Hieronder vind je de scriptie "Oorlog zonder einde - De herdenking
van de Eerste Wereldoorlog te Ieper" die door Menno Claes werd
gemaakt in het academiejaar 2000-2001, aan de Faculteit Letteren
en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent, voor het behalen van de
graad van Licentiaat in de Geschiedenis (Promotor: Prof. Dr. Bruno
de Wever). De tekst van de scriptie werd aangevuld met fotomateriaal
van de website www.wo1.be.
2.6 11 november te Ieper
Zoals reeds aangehaald, waren de 11-novemberherdenkingen te Ieper
aanvankelijk eerder kleinschalig, of alleszins bescheiden. Nu
was er van in het begin weliswaar een relatief sterke buitenlandse
belangstelling en inbreng, maar desalniettemin was 11 november
niet meteen de aanleiding tot groots opgezette plechtigheden.
Bovendien vielen Allerheiligen en Allerzielen vlak voor 11 november,
en deze dagen vormden ook al een aanleiding tot het herdenken
van de overledenen. In de West-Vlaamse frontstreek ging daarbij
uiteraard veel aandacht naar de gevallen familie en vrienden uit
de Eerste Wereldoorlog. Een deel van het gebeuren rond Allerheiligen
stond in het teken van de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog:
Met Allerheiligen had de gebruikelijke Vaderlandsche
plechtigheid plaats ter dierbare nagedachtenis van de Belgische,
Fransche en Britsche gesneuvelden [
] Deze stoet bevatte
de frontersgilden en afgevaardigden uitgezonderd
zette zich te 11 u. in beweging, [
] [73]
Het was inderdaad zo dat de Vlaamsgezinde groeperingen en partijen
niet deelnamen aan de, zoals letterlijk geschreven staat vaderlandse
plechtigheden met Allerheiligen. De V.O.S. hield wel zelf een
plechtigheid aan de kerkhoven later op de dag [74].
De 11-novemberherdenkingen verliepen over het algemeen volgens
een vast stramien. De plaatselijke fanfare Harmonie Ypriana
nam het voortouw bij de herdenkingen. Van op de Grote Markt,
waar men gebruikelijk rond zes uur s avonds bijeenkwam,
leidde zij de stoet naar de Menenpoort, waar tijdens de kransneerlegging
het God Save the King, en La Mort d
Ase werd gespeeld. Daarop speelden de klaroenspelers van
de brandweer The Last Post. Vandaar ging het naar
het monument der Ieperse gesneuvelden, waar de harmonie opnieuw
La Mort dAse speelde, alsook de Brabançonne
en de Taptoe. Ter afsluiting doorliep de stoet de
voornaamste straten rond de Grote Markt om daar te halt te houden,
waar de harmonie nogmaals het God save the King,
de Marseillaise en de Brabançonne
speelde.
Ook de herdenkingen naar aanleiding van de tiende verjaardag
van de wapenstilstand verliepen volgens hetzelfde stramien:
de optocht van de Grote Markt naar de Menenpoort onder leiding
van Harmonie Ypriana, waar het God Save The King,
en La Mort dAse gespeeld werden. De brandweer
speelde The Last Post. Het Ypersche maakte gewag
van een enorme volkstoeloop:
[
] waar de stoet voorbij trok waren de straten
zwart van t volk en een groote menigte vergezelde het
muziek op heel den doortocht [
] Onder de Britsche zegeboog
was er geen plaatsje meer te vinden en bij het Gedenkteeken
der Ypersche Gesneuvelden was het volk in dichte scharen toegestroomd
om de plechtigheid bij te wonen [
] Ons Vaderlandsch
Lied werd door een grootsche ovasie begroet en onder luidruchtig
bravogeroep herhaald [
] [75]
De herdenking van 1938: herdenken met
het vooruitzicht op een nieuwe oorlog
In 1938, 20 jaar na de wapenstilstand, neemt men in Het Ypersche
wel uitgebreid de tijd om stil te staan bij de ondertekening van
de wapenstilstand en haar impact. Logisch, omdat de context van
1938 wel zeer bijzonder was. Al twintig jaar zwegen de wapens,
maar de vraag die daaraan vrijwel onmiddellijk gekoppeld werd,
is hoe lang dat nog zou duren. Twee artikels in Het Ypersche geven
perfect de sfeer rond de herdenkingen van 1938 weer. In de editie
voor 11 november schenkt men aandacht aan de nabestaanden, degenen
die niets resten dan de herinneringen aan een dierbare, en voor
wie de oorlog nooit afloopt; en aan de sombere internationale
situatie. Twee weken later heeft men het dan weer over wat voor
een vreugdevolle dag 11 november is voor iedereen die de verschrikking
van de oorlog heeft meegemaakt.
