HOME

Slagen

Nomenclatuur Gastbijdragen

De herdenking van de Eerste Wereldoorlog te Ieper

 

Hieronder vind je de scriptie "Oorlog zonder einde - De herdenking van de Eerste Wereldoorlog te Ieper" die door Menno Claes werd gemaakt in het academiejaar 2000-2001, aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent, voor het behalen van de graad van Licentiaat in de Geschiedenis (Promotor: Prof. Dr. Bruno de Wever). De tekst van de scriptie werd aangevuld met fotomateriaal van de website www.wo1.be.

INHOUD

2.3 Impact van de Ieperse Furie

Dat de rellen en de opstootjes de gemoederen zodanig hadden verhit, dat een hele stad erdoor verdeeld werd, is wel gebleken uit de sterke verdeeldheid van de lokale, en nationale pers. De incidenten dreven de tegenstellingen tussen V.O.S. en de Nationale oud-strijders van N.S.B. ten top. De N.S.B. reageerde onmiddellijk op de rellen waarin de V.O.S. betrokken was geraakt. In een tweetalig bericht over de incidenten lezen we in Het Ypersche:

“De personen die verlangen het onderschrift te tekenen dat zal gezonden worden aan den Heer Minister van Landsverdediging tegenover die er genoegen in vinden onrust en wanorde te verwekken bij iedere onthulling van monumenten aan de gesneuvelden zijn verzocht zich te wenden tot den Heer Voorzitter der Federatie der Oudstrijders, in ’t Gasthof “St-sebastiaan”, statiestraat, voor Donderdag aanstaande.” [56]

In een ander, Franstalig artikel, getiteld Petits echos au sujet de la manifestation frontiste de dimanche dernier is er sprake van “l’odieuse demonstration anti-patriotique” [57].

Nu is reeds voldoende gebleken dat Het Ypersche op zijn zachtst gezegd niet pro-Vlaams was, en cruciaal daarbij is het feit dat ze, als belangrijk wekelijks tijdschrift voor Ieper, een grote invloed kon uitoefenen (en allicht ook heeft uitgeoefend) op de publieke opinie. Het weekblad streefde ernaar de belangrijkste nieuwtjes, die de Ieperse bevolking aanging of zouden kunnen aangaan, weer te geven. Zo hield het de bevolking op de hoogte van de stand van zaken wat betreft de uitvoering van de herstelbetalingen, het had aandacht voor alle lokale evenementen, bood een overzicht van wat elders in binnen- en buitenland gebeurde, versloeg de zittingen van de gemeenteraad, bood een forum voor lezersbrieven, en nam voor Ieper mogelijk interessante stukken uit andere kranten en tijdschriften over, al dan niet met eigen commentaar en opmerkingen. Bij politiek geladen artikels, was de toon zonder uitzondering patriottisch, of anti-Vlaams.

Een rechtstreeks gevolg van de Ieperse Furie was dat de V.O.S. sindsdien weg bleef van elke officiële herdenkings- of huldigingsplechtigheid, en voortaan, tot op heden, haar eigen plechtigheden en huldigingen organiseerde. Een specifiek voorbeeld hiervan zijn de traditionele huldigingen van de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog tijdens Allerheiligen. Gewoontegetrouw had de officiële, vaderlandse hulde plaats in de voormiddag; in de namiddag hield dan de V.O.S. haar huldiging aan de kerkhoven. Nu was het al voor de Ieperse Furie al België boven bij de herdenkingen, maar een logisch gevolg ervan was uiteraard dat de herdenkingen te Ieper voortaan helemaal in een sterk vaderlandsgezinde sfeer zouden doorgaan. Zo neemt tot op de dag van vandaag de N.S.B. een centrale plaats in bij de 11-novemberherdenkingen en speelt ook het Belgisch gezinde Last Post Comittee een belangrijke rol.

