|
Talbot House opent gerestaureerde Concert Hall
Talbot House krijgt een universele dimensie
Auteur: Jan Louagie - Talbot
House VZW
Op 15 mei 2004 vindt de officiële opening plaats van de
Concert Hall. Vanaf die datum krijgt een bezoek aan het Talbot House
een compleet andere invulling. Een en ander blijft niet beperkt
tot een andere toegang. Er is de nieuwe permanente tentoonstelling
over het leven achter het front, er is de nieuwe rol van het Slessorium
(badhuis), het masterplan voor de tuin en de projectie op groot
scherm van een concert party.
Talbot House - Every Man's Club
Eind 1915 openden legeraalmoezeniers Philip "Tubby" Clayton
en Neville Talbot in een prachtige 18de-eeuwse hophandelaarswoning
in de Poperingse Gasthuisstraat een alternatief ontspanningsoord.
De bezoekers vonden er 'a home from home', een plaats om de oorlog
te vergeten en om weer mens te worden. Van Talbot House beweerde
Tubby vaak dat de fundamenten zich in het dak bevonden. De unieke
sfeer konden de soldaten het best proeven in de zolderkapel, 'the
Upper Room'. Toen die evenwel steeds vaker te klein bleek, werd
eind 1916 de eerste verdieping van het naburige hoppemagazijn 'ingepalmd'.
Al vlug werd deze "Church Hall" ook gebruikt voor tal
van andere activiteiten: lessenreeksen, lezingen, debatten, cinemavoorstellingen,
schaaktornooien en concerten. Er traden komedianten, voordrachtkunstenaars
en goochelaars op. Verder was er een huisorkest en een eigen toneelgroep,
geleid door een 'artistiek directeur'. Zo groeide Talbot House met
zijn inmiddels omgedoopte 'Concert Hall' uit tot één
van de belangrijkste instellingen van het Britse Leger.
Toen Lord Wakefield of Hythe in 1929 voor het voormalige soldatenhuis
550.000 fr. neertelde, was het hopmagazijn inmiddels van eigenaar
veranderd. Dit gebeurde nog herhaalde malen in de daaropvolgende
decennia.
In 1996 greep de vzw Talbot House de historische kans om het -
intussen verwaarloosde - gebouw aan te kopen. Het werd in 1998 als
monument geklasseerd. Begin 2003 werden de restauratie- en herinrichtingswerken
aangevat, en op 15 mei a.s. wordt de kroon op het werk gezet met
de officiële opening.
Het hopmagazijn betekent een belangrijke aanwinst voor Talbot
House. Niet alleen wordt de historische eenheid met het Huis hersteld,
maar tegelijk biedt het gebouw nieuwe mogelijkheden om de vele
bezoekers beter te ontvangen - net zoals het dat deed tijdens
W.O. I - en een ruimere publiekswerking uit te bouwen.
Het nieuwe bezoekerscircuit
Graag willen wij u in dit artikel gidsen doorheen de uitgebreide
Talbot House-site. Het nieuwe circuit doet de verschillende gebouwen
en de tuin aan, in een inhoudelijk logische opbouw, en met een gevarieerde
mix tussen de grafische en audio-visuele presentaties in de tentoonstelling,
de tuin, de film, de authentieke locaties en de show op groot scherm.
1. Het bezoek start aan de ingang van het gerestaureerde
hoppemagazijn in de Pottestraat. De balie bevindt zich onder het
oude ophaalmechanisme waarmee de hoppebalen binnengehaald werden.
2. De hele benedenverdieping van het hoppemagazijn wordt ingenomen
door een permanente tentoonstelling over "Het leven achter
het front", waarin de betekenis van Poperinge als metropool
centraal staat. De bedoeling is hier vooral de onmisbare historische
context te schetsen waartegen het unieke karakter van Talbot
House beter in het licht kan worden gezet.
De tentoonstelling is opgevat als een reuze-fotoalbum
dat Tubby Clayton, de stichter van Talbot House, als het
ware doorbladert. Telkens hij een nieuw blad omslaat, komen we
in een ander thema, een andere wereld terecht. Tubby is overigens
doorheen de hele vernieuwde Talbot House-site, de alomtegenwoordige
gids.
