Hieronder vind je de scriptie "Oorlog zonder einde - De herdenking
van de Eerste Wereldoorlog te Ieper" die door Menno Claes werd
gemaakt in het academiejaar 2000-2001, aan de Faculteit Letteren
en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent, voor het behalen van de
graad van Licentiaat in de Geschiedenis (Promotor: Prof. Dr. Bruno
de Wever). De tekst van de scriptie werd aangevuld met fotomateriaal
van de website www.wo1.be.
Er is zonder meer een evolutie waar te nemen in de manier waarop
te Ieper de Eerste Wereldoorlog werd herdacht en herinnerd. In
de eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog stond 11 november in
Ieper voor een dag die, net als in belangrijke delen van Europa
en de wereld, weliswaar een speciale betekenis had, maar die er
niet uit de band sprong omwille van speciale of uitzonderlijke
evenementen. In heel België heerste in diezelfde periode
een uitgesproken triomfalisme over de behaalde overwinning op
de grote buur en agressor Duitsland, een triomfalisme dat gepaard
ging met een heuse cultus rond koning Albert, de ridder-koning,
de held van de IJzer en met een sterke culpabilisering
van datzelfde Duitsland. In dezelfde context ziet men ook een
sterke afwijzing van de - voornamelijk Vlaamsecollaborateurs,
de activisten, die zich door de Duitse bezetting van een serieuze
verbetering inzake het inwilligen van de Vlaamse eisen verzekerd
wisten. Onder het mom van de terechtwijzing van de activisten
werden ook alle eisen van de Vlaamse Beweging gekelderd, ondanks
de koninklijke belofte van gelijkheid in rechte en in feite. Bij
veel Vlaamsgezinden heerste dan ook veel verbittering over dit
uitblijven van meer rechten voor de Vlamingen.
Tijdens de oorlog was evenwel een frontbeweging ontstaan, die
achter de loopgraven ijverde voor gelijke rechten voor de Vlamingen
in het sterk verfranste Belgisch leger. Deze frontbeweging nam
nog tijdens de oorlog meer en meer punten over van het activisme,
en groeide na het einde van de oorlog uit tot de frontpartij.
Langzaamaan radicaliseerde de overigens sterk verdeelde Vlaamse
Beweging, waarbinnen vooral de V.O.S., de vereniging van de Vlaamsgezinde
oud-strijders, een bindende rol wist te spelen. De radicalisering
van de Vlaamse Beweging was een gevolg van het permanente njet
waarop ze steeds stuitte. Belangrijke voormannen als Staf De Clercq,
Ward Hermans en Reimond Tollenaere ontwikkelden een rabiaat anti-Belgicisme,
en werden vatbaar voor het fascistisch ideeëngoed, aangezien
volgens hen langs de parlementaire, democratische weg onvoldoende
vorderingen werden gemaakt. De tegenhangers van deze radicalen,
de minimalisten, geloofden wel in de parlementaire weg, en met
belangrijke gematigde Flaminganten als de katholieke Frans Van
Cauwelaert en de socialist Camille Huysmans, vormden ze een tegengewicht
voor de radicale strekking. Hoewel zij een aantal belangrijke
Vlaamse eisen wisten te realiseren, waarvan de vernederlandsing
van de Gentse universiteit in 1930 zonder twijfel de bekendste
is, zou de radicale strekking onder leiding van De Clercq gestadig
aan invloed winnen. De extremisten wisten ook voordeel te halen
uit de zware economische crisis die volgde op de Wallstreet Crash
van 1929, die vanaf de jaren 1930 ook België zou treffen.
De periode rond het einde van de jaren 1920, begin jaren 1930
was zeer woelig en onrustig, regeringen volgden elkaar in recordtempo
op. Wanneer De Clercq in 1933 het VNV oprichtte, dat op fascistische
en militaristische leest geschoeid was, en behoorlijk aan populariteit
won, lag de weg naar een nieuwe collaboratie tijdens de Tweede
Wereldoorlog helemaal open.