De gemeenteraadsverkiezingan van 1926

De rellen en onlusten ronde de onthulling van het monument kwamen op een cruciaal moment, te weten enkele maanden voor de Gemeenteraadsverkiezingen van 10 oktober 1926. Ook nu weer speelde Het Ypersche een niet onbelangrijke functie bij deze verkiezingen. Op de frontpagina van de editie van 9 oktober staat tekst en uitleg over hoe geldig te stemmen (het technische aspect van de zaak: hoe men de vierkantjes naast de namen van de kandidaten dient in te kleuren). Daarnaast treft men er ook twee artikels aan, ‘Souvenez-vous’ en ‘Vergeet het niet!’, waarin de Ieperse bevolking wordt aangemaand ook de ‘juiste’ stem uit te brengen. Het artikel raadt met name af om voor Lijst Twee, die van de frontpartij, te stemmen.

“Vergeet niet dat Borms en zijn “Raad van Vlaanderen” de medewerkers waren van de Moffen; dat zij hen spionnen en werkloozen leverden om hen te helpen het Belgisch Leger te verslagen in hetwelk Uwe zonen streden, Uwe broeders, Uwe echtgenooten; dat zij onder de Belgische soldaten den opstand aanstookten […]

Vergeet niet dat, terwijl onze dappere Helden zich door de Duitsche kogels aan stukken lieten kerven voor de verdediging onzer vrijheden, van onze onafhankelijkheid, van onze rechten en van ons goed […] de landverraders aan Hindenburgh gelukwenschen toestuurden ter gelegenheid van de Duitsche overwinningen […]

Vergeet niet de voorschriften van wijlen Onzen Grooten Kardinaal Mercier en de brieven der bisschoppen die de separatistische politiek afkeuren;

Vergeet nooit onze Helden, met duizenden op het slagveld gevallen, onze duizenden burgerlijks slachtoffers […]

Stemmen voor de lijst nr 2,

’t Is den burgeroorlog helpen voorbereiden, ’t is de offers onnutig maken van deze die hun jeugdig en edel bloed hebben gestort voor de schoonste aller zaken, ’t is het gemeen verraad goedkeuren van Borms en Cie tegenover hun land […]

Yper, waarvan de geschiedenis zoo glorierijk en zoo schoon is, zal zich niet lenen aan een opspraakverwekkende handeling met de vrijmakers van Borms, de verrader, van Borms, de Mof!!

Yper zal het aandenken der Helden, haar zonen, wier asschen op haar kerkhof rusten, niet willen bezoedelen met mede te helpen aan de vernietiging van ons geliefd België.

Yper zal niet stemmen voor de lijst nummer 2 […]”

Het artikel spreekt duidelijk voor zich. In onverbloemde taal wordt de bevolking aangespoord om zeker niet voor een partij te stemmen die door de krant duidelijk aanzien wordt als een groep landverraders. Wat echter opvalt, is dat met name de figuur van Borms afgeschilderd wordt als de vleesgeworden collaborateur. Op zich is Borms uiteraard een dankbaar mikpunt voor Belgisch-nationalisten, maar het schijnt toch vreemd dat niet dieper wordt ingespeeld op de eigen, lokale gebeurtenissen van de afgelopen zomer. Waarom werd van de Ieperse Furie geen gebruik gemaakt in de verkiezingspropaganda? Verwijzingen naar de verwerping van het Vlaams-nationalisme door Mercier en door het episcopaat zullen wel hun invloed gehad hebben op de sterk katholieke bevolking van de Westhoek medio jaren 1920, maar in feite boden de gebeurtenissen die enkele maanden tevoren bijna letterlijk in de eigen achtertuin plaatsgrepen toch het ideale propagandamiddel in de strijd tegen al wat naar flamingantisme en Vlaams-nationalisme rook.

Toch werd de materie niet gebruikt. Een mogelijke verklaring hiervoor lijkt te zijn dat de Ieperse Furie te gevoelig lag om als verkiezingsmiddel te gebruiken. Misschien was de algemene tendens er dan wel een van afkeuring van het eigengereide optreden van de V.O.S., maar de drieste acties en het nodeloze geweld van de rijkswacht om aan de V.O.S.-manifestatie een einde te maken, werd zonder twijfel door veel burgers afgewezen [58]. Dat men de Ieperse Furie niet heeft aangegrepen in de verkiezingsstrijd, toont tevens aan hoe verdeeld de publieke opinie in Ieper was. Een te expliciete veroordeling zou niet opportuun zijn, omdat men zo gematigde katholieke flaminganten al te zeer tegen de borst zou stuiten.