De verschillende thema's worden telkens opgehangen aan
een 'landmark', een dragende figuur die via nagelaten geschriften
of beeldmateriaal een indringende kijk in dat specifieke thema
toelaat. Die 'landmarks' werden zorgvuldig uitgekozen. Op enkele
uitzonderingen na kwamen ze allemaal in Talbot House over de vloer.
Tijdens de voorbereiding van de tentoonstelling kregen we met
velen onder hen als het ware een persoonlijke band. We spoorden
hun nakomelingen op, die ons op hun beurt uniek bronnenmateriaal
ter beschikking stelden.
We spitsen ons voornamelijk toe op de ervaringen van die
'landmarks', niet op de situatie met feiten en data op zich, en
probeerden vooral te focussen op 1917, toen in de aanloop naar
de Slag bij Passendale de hele streek achter het front een ware
metamorfose onderging, en ook Talbot House het toppunt van z'n
succes beleefde.
Bladert u even mee in ons fotoalbum ?
Eenmaal in hun thuisland gerekruteerd, sturen we onze hoofdrolspelers
(en meteen ook onze bezoekers) direct richting front. Pas als hij
het geluk heeft z'n kennismaking met de hel te overleven, komt onze
soldaat in de streek achter het front (en in onze tentoonstelling)
terecht, ofwel heelhuids in één van de vele rustkampen,
ofwel gewond in één van de 15 veldhospitalen.
* Het leven in de rustkampen wordt opgehangen aan de figuur
van Lt. John Gamble die ons een hele reeks prachtige brieven heeft
nagelaten. In dit thema belichten we aspecten als logement van
man en paard, eten en smeren, wassen en plassen (de persoonlijke
en collectieve hygiëne), de vrijetijdsbesteding (sigaretje
roken, kaartje leggen, konijntje kweken, maar ook schilderij maken,
muziekstuk componeren of gedicht schrijven), verder nog de meer
georganiseerde ontspanning (voetbalmatch spelen, film bekijken
of concert bijwonen) en tot slot het contact met thuis (brieven
schrijven en krijgen) en voor hij weer naar het front gaat, z'n
testament schrijven
* Het thema medische zorg wordt gedragen door de gereputeerde
Amerikaanse neurochirurg Harvey Cushing, die tijdens de Slag van
Passendale in een veldhospitaal in Proven, genaamd 'Mendinghem',
tientallen schedeloperaties uitvoerde en over z'n verblijf aldaar
een gedetailleerd dagboek bijhield. Heel wat bronnenmateriaal
haalden we ook uit het persoonlijke archief van Cushing (Yale
University, USA). In dit thema belichten we de plaats van het
veldhospitaal in het evacuatiesysteem (transport en medische behandeling),
de werking ervan (van opname tot operatie), de moeilijke werkomstandigheden,
en vooral ook hoe personeel en patiënten er proberen te overleven,
of vaak ook niet
Ook achter het front staat alles rechtstreeks of onrechtstreeks
in het teken van de oorlogvoering. Dat wordt uitgewerkt in een drietal
thema's:
* De oorlog achter het front wordt uitgewerkt rond vier
figuren. Intelligence officer (en dichter)Edmund Blunden leidt
ons binnen in de wereld van informatie en communicatie. Piloot
Louis Strange, maakt zich van op Abeele Aerodrome klaar voor de
vlucht, 'schiet' luchtfoto's, laat bommen vallen en raakt verwikkeld
in luchtgevechten. Met kanonnier William Kingham lossen we in
Brielen granaten en sleuren we rond met kanonnen en howitzers.
Vanuit de luchtballon van waarnemer Goderic Hodges, boven de weg
tussen Loker en Dranouter, observeren we de vijandelijke artillerie.
* Werken achter het front, met specifieke aandacht voor
de aanleg van een hele infrastructuur in dienst van de oorlogvoering
(wegen, spoorwegen, loskaaien, werk- en opslagplaatsen). De centrale
figuur hier is de Chinese koelie, die als goedkope arbeidskracht,
zeg maar werkpaard, in onze streek werd ingespannen. Ook de wederzijdse
cultuurshock tussen 'Coolie' en de Westhoeker krijgt de nodige
aandacht.
