frontsteek in West-Vlaanderen. Voor de vluchtelingen
uit de verwoeste gemeenten in West-Vlaanderen, waarvan een lijst
werd opgesteld, werd een uitzondering gemaakt. Die vluchtelingen
mochten nog blijven en ontvingen verder hun toelage. Op die lijst
stonden de gemeenten Beselare, Geluveld, Passendale, Zandvoorde
en ook Zonnebeke. Die maatregel van de prefect kan wel de terugkeer
gestimuleerd hebben maar in welke mate is nog onduidelijk.
Voor Zonnebeke weten wij dat veldwachter Jean Pouders als eerste
terugkeerde samen met Jerome Hoflack, zoon van de werktuigkundige
Henri Hoflack. Dit was in februari 1919 (14). Eind december 1919
zijn er reeds 217 teruggekeerden. De lijst van die teruggekeerden
is te lezen in het voor Zonnebekenaren bekende boek van Alex en
Andre DESEYNE, Zonnebeke 1914 - 1918 vanaf bladzijde 477. Maar dat
velen uit Zonnebeke nooit zijn teruggekeerd is duidelijk. In 1913
telde Zonnebeke 4.245 inwoners en dat vooroorlogse cijfer werd nooit
meer bereikt (15).
Mijn familie
Wellicht hebben een aantal Zonnebekenaren in dit korte artikel
de namen van hun ouders en grootouders teruggevonden. Wellicht herinneren
anderen zich dat hun familie ook op de vlucht is geweest. Waarheen
en in welke omstandigheden dit gebeurde is meestal bewaard gebleven
als mondelinge overlevering binnen de familie, maar daarover bestaan
weinig geschriften. Voor betere kennis van familie- en dorpsgeschiedenis
zou het goed zijn dat die herinneringen op schrift worden gesteld.
Familie- en dorpsgeschiedenis is eigenlijk de enige echte geschiedenis
omdat zij zo dicht bij de mensen zelf staat.
--------------------------------------------
Daniël Hoflack, 11 november 2000.
Addendum
Dit artikel verscheen in Zonneheem, jg. 30, 2001, nr. 2, p. 19
- 25.
Daar werden ook de twee foto's afgedrukt met "De Belgische
kinderen te Angers, 1916", waarvan een in het museum Flanders
Fields in Ieper te zien is.
Identificatie van de personen is niet gebeurd, behalve voor twee
personen van mijn eigen familie. Op de foto van de jongens staan
twee nonkels, broers van mijn vader. Mijn vader was in 1916 reeds
15 jaar, de oudste en ging reeds werken. Het zou bijzonder boeiend
kunnen zijn te achterhalen wie de priester en de zusters waren?
En hoe het onderwijs voor die Belgische kinderen was georganiseerd.
--------------------------------------------
Voetnoten
(1) A. MORELLI, Belgische emigranten, Berchem, 1999, p. 9. Dit
boek bevat van verschillende auteurs bijdragen over emigranten en
vluchtelingen. De bijdrage De Belgische vluchtelingen in het buitenland
tijdens de Eerste Wereldoorlog is van P.A. TELLIER. Op p. 42 besluit
hij: " De geschiedenis van de Belgische vluchtelingen tijdens
de Eerste Wereldoorlog moet nog geschreven worden". En uit
zijn bijdrage blijkt dat dit voor de vluchtelingen in Frankrijk
nog meer het geval is dan voor de vluchtelingen naar Nederland en
Groot-Brittannië.
(2) A. en A. DESEYNE, Zonnebeke 1914 - 1918, Zonnebeke, 1976, p.
127.
(3) Het gaat hier om families uit het toenmalige Zonnebeke en niet
de tegenwoordige gemeente Zonnebeke. Hun namen kan men verder in
het artikel terugvinden samen met de namen van de families uit de
hedendaagse deelgemeenten.
(4) Een algemeen beeld van de vluchtelingenproblematiek in Anjou
tijdens de Eerste Wereldoorlog is te lezen in het werk van A. JACOBZONE,
14 -18: en Anjou, loin du front, Vauchrétien, 1988, 316 p.
Aan dit boek ontleenden wij dan ook enkele gegevens voor dit algemeen
beeld.
(5) Stadsarchief Angers, Fonds 4 H 74.
(6) Dit lokaal dagblad van Angers bevat bijna dagelijks nieuws
over de oorlog in het algemeen en in het bijzonder over de vluchtelingen
in Angers en het departement Maine et Loire. De volledige collectie
kan in het stadsarchief geraadpleegd worden.
(7) Archives Départementales Maine et Loire, Fonds 8 - 2
R 5 / 36.
(8) Archives Départementales, ib.
(9) Archives Départementales, Fonds 8 - 2 R , de nummers
57 tot 251, alles is alfabetisch geordend zodat men gemakkelijk
een familie kan terugvinden. In de dossiers steken vooral officiële
stukken over de betrekkingen van de vluchtelingen met de lokale
overheden.
(10) Voor mijn familie was dat 33, rue Prébaudel en de
woning is er nog altijd te zien
(11) Collectie van de auteur.
(12) Op de eerste rij tweede van links zit Camiel Hoflack, mijn
nonkel toen 5 jaar oud.
(13) Adres: Daniël Hoflack, Akker 34, 1930 Nossegem of e-mail:
daanhoflack.clio@skynet.be
Wie over nog andere informatie over Zonnebeekse vluchtelingen in
Frankrijk of in andere landen beschikt mag altijd contact opnemen.
Wellicht kan op die wijze een beeld gevormd worden van de Zonnebeekse
vluchtelingen, en daarover kan dan verder in Zonneheem gepubliceerd
worden.
(14) A. en A. DESEYNE, o.c., p. 468.
(15) 3.485 inwoners in 1937 en 3.560 in 1976 juist voor de fusie
van gemeenten.
|