Medio jaren 1920 was de Vlaamse Beweging evenwel verdeelder dan
ooit. In West-Vlaanderen was vooral de radicale strekking dominant.
In deze context dient men het fenomeen van de Ieperse Furie te
zien. Op 27 juni 1927 werd te Ieper het monument voor de Ieperse
gesneuvelden onthuld, en werden enkele internationale sprekers
uitgenodigd. De hele gebeurtenis kon in de geest van het unitaire
België onmogelijk neutraal zijn, en uitgesproken Vlaamse
symbolen als een Leeuwenvlag of het zingen van de Vlaamse
Leeuw, werden niet in het programma opgenomen. De lokale
afdeling van de V.O.S. was echter wel van de partij en protesteerde
luidkeels tegen deze niet-erkenning van haar symbolen, door tijdens
de optocht naar het monument de Vlaamse Leeuw in te
zetten. Als reactie op dit zingen van wat in die tijd door velen
nog werd beschouwd als een lied van separatisten en landverraders,
chargeerde de bereden rijkswacht in de groep oud-strijders, die
toen al afgezonderd waren van de rest van de optocht. Terwijl
het officiële programma aan het monument werd afgewerkt,
vergaderden de V.O.S.-leden in hun clublokaal en besloten om alsnog
op eigen houtje hulde te brengen aan het monument. Wanneer Jeroom
Leuridan, één van de leiders van de Ieperse Vlaams-nationalisten,
aan zijn rede voor het monument begon, werd hem door een rijkswachter
het zwijgen opgelegd. Toen de menigte hiertegen protesteerde,
chargeerde de bereden rijkswacht opnieuw, en ging daarbij zeer
driest te werk. Zonder onderscheid te maken tussen mannen, vrouwen
of kinderen, werd met sabel en knuppel in de hand het plein schoongeveegd.
Het gewelddadige rijkswachtoptreden rechtvaardigde men achteraf
door te verwijzen naar het politiebevel, dat expliciet elke toespraak,
samenscholing of manifestatie, die niet in het officiële
programma was voorzien, verbood.
Deze Ieperse Furie vormde tijdens het Interbellum geen unicum,
ook op andere plaatsen hadden opstootjes of ongeregeldheden plaats
tussen Belgisch- en Vlaams-nationalisten. Een rechtsreeks gevolg
was wel dat de V.O.S. te Ieper sindsdien niet meer deelnam aan
de officiële plechtigheden of huldigingen, maar wel op eigen
houtje haar doden eerde en herdacht. Nu waren van in het begin
de herdenkingen te Ieper al wel Belgisch getint, maar door dit
wegblijven van de V.O.S. van de officiële plechtigheden werd
de strijd om de herdenkingen helemaal beslecht in
het voordeel van de N.S.B., en met hen de Belgisch-patriottisch
gezinden. Mocht hierover nog twijfel bestaan, dan kan deze gewist
worden door de oprichting van het Last Post Comittee in 1930 in
rekening te brengen. Deze vereniging, waarvan de kern sinds de
oprichting bestaat uit vaderlandslievenden, staat in voor de organisatie
van de Last Post plechtigheden. Deze kunnen naast de dagelijkse
plechtigheden immers ook, op verzoek van bijvoorbeeld een bezoekende
binnen- of buitenlandse oudstrijdersvereniging, speciaal ingericht
worden. Elders in de Westhoek is de V.O.S. er wel in geslaagd
de herdenkingen van de Eerste Wereldoorlog te domineren, en aldus
van een Vlaamse inslag te voorzien. Meer bepaald in Diksmuide,
de symbolische stad van de Vlaamse Beweging bij uitstek, hebben
V.O.S. en IJzerbedevaartcomité meer dan welke andere verenigingen
ook hun stempel gedrukt op de oorlogsherdenkingen en herinnering.