* In het thema 'keeping up the spirit of war' komt het
'hooghouden' van het moreel in z'n twee uitersten aan bod: het
krijgen van ofwel een medaille (for God and the Empire), ofwel
de kogel (for the sake of example).
Een thema waar we meer dan gewone aandacht aan besteden tenslotte
is het zenuwcentrum van de hele Britse sector, de stad Poperinge,
door Edmund Blunden in 1917 omschreven als een van de zeven wereldwonderen
("ook al deden de zes andere even niet mee
"). Vertrekkend
vanuit van het stadsplan van Poperinge, een 'landmark' in de letterlijke
zin van het woord, behandelen we een aantal boeiende thema's:
* Het lot van de burgers: "C'est la guerre",
zei Albert Baert, en daarmee is meteen de toon gezet. Via z'n
dagboek en bijdragen in de Poperingse Keikop laten wij de bezoeker
kennismaken met de verschroeiende keuze van de burgers: vluchten
om het gevaar te ontlopen, of toch volhouden en in de streek blijven
met alle risico's van dien.
* De militaire bezetting van de stad belichten we aan
de hand van het dagboek van de Poperingse Town Major, de militaire
bestuurder, die zich bezighoudt met zaken als verkeer, hygiëne,
inkwartiering, politie, spionage, enz.
* De interactie tussen burgers en militairen wordt gedragen
door de prachtige getuigenissen van o.a. dagboekschrijver Achiel
Van Walleghem, onderpastoor van Dikkebus. We focussen hier vooral
op de bloeiende 'commerce' en het uitgangsleven (met de vele herbergen,
koffiehuizen voor de gewone soldaten; en de restaurants en clubs
voor officieren, zoals La Poupée en Skindles). Ook de vele
excessen krijgen hier hun plaats: hoge prijzen, dronkenschap,
kansspelen, prostitutie, vechtpartijen, enz.
Naast voormelde thema's worden een aantal alomtegenwoordige aspecten
'archetypisch' uitgewerkt. Ze brengen meteen ook wat afwisseling
in de presentaties. We denken hierbij meer bepaald aan:
* de communicatie met het thuisfront, en dit via officiële
fotografen en verslaggevers die de hele streek doorkruisten, van
alles en nog wat zagen, en het op een of andere manier vastlegden
voor het nageslacht - dus ook voor ons in deze tentoonstelling.
Via unieke bewegende beelden (Imperial War Museum & Rode Kruis)
kan de bezoeker de verschillende thema's van de tentoonstelling
op een andere manier smaken.
* de YMCA, die een zeer veelzijdige werking had (o.a.
een ruim aanbod van educatieve, sociale, religieuze en sportieve
activiteiten) wordt opgehangen aan de spilfiguur Barclay Baron,
die z'n hoofdkwartier had in gasthof 'De Kring' (Bertenplein,
Pops). Baron zou vanaf 1920 binnen de Toc H-beweging een voortrekkersrol
op zich nemen.
* de alomtegenwoordige entertainer. De troubadour van
dienst is Erskine Williams, een veelzijdig muzikant die als lid
van een regimentsmuziekkorps, orkest en concert party in de streek
tal van optredens heeft verzorgd, o.a. in onze eigenste Concert
Hall. Via z'n dochter konden we putten uit z'n dagboeken en brieven.
Erskine was bovendien een uitstekend tekenaar. Z'n schetsen illustreren
dan ook menig thema.
* de krijgsgevangene, die ingezet wordt bij de evacuatie
van de gewonden en de aanleg van wegen, of z'n dagen moet slijten
achter de prikkeldraad van de Provense gevangenkampen. Het thema
krijgt een persoonlijk gezicht in de figuur van Otto Höfer,
die dient in het befaamde Uhlanenregiment.
* en ten slotte is er nog het kind in de oorlog, gepersonaliseerd
door wie anders dan de zowat legendarische Talbot House-figuur,
Jeanne Battheu (1910-2001). Jeanne kwam voor het eerst in het
soldatenhuis over de vloer in december 1916 toen ze er een sinterklaasfeestje
bijwoonde. Later was ze ook getuige van enkele optredens in de
Concert Hall. Honderden keren speelde ze op de piano "de
top 10 van '14-'18". Een paar jaar voor haar dood legden
we haar verhalen op beeldband vast. De bezoeker krijgt er nu een
ruime selectie uit te zien.