Maar nu
TWINTIG JAAR LATER
nu is de oorlog
van 1914 nog niet geëindigd. Hij duurt niet enkel voort
in de herinnering van de menschen: die nog telken jare den stilstand
van het vreeselijke bloedbad herdenken, door kronen neer te
leggen op de graven van de gesneuvelden, en bij de lugubere
lijsten der gesneuvelden die op monumenten gebeiteld werden
Zijn verschrikking blijft ook voortbestaan in de vereeniging
van de invalieden [
] De oorlog duurt nog voort in het
ontroostbare hart van moeders en verloofden, die hun eenig beminde
wezen in den oorlog verloren, en nu twintig jaar later er nog
steeds om treuren, om rouwen
[
]
De wereldcrisis van 1929, een logisch gevolg van den wereldoorlog
1914, is nog steeds niet ten einde: nog steeds zijn er over
heel de wereld honderdduizenden werklozen, die honger lijden
[
]
Spijts de acht miljoen dooden van 1914-1918 blijft het oorlogsspook
den vrede bedreigen, omdat nu TWINTIG JAAR LATER
de armoede nog steeds te slap bestreden wordt, omdat de ellende
in de kapitalistische landen over het hoofd gezien wordt, omdat
machtsmisbruik, hebzucht, heerschzucht, jaloezie, actieve en
passieve wreedheid, zelfzucht, strijdlust, nog steeds bij tallos
velen en in alle klassen bleven bestaan [
] [76]
Het artikel liegt er niet om. De dreigende internationale situatie,
de wereldeconomie die zich niet uit de malaise weet los te rukken,
de droefenis van degenen die het recente oorlogsverleden niet
kunnen loslaten, deze aspecten drukten een zware domper op de
sfeer van twintig jaar wapenstilstand. De vraag Welk nut heeft
het offer van 1914-1918 gehad?, wordt luidop gesteld.
Toch treffen we twee weken later een heel andere teneur aan.
Het Ypersche tracht een beeld op te roepen van de vreugde die
ieders hart vervulde bij het nieuws van de wapenstilstand. Nieuws
waarop jarenlang smachtend op werd gewacht:
Op 11 November 1918 [
], na vier lange jaren van
oorlog, van wee en ellende, kwam ons, als het kostbaarste St
Maartensgeschenk dat men toen verlangen kon, het nieuws van
den wapenstilstand, van het einde van den oorlog toe. Onnoodig
te zeggen dat deze blijde mare overal met de uitbundigste geestdrift
vernomen werd, doch vooral door de soldaten, die het geluk hadden
door den dood te zijn gespaard te worden, want voor hen beteekende
zulks het einde van hun lijden en de zekerheid van een blij
weerzien hunner naastbestaanden, en ook door de Yperlingen die
toen als bannelingen op den vreemde verbleven en bij wien alsdan
ook de hoop op een spoedigen terugkeer naar hun geliefde en
zoo diep beproefde moederstad begon te herleven. Men moet dien
dag beleefd hebben om te weten wat er toen in de gemoederen
der menschen omging, om de gevoelens te kennen waardoor allen
alsdan overmeesterd waren, om zich een gedacht te kunnen vormen
van de geestdriftige, jubelende vreugde welke dien dag overal
op de meest spontane en meest onverwachte manier tot uiting
kwam. Dergelijke gemoedstoestanden beleeft men maar eenmaal,
maar nu nog, alhoewel de uiterlijke tekenen der onuitsprekelijke
vreugde, die toen allen beving, nu achterwege blijven verwekt
elke verjaring van dien heuglijken dag bij allen de zoetste
herinneringen. [77]
De twee totaal tegenovergestelde sferen in de artikels benaderen
misschien wel meer dan ooit de realiteit van november 1938. Enerzijds
was er reden tot vreugde. Louter het feit dat reeds twintig jaar
het monster van de oorlog geketend werd, riep bij velen de vreugde
die men die dag voelde opnieuw op. Men werd daarbij echter geconfronteerd
met de harde realiteit: het leek er sterk op dat het niet al te
lang meer zou duren vooraleer de grote mogendheden elkaar opnieuw
te lijf zouden gaan. Het Duitsland van Hitler was oorlogs- en
wraakzuchtig voor de vernedering van Versailles 1919. Misschien
ook wel omwille van de angst voor een nieuwe oorlog klampte men
zich krampachtig vast aan de herinnering van de wapenstilstand,
aan de herinnering van de vrede, in de hoop dat ook de staatsleiders
tot bezinning zouden komen.
De fakkeltochten van de N.S.B.
Zoals gezegd had de N.S.B. na de Eerste Wereldoorlog de traditie
ingebouwd om enkele dagen voor 11 november fakkeltochten te starten
die door het hele land liepen om uiteindelijk op 11 november aan
te komen bij het Graf van de Onbekende Soldaat te Brussel. Deze
ceremonie verliep, net als de overige 11-novembervieringen, volgens
een grotendeels vastliggend stramien. We schetsen hier ter illustratie
de aankomst van de fakkel te Ieper vanuit Diksmuide in 1948 [78].
Weliswaar valt dit buiten de periode van het Interbellum, maar
dit lijkt, gezien het vaste verloop van deze ceremonie, niet zo
veel ter zake te doen. Bovendien is het jaar 1948 ook wel speciaal.