Van cruciaal belang voor de herdenkingen te Ieper was de onthulling
van de Menenpoort op 24 juli 1927. Dit door en door Britse monument
(ontworpen door de gereputeerde Britse architect Blomfield, en
bedoeld ter nagedachtenis van de Britse slachtoffers) kon in Groot-Brittannië
op veel lof en bijval rekenen, en geleidelijk aan ondernamen meer
en meer Britten een reis naar Ieper, om er op bedevaart te gaan
naar de graven van hun beminden, én om het prestigieuze
bouwwerk, dat ook tot doel had de grootsheid van de Britse natie
in de verf te zetten, een bezoek te brengen. In 1928 besloot het
Iepers stadsbestuur om er iedere avond door klaroenspelers van
de plaatselijke brandweer de Last Post te laten spelen, als dankbetuiging
voor het offer dat talloze Britten er brachten. In datzelfde jaar
werd Ieper overigens overspoeld door Britse bedevaarders die naar
aanleiding van de tiende verjaardag van de wapenstilstand een
bezoek brachten aan de belangrijke plaatsen van het geallieerde
front. Onder de ruim 11000 aanwezige bedevaarders bevonden
zich de Belgische prins Karel en de Prins van Wales, alsook enkele
van de belangrijkste Franse en Britse legerbevelhebbers van de
oorlog. Deze Last Post-ceremonie heeft nog steeds iedere avond
plaats, en omwille van de continuïteit ervan (slechts onder
de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog ging ze niet
door), is ze, samen met de plaats waar ze gehouden wordt, één
van de beroemdste symbolen van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog
geworden. Sindsdien ook vormt de Last Post-ceremonie onder de
Menenpoort de apotheose van elke 11-novemberherdenking te Ieper.
De Tweede Wereldoorlog betekende een belangrijke cesuur in de
Belgische samenleving. Het einde van de Duitse bezetting betekende
in de eerste plaats dat een einde kwam aan het rijk van de collaborateurs,
die zich onder Duits bewind hadden weten te nestelen op allerlei
belangrijke en minder belangrijke ambtenarenposities. Tegen hen
werd nu, vooral tussen 1945 en 1950 een fel repressiebeleid gevoerd,
waarbij de overgrote meerderheid haar straf niet ontliep maar
waarbij ook, het dient gezegd, een aantal fouten gemaakt werden.
Sommige mensen werden standrechtelijk geëxecuteerd, anderen
kregen een straf die achteraf gezien onterecht of te zwaar was
(en niet altijd kon worden ongedaan gemaakt). Bovendien was er
weinig éénduidigheid te merken tussen de verschillende
gerechtelijke arrondissementen. Toen snel na het einde van de
oorlog duidelijk werd welke gruweldaden er onder het nazi-regime
hadden plaatsgegrepen, keerde de publieke opinie zich helemaal
tegen de collaborateurs.
Tegelijk werd België geconfronteerd met de koningskwestie.