Naast geschreven bronnen, foto's en documenten, laten we ook objecten
hun deel van het verhaal vertellen. Er zijn niet alleen een aantal
thematisch gebonden tentoonstellingskasten, maar er is vooral onze
Salvage Dump. Die kan het best omschreven worden als een 'hoop'
voorwerpen, zoals er hier tientallen in de streek waren, samengebracht
met de bedoeling ze te hergebruiken. In onze dump brengen wij een
aantal objecten samen die verwijzen naar de verschillende thema's.
Enkele pronkstukken zijn een pianola (die vele oorlogen heeft meegemaakt),
een bed uit het veldhospitaal van Remy, een draagberrie, een beschuitendoos,
een hondenkar, een 'spellewerkkussen', sporen en wielen van een
smalspoortreintje, een grammofoon, een typmachine enz.
De tuin - "de grootste kamer van het huis"
Na de inleidende tentoonstelling komt de bezoeker via het nieuwe
circulatie-element terecht in de tuin van Talbot House. Voor
wie dag na dag moest leven "in een wereld vol afgrijselijke
smerigheid", oefende die tuin een enorme aantrekkingskracht
uit. Overal koesterden soldaten zich als hagedissen half slapend
in de zon. Anderen vertoefden in het gezelschap van een kop thee,
een boek of een vriend. Via enkele kleine informatiedragers zal
de bezoeker voortaan ook het verhaal - of de verhalen - van de tuin
leren kennen. In het nieuwe bezoekerscircuit vormt de tuin als het
ware de draaischijf. Opdat ze die rol naar behoren zou kunnen vervullen,
maakte de vzw Talbot House een masterplan op dat de krijtlijnen
uit zet voor een volledige restauratie ervan gespreid over verschillende
jaren. Dit houdt o.a. het herstel of de heraanleg in van tuinpaden,
terrassen en beplanting. Intussen kreeg de tuin door de Dienst Monumenten
en Landschappen een beschermd statuut.
Het Slessorium
Vervolgens komt de bezoeker terecht in het badhuis uit 1930, alom
bekend als het Slessorium, genoemd naar z'n bouwheer Major
Paul Slessor, onder wiens leiding Talbot House in die jaren klaargestoomd
werd om de honderden pelgrims te ontvangen. Dat het gebouw nogal
imposant oogt, is te wijten - zo gaat het verhaal - aan de verwarring
die destijds rees tussen het continentale gebruik van centimeters
en meters tegenover de Britse inches en feet, waardoor het gebouw
eigenlijk 2,5 keer te groot zou zijn uitgevallen, in het licht van
dit project allicht een geluk bij een ongeluk
In de inkom
verwijzen we trouwens naar de vroegere functie van het gebouw.
In het Slessorium wordt het verhaal van Talbot House zelf
verteld, vanaf z'n opening in december 1915 tot 1931, met de aankoop
ervan door Lord Wakefield of Hythe en de schenking aan de vzw, kort
daarna gevolgd door de bouw van het badhuis voor de vele pelgrims.
Een centrale rol in het geheel speelt de nieuwe Talbot House-film
waarin Tubby via brieffragmenten niet alleen z'n moeder toen, maar
ook de bezoeker nu op sleeptouw neemt doorheen het Huis. Er wordt
aandacht geschonken aan de lichamelijke ontspanning op de benedenverdieping
(kantine, winkeltje, tuin), rust voor de geest op de eerste en tweede
verdieping (bibliotheek, lees- en schrijfkamers, ontspannende babbel
met de padre in z'n spreekkamer) en vrede voor de ziel in de unieke
kapel op de zolderverdieping. Jacques Ryckebosch, sedert 1985 zowat
het gezicht van Talbot House, kruidt het verhaal - op de hem eigen
manier - met tal van pittige anekdotes.
Ook het grootste object uit onze rijke verzameling krijgt in het
Slessorium een plaats: het gaat namelijk om Tubby's hut die
hij bewoonde toen hij in het voorjaar van 1918 Talbot House diende
te evacueren. Hij zette de werking van het Huis toen verder in een
vijftal hutten in een weide in Proven, genoemd 'Talbot Park'. Het
is de hut waarin hij zelf verbleef en waarin hij z'n beroemde 'Tales
of Talbot House' schreef, die in het Slessorium een plaatsje krijgt.