De verdeeldheid binnen het Iepers kiezerspubliek blijkt ook uit de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen in oktober van datzelfde jaar. De katholieken bleven nog wel de grootste partij, maar behaalden geen absolute meerderheid. Liefst alle vier de partijen (in volgorde van grootte: katholieken, Vlaams-nationalisten, socialisten en liberalen), zetelden in de gemeenteraad die vanaf 1 januari 1927 officieel de vorige ‘ploeg’ zou aflossen. Colaert bleef burgemeester, en haalde ook de meeste voorkeurstemmen. Opvallend is wel dat het verschil met Leuridan miniem was [59]. De katholieken haalden met 2363 stemmen zes zetels, de Frontpartij haalde 1985 stemmen, goed voor vier zetels. De socialisten en liberalen haalden respectievelijk 1557 en 1306 stemmen, goed voor drie zetels voor de socialisten en twee voor de liberalen. Het meest opmerkelijke is dat Leuridan, die als vijfde op de lijst van de fronters stond, niet als raadslid zou zetelen, ofschoon hij de meeste stemmen van alle fronters haalde. Toch zou hij, als plaatsvervangend raadslid, een mandaat opnemen in de gemeenteraad, aangezien de binnen de frontpartij als derde verkozen Verbeke, afstand deed van zijn mandaat. De katholiek Sobry, tevens eerste schepen, verwoordde het als volgt:

“Daar twee gekozenen regelmatig hunne verzaking hebben gekend gemaakt dient er gezien te worden of de twee eerste plaatsvervangers, namelijk MM. Robert Declercq en Jeroom Leuridan, kiesbaar zijn volgens de wet. Uit het onderzoek blijkt dat beiden zich in de vereischte voorwaarden bevinden, te weten: Belg zijn, meer dan 25 jaar oud, gehuisvest te Yper en geen veroordeling hebben opgeloopen die hen beletten zou den eed af te leggen. Dienvolgens heb ik den eer voor te stellen volgende beslissing te nemen: MM. Declercq en Leuridan gekozen te verklaren voor een termijn van zes jaar en onmiddellijk over te gaan tot hunne eedaflegging.” [60]

Blijkbaar had de arrestatie van Leuridan tijdens de Ieperse Furie geen noemswaardige gevolgen voor zijn politieke loopbaan en hoewel het liberaal gemeenteraadslid Glorie daar toch een aantal vragen over had, verzekerde burgemeester Colaert dat dit geen enkel probleem was: “M. Colaert sourit et pretend personellement ne voir aucun obstacle a l’election de M. Leuridan.” [61]

Hoewel de gerechtelijke consequenties van de Ieperse Furie voor de betrokkenen klaarblijkelijk goed meevielen, en ze Leuridan één van de populairste politici van de stad maakte, speelde de hele affaire nog een tijdlang mee in het hoofd van de Ieperlingen. Dit blijkt zeer mooi uit de verordeningen die werden uitgevaardigd naar aanleiding van het carnavalsfeest in februari 1927. In Het Ypersche lezen we: “Zeer belangrijk bericht.”

“Het komiteit van den karnavalstoet neemt de vrijheid aan alle deelnemende groepen te herinneren dat het feest uitsluitende gericht is met het doel Yper te doen herleven en handel en nijverheid te bevorderen.

Al degenen die medewerken aan het welgelukken van het feest zijn met GEEN ander gevoelens bezield.

De personen of groepen die in den stoet meegaan mogen noch door geroep, noch door gezang, aanleiding geven tot politieke of tot gelijk welk andere kritiek.