De mogelijke terugkeer van de verbrande Leopold III bracht het
land op de rand van een burgeroorlog. Na een volksraadpleging
sprak een meerderheid van de bevolking zich uit voor een terugkeer,
maar de overgrote meerderheid onder de voorstanders van een terugkeer
waren Vlamingen, terwijl de tegenstanders vooral onder Walen en
Brusselaars te vinden waren. Door een combinatie van factoren
(onder andere de politieke stellingname van de verschillende partijen
met het oog op electoraal succes, de koppeling van de mogelijke
terugkeer aan het amnestievraagstuk) werden de tegenstellingen
tussen Vlaanderen en Wallonië duidelijk bloot gelegd. Na
de oorlog was het ook Vlaanderen dat op economisch vlak snel recupereerde,
terwijl Wallonië met haar zware industrie, die België
in de 19de eeuw nog op de wereldkaart zette, er niet in slaagde
opnieuw schwung in haar economie te brengen. De tegenstelling
Vlaanderen-Wallonië zou het Belgisch politieke leven van
de naoorlogse periode bepalen. De andere traditionele conflictlijnen
kregen tevens hun beslag. De ideologische conflictlijn vrijzinnig-katholiek
werd bezworen door het Schoolpact van 1958, en door de stelselmatige
uitbouw van de sociale zekerheid, de verdere democratisering (het
algemeen enkelvoudig stemrecht voor vrouwen vanaf 1948) en de
actieve rol die de overheid als derde ging spelen op het industrieel
vlak, vond ook de tegenstelling tussen arbeid en kapitaal haar
beslag. België werd na de Tweede Wereldoorlog één
van de welvarendste landen van West-Europa, en daarmee van de
hele wereld. De dominantie van de Vlaams-Waalse tegenstelling
(ook de etnisch-culturele tegenstelling genoemd) uitte zich, eerst
in een aantal conflicten als de Voerenkwestie en Leuven Vlaams,
en vanaf de jaren 1970 in de werking aan de federalisering van
België middels een aantal staatshervormingen, waarmee met
de Lambermont akkoorden anno 2001 een voorlopig hoogtepunt
werd bereikt.
Ook te Ieper betekende de Tweede Wereldoorlog een cesuur. Na
de oorlog had de hele streek het moeilijk om te overleven. De
opkomst van de tertiaire sector ging aan de agrarische Westhoek
min of meer voorbij, met alle harde gevolgen van dien. Te Ieper
is men er evenwel met brio in geslaagd de dreigende verpaupering
tegen te gaan, door zich meer en meer te gaan enten op het oorlogstoerisme.
De aantrekkingskracht van de Menenpoort en de Last Post op de
Britten vormde de aanleiding tot de economische heropstanding
van de stad. Terwijl de Koude Oorlog volop woedde ging Ieper zich
meer en meer richten op het uitdragen van een internationale vredesboodschap.
In 1968 vertaalde zich dit in de grootste 11 november-herdenking
die de stad tot dan toe gekend had. Doordat de BBC het plan had
opgevat om tijdens de herdenkingen in Groot-Brittannië ook
rechtstreekse verslagen vanuit Ieper te verzorgen, kon de stad
proeven van een groots opgezet media-evenement. Dat de herdenkingen
in Engeland op zondag 10 november plaats hadden, omdat de 11de
november er geen verlofdag is, was geen noemenswaardig probleem.
De rechtstreekse verslaggeving van de gebeurtenissen vanuit onder
meer Tyne Cot Cemetery, Hill 62 en de Menenpoort betekenden immers
een onbetaalbare reclame voor de stad. Ieper richtte zich nu meer
dan ooit op het uitdragen van de vredesboodschap, waardoor bij
het pausbezoek aan België in 1985 Ieper de loef afstak van
Brugge, nota bene één van de oudste bisschopssteden
van België. De keuze van de paus om Ieper te bezoeken kaderde
in diens plan om een speciaal vredesgebed te houden, en de beelden
van de biddende Johannes Paulus II onder de Menenpoort behoren
tot de bekendste van het pausbezoek aan België.