De padre was zo gehecht aan 'zijn' hut dat hij die na Wapenstilstand
liet verschepen naar Engeland en in de tuin van z'n ouderlijk huis
liet opslaan. Hij trok er zich in de loop van de volgende decennia
regelmatig in terug om nog meer boeken te schrijven. Toen het ouderlijk
huis verkocht raakte, werd de hut aan z'n lot overgelaten en takelde
langzaam maar zeker af. Toen ons ter ore kwam dat de huidige bewoner
ervan af wilde, trokken we met een vrachtwagen naar Engeland en
brachten de hut 'back home'. Een deel ervan wordt nu ingericht met
de persoonlijke spullen van de aalmoezenier (z'n pijp, boeken, grammofoon,
lantaarn, veldbed, paar portretten van familieleden, enz).
Nog heel wat meer objecten uit de Talbot House-verzameling
die we totnogtoe wegens plaatsgebrek of redenen van veiligheid en
bewaring niet aan het grote publiek konden tonen, krijgen nu voor
het eerst het daglicht te zien. Het gaat om voorwerpen die verbonden
zijn met personen en verhalen (boeken uit de oorspronkelijke oorlogsbibliotheek,
kelk en pateen, brieven en dagboek van Tubby, het oorspronkelijke
Visitors Book, enz.). Samen vormen die een aanvulling en uitdieping
van de film en de grafische panelen
Tubby's werkzaamheden beperkten zich niet tot Talbot House. Het
huis barstte letterlijk en figuurlijk uit z'n voegen. Een officierenclub
werd opgericht in het voormalige 'Skindles', een dochterhuis werd
opgestart in Ieper, 'Little Talbot House' genaamd, en bovendien
schuimde Tubby heel de streek achter het front af om z'n parochianen
te bezoeken. Ook die aspecten komen via een aantal displays in het
Slessorium aan bod. Op dezelfde manier belichten wij ook een aantal
hoofdrolspelers in het hele verhaal, zoals Maurice Coevoet, eigenaar-hophandelaar,
Gilbert en Neville Talbot, resp. inspiratiebron en grondlegger van
het Huis, en Arthur Pettifer, de befaamde ordonnans van Tubby.
Wie behalve de feiten en historische kennis ook nog daadwerkelijk
de sfeer in het huis wil opsnuiven, kan Talbot House binnenstappen.
Zowel Jacques Ryckebosch als de Britse 'warden' (huisbewaarder)
zorgen voor een persoonlijk welkom, geheel volgens de traditie van
de oorlogsjaren. Het interieur van het Huis is grotendeels authentiek
bewaard. Om het met de woorden van Jacques te zeggen: "the
soldiers have left their fingerprints". Het Huis kan overigens
niet alleen "bezocht" worden, het wordt ook nog dagelijks
"gebruikt" door logés. Niet minder dan 18 mensen
kunnen in het Huis overnachten volgens het "selfcatering"
principe, en zo werkelijk het Huis en zijn sfeer 'voelen'. Om die
belevingswaarde nog te verhogen, zal ook de volledig gerestaureerde
Chaplain's Room, Tubby's kamer, opengesteld worden.
Verblijfsbezoekers kunnen dan weer genieten van de huiselijkheid
en de rust van het prachtige salon en de middenkamer.
Na de rust en de huiselijke sfeer in Talbot House staat de eigenlijke
Concert Hall op het programma, zijnde de eerste verdieping
van het hopmagazijn. Het was deze ruimte die in 1917 de draaischijf
werd van een hele waaier aan recreatieve activiteiten, waaronder
vooral concerten. En het is precies via zo'n wervelende concert
party dat we de sfeer van toen willen oproepen. Het gaat om een
projectie van een fictief concert op groot scherm, geïnspireerd
op bronnenmateriaal uit het Talbot House-archief. Het gezelschap
dat voor ons optreedt, kreeg de welluidende naam de 'Happy Hoppers'.