De personen of groepen die, niettegenstaande dit uitdrukkelijk verbod toch politieke of zogezegde politieke liederen zouden zingen, zullen uit den stoet gesloten worden en niet aan de trekking der premien kunnen deelnemen.” [62]

Het is duidelijk dat met deze verordening gealludeerd wordt op de Ieperse Furie van de vorige zomer. Ook de op het eerste gezicht nogal vage omschrijving “politieke of zogezegde politieke liederen” is in feite een meer dan duidelijke verwijzing naar de aanleiding tot de rellen tijdens de Ieperse Furie, het zingen van De Vlaamse Leeuw tijdens de optocht naar het gedenkteken.

De verkiezingen van 1932

Om de impact van de Ieperse Furie in een breder kader te plaatsen, kijken we ter afronding van dit deel naar de gemeenteraadsverkiezingen van 1932. In tegenstelling tot de verkiezingen van 1926 treffen we deze keer geen uitgesproken campagne aan tegen de Vlaams-nationalistische frontpartij of tegen eender welke andere partij [63].

Wanneer we de uitslag bekijken, blijkt dat de katholieken er enorm op vooruitgegaan zijn. Zij behaalden 3614 stemmen, bijna 1300 meer dan in 1926 (2363 stemmen, goed voor zes zetels). Ook de socialisten en de liberalen gingen erop vooruit, maar niet voldoende om meer zetels te halen: de socialisten haalden met 1959 (tegenover 1557 stemmen in 1926) opnieuw drie zetels; de liberalen bleven eveneens op een status-quo steken met twee zetels. Ze haalden 1555 stemmen, tegenover 1306 in 1926.

De grote verliezers van de gemeenteraadsverkiezingen waren de Vlaams-nationalisten. Zij verloren ten opzichte van 1926 585 stemmen (van 1985 naar 1400), en zagen hun aantal zetels in de gemeenteraad gehalveerd van vier naar twee.

Op alle vlakken waren de verkiezingen dus een overwinning voor de katholieken, want ook de individuele voorkeurstemmen vielen uit in het voordeel van de katholieken. Bij de socialisten kreeg Missiaen de meeste voorkeurstemmen (205), bij de liberalen haalde Van Alleynes 213 stemmen; en bij de nationalisten stak Leuridan met 189 voorkeurstemmen met kop en schouder uit boven de andere leden van zijn partij. De tweede op de lijst, Verbeke, haalde 79 stemmen. Bij de katholieken haalde Van der Mensch liefst 768 stemmen, en ook anderen bij de katholieken behaalden, in vergelijking met de kopstukken van de andere partijen, indrukwekkende resultaten [64].

De toch indrukwekkende stijging van de katholieken, en in mindere mate van socialisten en liberalen, kan niet enkel worden toegeschreven aan het verlies van de Vlaams-nationalisten. Er is gewoonweg een mathematische onmogelijkheid om het aantal stemmen, gewonnen door de drie andere partijen, te compenseren met het verlies van de Vlaams-nationalisten. De belangrijkste verklaring lijkt te liggen in de reeds behandelde bevolkingsstijging die na het einde van de Eerste Wereldoorlog geleidelijk werd inzette.

---------------

[56] Het Ypersche…, 3 juli 1926.

[57] IBIDEM.

[58] Cfr. artikel van de Standaard van 29 juni, waarin gewag werd gemaakt van pogingen van de omwonenden om vrouwen en kinderen uit de menigte te halen teneinde ze tegen het rijkswachtgeweld te beschermen.

[59] Colaert haalde 307 voorkeurstemmen, Leuridan 290, in : Het Ypersche,…, 7de jaar, no 27, 16 oktober 1926.

[60]. Het Ypersche…, 8 januari 1927.

[61] IBIDEM.

[62] Het Ypersche…, 7de jaar, no. 46, 26 februari 1927.

[63] Cfr. het artikel in Het Ypersche van 9 oktober 1926.

[64] Cornillie haalde bijvoorbeeld 503 stemmen, Lemahieu 411, Delhaye 353 en Vander Ghote 304 stemmen, in : Het Ypersche…, 12de jaar, no. 28.