De laatste jaren heeft de stad de top van haar ambities weten
waar te maken. De opening van het prestigieuze In Flanders Fields
Museum in 1998, waarvan de vitrinekast uitpuilt van nationale
en internationale prijzen, vormt samen met de herdenking van de
80ste verjaardag van de wapenstilstand in november van datzelfde
jaar, de apotheose van Ieper als vredesstad. Met een gemiddelde
van 200000 bezoekers per jaar is het museum, ondergebracht
in de Lakenhallen op de Grote Markt, samen met de Menenpoort op
een steenworp daar vandaan, het belangrijkste symbool geworden
van de stad naar de buitenwereld toe. Het groot aantal bezoekers
van het museum levert bovendien belangrijke economische impulsen
aan de stad. Wanneer op 11 november 1998 zowel het Belgisch vorstenpaar
als de Britse koningin een bezoek brengen aan de stad om de herdenkingen
mee te maken, wordt Ieper één dag het epicentrum
van de halve wereld. Meer dan 500 persmensen uit binnen- en buitenland,
tot Mexico en Australië toe, strijken neer in de stad en
toveren de herdenkingsplechtigheden om tot een nooit gezien media-
en massaspektakel. Nooit waren er meer Britten tegelijkertijd
op bezoek in en rond de stad als toen en het In Flanders Fields
Museum brak alle bezoekersrecords. Onder massale belangstelling
van publiek en pers vonden de plechtigheden in aanwezigheid van
de drie vorsten plaats, waarvan de climax ongetwijfeld gevormd
werd door de Last Post-ceremonie, tijdens dewelke van boven de
Menenpoort uit duizenden klaproosblaadjes naar beneden werden
gelaten. De indrukwekkende stilte die ook nadien tijdens de Minuut
Stilte voor de slachtoffers werd gerespecteerd, leverde beelden
op, die velen lang zullen bijblijven. Tussen haakjes: een belangrijke
constante bij de 11-novembervieringen vormt de plaatselijke Harmonie
Ypriana, die vanaf het begin bij iedere officiële herdenkingsplechtigheid,
zij het lokaal, nationaal of internationaal, van de partij was
en instond, soms alleen, soms met andere muziekgroeperingen, voor
de muzikale omlijsting van de plechtigheden. Enkel de Last Post
ceremonie wordt, zoals genoegzaam geweten is, uitgevoerd door
de klaroenspelers van de Ieperse brandweer.
Men zou denken dat Ieper ondertussen aan het plafond zit, en
waarschijnlijk is dit ook zo. Een evenement als in 1998 zal zeer
moeilijk te evenaren vallen. Toch zou het verkeerd zijn mocht
men de indruk krijgen dat men in Ieper enkel aan financieel gewin
denkt. De stad neemt haar rol als vredesstad ernstig op, getuige
onder meer de 11-novemberherdenking van 2000. Naar aanleiding
van deze herdenking had burgemeester Luc Dehaene het initiatief
genomen om een formele verzoening te bewerkstelligen tussen Vlaamse
en Belgische oud-strijders. Op die dag drukten Gilbert
van Eecke, voorzitter van V.O.S.-Ieper en nationaal ondervoorzitter
van V.O.S., en Manu Velghe van het Verstandhoudingscomité
van Belgische oud-strijders en gelijkgestelden, elkaar de hand,
daarmee de moeizame weg naar verzoening tussen beide partijen
effenend. Dat deze weg nog lang niet helemaal afgelegd is, illustreerden
een aantal vaandeldragers en een lid van het Last Post Comittee,
tevens lid van het Verstandhoudingscomité. De vaandeldragers
weigerden hun vlag naar beneden te richten (ten teken van groet)
tijdens het spelen van de Vlaamse Leeuw, en het vernoemde lid
verliet ostentatief de plechtigheid tijdens de Vlaamse Leeuw,
om maar terug te keren toen de tonen van de Brabançonne
weerklonken.
Dit incident an sich mag echter niet het belangrijkste zijn dat
van die formele verzoening onthouden wordt. Van belang is dat
beide partijen, eindelijk, bereid zijn aan elkaar de gemaakte
fouten toe te geven, waardoor zowel het amnestie- als het repressiespook
in de (nabije?) toekomst misschien eindelijk zullen verdwijnen.
Hoe de herdenkingen, die toch sterk door de Vlaams-Belgische tegenstellingen
getekend zijn geweest, er dan zullen uitzien, blijft vooralsnog
een open vraag. Wat wel zeker is, is dat in Ieper nog iedere avond
de Last Post gespeeld wordt, en dat zolang zulke initiatieven
kunnen blijven bestaan, de mensheid met haar verleden geconfronteerd
zal blijven worden