Het gaat om een aantal soldaten verkleed als pierrots, met ook een
'vrouwelijk exemplaar' in hun midden, geïnspireerd op de figuur
van Titch, een jongen van 17 die in de Concert Hall destijds alle
vrouwenrollen voor z'n rekening nam.
De 'Happy Hoppers' brengen een medley van komische, dramatische,
sentimentele nummers uit die tijd, afgewisseld met enkele goocheltrucs,
dansjes en versjes. Het centrale nummer wordt 'Follow me Home',
gebaseerd op het waar gebeurde verhaal uit de zomer van 1917 waarbij
een onbekend kanonnier, die recht van het front kwam, de Concert
Hall komt binnengewandeld, het podium opstapt en daar voor een afgeladen,
met verstomming geslagen zaal een prachtig requiem zingt ter ere
van z'n gesneuvelde vriend, waarna hij het podium afstapt en in
de donkere nacht verdwijnt. De Concert Party werd overigens 'ingeblikt'
met levend publiek om er nog meer authenticiteit aan te geven.
Na de Concert Party heeft de bezoeker de gelegenheid in de gerestaureerde
zwavelkamer van de ast wat tot rust te komen. Via een sobere
presentatie wordt de bezoeker tot reflectie uitgenodigd. Talbot
House staat immers niet uitsluitend voor ontspanning en zorgeloosheid.
Vele 'Talbotousians' bleven op de slagvelden achter. Hun namen staan
opgetekend in het "Liber Vitae", dat voor de bezoeker
opengeslagen ligt. Op die manier brengen wij niet alleen het gebruik
van de Concert Hall als kapel in herinnering, maar krijgt een bezoek
aan Talbot House ook een actuele, zelfs universele dimensie. De
boodschap die het Huis wil uitdragen is er immers één
van vrede en verzoening
.
Dit laatste gegeven wordt nog versterkt door een presentatie over
Toc H, de caritasbeweging met de olielamp als symbool die
in 1919 uit Talbot House ontstond en die de daaropvolgende jaren
een enorme vlucht zou kennen. Tot op vandaag draagt de beweging
via talrijke activiteiten een boodschap van vriendschap, wederzijds
begrip en dienstbaarheid uit. Van deze werking wordt door middel
van een cd-rom getuigenis afgelegd.
Hiermee wordt in principe het bezoek afgesloten. Via de museumshop
met boeken over Talbot House, de oorlog aan en achter het front,
souvenirs en prentkaarten belandt de bezoeker weer op het punt van
vertrek.
Hopstore & hop story
In het kader van de restauratie van de Concert Hall wordt bijzondere
aandacht besteed aan het resterende industrieel-archeologische
erfgoed.
* Een eerste element springt reeds in het oog bij het binnenkomen
van het gebouw: in de inkomvide (die loopt tot in de nok van het
dak) wordt het ophaalmechanisme terug gemonteerd (klauwwiel
met luikoorden).
* De originele bakstenen werkvloer van het magazijn, waarvan
we het bestaan niet afwisten maar die onder een dikke betonplaat
werd teruggevonden, wordt ook in ere hersteld. Dit is eveneens
het geval voor de houten plafonds en staanders, waardoor alle
ruimtes hun stemmige karakter terugwinnen.
* De huidevetterskelder (wellicht einde 18de eeuw) met
het mooie baksteengewelf werd gerestaureerd, en de relatie met
de langsstromende beek hersteld en geaccentueerd.
* Dat is ook het geval voor de hoppeast met originele
luiken en rookdoorlatend lattenplafond, die tevens is opgenomen
in het reguliere bezoekersparcours.
Het hoppeverleden en de geschiedenis van de hophandelaarsfamilie
Lebbe, ruim anderhalve eeuw eigenaars van de hele site, geven Talbot
House en de Concert Hall een belangrijke lokale cultuurhistorische
betekenis. Poperinge is nog altijd dé Vlaamse hoppestad bij
uitstek. Het spreekt voor zichzelf dat de hele site en het hopmagazijn
in het bijzonder troeven bieden om in het spoor van het plaatselijke
hoppemuseum een stukje Poperingse geschiedenis te helpen vertellen.
