|
Eind 2004 jaar kreeg de Elverdingse kerkvloer een nieuw tapijt.
Toen bij die gelegenheid de preekstoel een andere plaats kreeg,
en het oude tapijt verwijderd werd, kwam op die plaats onverwacht
een koperen gedenkplaat aan het licht, die verwees naar een in 1917
Britse officier, gesneuveld in Langemark, maar begraven op een militaire
begraafplaats in Elverdinge. De tekst op deze plaat (50 x 30 cm)
luidt :
Orate pro anima
CHRISTOPHER SEROCOLD TENNANT
2nd Lieut. Welsh Guards, of Cadoxton, Neath, Wales.
Born 1897. Fell in action 3rd Sept. 1917 near Langemarck. Aged
19
Dearly loved
Ex voto matre sua
Sancta Teresia a Jesu Infante ora pro nobis
In het nieuwe tapijt werd wijselijk en terecht beslist een opening
uit te sparen voor deze onverwachte ontdekking, en ze daarbij op
een verzorgde manier in te lijsten, waardoor dit stukje kerkgeschiedenis,
dat verwijst naar de Grote Oorlog, sindsdien weer te bewonderen
valt.


Boezingenaar Aurel Sercu, die eerder toevallig geïnformeerd
en meteen geïntrigeerd werd door deze herontdekking, heeft
zich de maanden erna vastgebeten in de geschiedenis van deze herontdekte
plaat en vooral van de persoon die ermee herdacht wordt. En ook
contact genomen met de familie in Engeland. (Christopher Tennant's
broer bleek helaas overleden in 2003, maar diens weduwe reageerde
heel positief op het contact.)
Op zaterdag 3 sept. 2005, dag op dag 88 jaar nadat Christopher
Tennant gesneuveld was (3 sept. 1917), gaf Aurel Sercu voor een
aantal geïnteresseerden van de Vrienden van het In Flanders
Fields Museum toelichting bij de betekenis ervan, tijdens een
van de Remembrances die deze vereniging van tijd tot tijd houdt
ter nagedachtenis van een bepaalde gesneuvelde.
Bij die gelegenheid werd ook een kader opgehangen aan de nabije
pilaar met enkele foto's en wat uitleg, ook in het Engels. Later
die avond werd een korte plechtigheid, met de Last Post, gehouden
bij het graf van Christopher Tennant en werden er bloemen neergelegd.
Voor foto's van deze uiteenzetting en plechtigheid, klik hier.
Het was de moeder van 2nd Lieutenant (George) Christopher Tennant,
van het 1ste Bataljon Welsh Guards, ondertussen weduwe geworden,
die deze herdenkingsplaat in de kerkvloer liet aanbrengen in de
jaren 1920. Later, in de jaren 1960, werd - met medeweten van de
familie - deze plaat bedekt door het vroegere tapijt, maar eind
2004 is ze dus weer eerder toevallig aan het licht gekomen.
George Christopher Tennant (maar in de familie steeds Christopher
genoemd) werd geboren in Wales op 10 oktober 1897, als eerstgeborene
in een familie met veel aanzien, als zoon van Charles Coombe Tennant
en Winifred Pearce Serocold. Een overgrootvader van Christopher
Tennant had in het begin van de 19de eeuw een kanaal aangelegd in
Zuid-Wales, waardoor latere generaties welgesteld werden. De familie
onderhield contacten met tal van prominenten, waaronder ook de toenmalige
Britse Eerste Minister, David Loyd George. Een van de bekendste
leden van de familie was een aangetrouwde oom van Christopher :
Henry Morton Stanley, de Afrikaanse ontdekkingsreiziger.

Wanneer Christopher 10 is, komt er een zusje in het gezin, Daphne,
dat echter na anderhalf jaar overlijdt. Een drama voor moeder en
zoon, maar hun sterk spiritistisch geloof sterkt hen. In 1909 en
1913 zal Christopher nog twee broers krijgen, Alexander en Henry.
Het gezin woonde de helft van het jaar in een manor house,
Cadoxton Lodge (foto hieronder), nabij Neath (Wales), en de rest
van het jaar in Londen. Christopher bleek een begaafd student, en
zou waarschijnlijk naar Trinity College in Cambridge gegaan zijn
na zijn middelbare studies, maar hij onderbrak zijn studies in 1916,
voor een militaire carrière. Uit plichtbesef.