Het was de dertigste verjaardag van de wapenstilstand van de Eerste
Wereldoorlog, maar men was ondertussen geconfronteerd geworden
met de verschrikkingen die de Tweede Wereldoorlog met zich had
meegebracht. De confrontatie met een nieuwe wereldoorlog moet
voor veel oud-strijders van 14 - 18 een enorme schok
geweest zijn. Voor velen onder hen moet het aangevoeld hebben
of het offer dat zij gebracht hadden weggelachen werd door de
nieuwe wereldleiders. Hoe viel het immers te verklaren dat amper
twintig jaar na The War to end all Wars een nieuwe wereldwijde
gesel toesloeg, nog efficiënter in het doden en nog alomvattender
dan de Eerste Wereldoorlog?
Van veel punten in het land vertrokken Zondag laatst
de fakkels, die op 11 November aan het graf van de Onbekende
Soldaat te Brussel hebben gebrand. Ook in onze stad kwam Zondag
7 November de fakkel van de provincie aan. Symbolische plechtigheid,
die echter door de aanhoudende stortregens veel van haar verdiende
luister moest inboeten. Op het vastgestelde uur waren de deelnemers
aan de Haiglaan verzameld, waar de afvaardiging van N.S.B.,
komende van Diksmuide, verwacht werd met de fakkel. Rond 11
uur kwam een auto aangebold met de voorzitter van de N.S.B.-afdeling
Diksmuide, de heer Schallier, die de fakkel droeg, vergezeld
van zijn afgevaardigden (
) Voorafgegaan door 4 rijkswachters,
volgden de vlaggen van de plaatselijke oudstrijdersverenigingen,
en omsloten door de leden van de Ieperse brandweer kwam de groep
van N.S.B.-leden, waarin de Heer Schallier de fakkel droeg.
De optocht werd besloten door de vaandels van de Entente,
gevolgd van de voorzitters en afgevaardigden van de maatschappijen
aangesloten bij het Verstandhoudingscomiteit der Oudstrijders
en Gelijkgestelden [
]
Zo trok de groep oud-strijders naar het monument voor de Ieperse
gesneuvelden,
[
] waar front gemaakt werd voor het gedenkteken,
terwijl de vlaggen langs weerzijden ervan plaats namen. Majoor
Moesman, voorzitter van N.S.B.-Ieper en de Heer Schallier traden
vervolgens vooruit en nadat de klaroenen het Te Velde
geblazen hadden, richtte de Heer Schallier zich tot de Heer
Moesman. [
]
Schallier verklaarde vervolgens dat het hem een eer was om de
fakkel te mogen overhandigen, die nog diezelfde morgen ontstoken
was aan het monument voor koning Albert te Nieuwpoort. Ook benadrukte
hij de symbolische betekenis van deze fakkel, die voor de volgende
generaties een aansporing diende te zijn, om nooit de Eerste Wereldoorlog
te vergeten. Wanneer majoor Moesman vervolgens de fakkel in ontvangst
nam, bevestigde hij de symbolische waarde van de fakkel voor het
nageslacht. Na de plechtstatige overhandiging werd de Brabançonne
ingezet, waarna de Ieperse delegatie van de N.S.B. per wagen naar
Torhout vertrok, om daar de fakkel te overhandigen.
Deze fakkelceremonie barstte inderdaad van de symboliek. Door
de overdracht van de fakkel van de ene naar de andere afdeling
van het N.S.B. om uiteindelijk te Brussel te branden aan het graf
van de Onbekende Soldaat, werden alle aspiraties die de N.S.B.
maar kon koesteren verwezenlijkt. Enerzijds wordt door de tocht
die de fakkel aflegt de eenheid van de bond duidelijk gemaakt.
De eindbestemming Brussel toonde het Belgisch-patriottisch karakter
van de N.S.B., terwijl de fakkel zelf uiteraard symbool stond
voor het eeuwig brandend vuur dat in elke oud-strijder voortleefde.
De fakkel symboliseerde ook de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog,
die levend diende te worden gehouden opdat, zoals ze (= Moesman
en Schallier) zelf zegden, de volgende generaties nooit zouden
vergeten wat er gebeurd was en waarvoor men had gestreden.
----------------
[73] Het Ypersche
, 9de jaargang, nr. 30,
3 november 1928.
[74] Zoals bijvoorbeeld blijkt uit een artikel
getiteld Heldenhulde, in : Het Ypersche
, 7de
jaar, nr. 31, 13 november 1926
[75] Het Ypersche
, 9de jaargang, nr. 32,
17 november 1928.
[76] Het Ypersche
, 19de jaar, nr. 32,
5 november 1938.
[77] Het Ypersche
, 19de jaar, nr. 34,
19 november 1938.
[78] De berichtgeving werd overgenomen uit Het
Ypersch Nieuws. Onafhankelijk Nieuws- en aankondigingsblad voor
het arrondissement Yper, 13 november 1948, p.4. Het Ypersch Nieuws
was de voortzetting van Het Ypersche, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog
nog wel verscheen, maar na de bevrijding verdween. De eerste editie
van het vernieuwde weekblad kwam pas uit op 13 december 1947.