Talbot House - praktisch
tickets
Omdat het geklasseerde Talbot House meer en meer te lijden heeft
onder het komen en gaan van vele duizenden bezoekers (vooral in
groep), zien we ons genoodzaakt - op aandringen van Monumenten en
Landschappen - maatregelen te nemen om de versnelde slijtage tegen
te gaan. Daarom wordt vanaf 15 mei elk bezoek in principe een individueel
bezoek. Er wordt niet meer gegidst voor groepen. Afhankelijk van
zijn persoonlijke interesse kan de bezoeker sneller of minder snel
door de tentoonstelling wandelen, meer of minder tijd doorbrengen
in de tuin, het Slessorium of het Huis. We hopen alvast dat dit
principe de rust en de kwaliteit van het bezoek zullen bevorderen.
Daarom ook worden 2 types van toegangstickets aangeboden:
- Ticket type 1 verleent geen toegang tot Talbot House
zelf, maar wel tot alle andere plaatsen. Een uitgebreide inleiding
op Talbot House krijgt de bezoeker voortaan in de permanente tentoonstelling,
en het verhaal van Talbot House wordt in het Slessorium geïllustreerd.
Beide zullen volwaardige en wetenschappelijk onderbouwde informatiebronnen
zijn. Bezoekers worden aangeraden minstens één uur
uit te trekken voor ticket 1.
- Ticket type 2 (all-in) verleent toegang tot alles, ook
Talbot House zelf. Dit ticket is bedoeld voor degenen die naast
de feitenkennis, in het spoor van vele tienduizenden soldaten
en pelgrims, ook nog eens de sfeer van het Huis willen opsnuiven.
Met ticket 2 zijn de bezoekers minstens anderhalf uur 'zoet'.
Hoe reserveren ?
* Telefonisch kan u controleren of uw gewenste tijdsblok nog
vrij is, maar een definitieve reservatie kan enkel schriftelijk
gemaakt worden, hetzij via ons reservatieformulier (op papier
of op de website),
hetzij via e-mail.)
* Essentieel is dat u aanduidt welk type ticket u verkiest. Het
is noodzakelijk dat we op voorhand weten welk soort bezoek uw
groep wenst.
* In samenhang met het type ticket, is het nodig uw aankomst-
en vertrekuur op te geven. Indien reeds een andere groep dat tijdsblok
gereserveerd heeft, zullen we u vragen een ander tijdsblok te
kiezen.
o Betaling gebeurt bij aankomst. Factuur is mogelijk.
Openingsuren en tarieven
Open: iedere dag, behalve maandag, van 9u30 tot 17u30, kassa dicht
om 16u30
Gesloten: op maandag, en van 24 december tot en met de 2e zondag
na Nieuwjaar
Groepstarief vanaf 15 personen en na voorafgaande reservatie.
Faciliteiten
* Voor groepen bestaat de mogelijkheid om de seminarieruimte
op de bovenverdieping van de Concert Hall te gebruiken voor
allerlei activiteiten, zoals lezingen, lessenreeksen, educatieve
opdrachten, enz. Deze ruimte maakt geen deel uit van het reguliere
bezoekerscircuit, zodat werken in een rustig, stemmig kader gewaarborgd
is. Er is plaats voor max. 60 personen.
* Buiten de openingsuren (d.w.z. op maandagen en op andere dagen
vanaf 18u) kan de eigenlijke Concert Hall (eerste verdieping)
gebruikt worden voor kleinschalige concerten, symposia, lezingen,
enz. Ze biedt plaats aan 120 personen. Podiumruimte en audiovisuele
uitrusting beschikbaar.
Friends of Talbot House
De Vriendenkring groepeert zo'n 500 mensen uit binnen- en buitenland
die interesse hebben voor het Huis en alles wat ermee te maken heeft.
De 'Friends' hun leden:
* een (vrij)blijvende band met Talbot House;
*drie maal per jaar een nieuwsbrief;
* de verzekering dat hun financiële bijdrage integraal het
onderhoud en de instandhouding van het Huis ten goede komt;
* gratis toegang tot de hele Talbot House-site op vertoon van
hun lidkaart;
* toegang via de voordeur in de Gasthuisstraat;
* uitnodiging op hun activiteiten, onder meer de jaarlijkse garden
party in september.
Voor meer informatie: zie de website van Talbot House.
|