Zijn opleiding tot officier deed hij in Sandhurst, en eind april
1917 voltooide hij die. De maand erop voegde hij zich bij zijn regiment,
de Welsh Guards.
Op 9 augustus 1917 kwam hij met een nieuwe lichting van 150 man
aan in Le Havre, en enkele dagen later, op 18 augustus bevond de
jonge officier zich met zijn eenheid in Proven, nog op veilige afstand
van de frontlijnen bij Langemark. Drie dagen later, 21 augustus,
was hij in Elverdinge. Het kanonnengebulder vond hij, zoals hij
in een brief aan z'n moeder schreef, "wonderful". En hij
voelde zich opgewekt ("in good spirits") en genoot van
"the great adventure".
Op 1 september 1917 is hij voor de eerste keer aan de frontlijn
: even ten westen van Langemark, ten zuiden van een hoeve die op
de loopgravenkaarten aangeduid is met Cannes Farm. Dit is
ongeveer tussen waar nu de Duitse begraafplaats is en de wijk Wijdendrift
(straat naar Bikschote).
Afgezien van de Duitse artilleriebeschietingen is het er rustig.
De hevige gevechten van 16-18 augustus, de Slag om Langemark, kort
na de Slag om Pilkem Ridge en nog in een beginfase van de Derde
Slag om Ieper, zijn stilgevallen. De Britten hadden vooruitgang
geboekt (Fortuinhoek), maar o.a. Langemark zelf hadden ze weer moeten
prijsgeven. En Haig had het bevel gegeven voorlopig niet te proberen
verder door te storten, maar af te wachten tot het IIde leger van
Plumer klaar zou zijn.
Christopher had z'n moeder dan ook gerustgesteld : "It is
a very quiet part of the line. Ik sta heel filosofisch tegenover
gevaar, en ik ben ervan overtuigd dat ik veilig zal terugkeren."
Die eerste dag aan de frontlijn schrijft hij aan haar : "Ik
zit nu in een dug-out in de frontlijn. Het is een vroegere Duitse
betonnen bunker, en heel sterk. Een Duitse loopgraaf eigenlijk,
die dus naar de 'verkeerde' kant gericht is, en veel inslagen vertoont
van obussen."
Deze brief van 1 september heeft Christopher echter niet kunnen
versturen. Hij werd gevonden op z'n stoffelijk overschot toen hij
2 dagen later sneuvelde. En dat geldt ook voor zijn laatste brief,
van 2 september. Daaruit de volgende zinnen :
"Alles is goed. Vannacht word ik afgelost. Tegen de tijd dat
je dit krijgt, zal je al weten dat ik het goed stel. Er is hier
niet zoveel te doen, de hele dag, behalve nu en dan wat slapen.
Vanmorgen ben ik in m'n gezicht geraakt door een stukje shrapnel,
maar het veroorzaakte nauwelijks een schram. Hier word je een echte
fatalist. God bless you."
Ook deze brief zou zijn moeder niet ontvangen. Op 6 september kreeg
ze een telegram van het War Office : "Tot onze spijt moeten
we u laten weten dat Second Lieutenant George Christopher Serocold
Tennant, 1st Bn. Welsh Guards, gesneuveld is op 3 september."
In de vroege morgen van die dag, om 4 uur, wanneer Christopher
vandaar juist weer vertrokken is naar Elverdinge ('s anderendaags
zou hij zelfs met verlof naar Parijs gaan), en hij zich bevindt
tussen Cannes Farm en de weg Langemark - Wijdendrift - Bikschote
(zie foto hieronder), ontploft een obus vlak bij hem. Hij wordt
getroffen in het gezicht, is bewusteloos en sterft enkele minuten
later. Hij was 19 jaar.

's Anderendaags wordt hij met militaire eer begraven op Canada
Farm Cemetery (Elzendammestraat, Elverdinge, plot II, rij D,
graf 1 ; het eerste graf links, zie foto hieronder). Zijn stoffelijk
overschot was gewikkeld in een laken en bedekt mety de Union Jack.
Een vlag met de Welshe draak was niet ter beschikking. Veel manschappen
van de Welsh Guards wonen de teraardebestelling bij. Minder van
zijn officieren, want deze bevinden zich nog aan het front in Langemark.



De dood van Christopher Tennant wordt ook vermeld in de History
of the Welsh Guards, in de passage waar het 1ste Bataljon Welsh
Guards afgelost wordt door het 2de Coldstream Guards. "Het
was tijdens deze laatste tour of Duty dat het regiment een charmante
jonge officier, Tennant, verloor. Een intelligente jongeman die
in de weinige dagen dat hij aan het front was, de grootste minachting
voor gevaar getoond had."
Reeds het jaar erop (1918) wordt door een vriend van de familie,
Sir Oliver Lodge, zijn biografie geschreven : "Christopher
- A Study in Human Personality". Zeer opvallend en aandoenlijk
is de intense en haast romantische verhouding die blijkens de gepubliceerde
briefwisseling heeft met zijn moeder, en ook uit hun diep geloof
in een later leven, in een duidelijk spiritistische betekenis. Beiden
waren overtuigd van een leven na de dood en van de mogelijkheid
om van de andere kant uit contact te nemen met de nog levenden.
De Dood was volgens hen niet meer dan een deur naar een voller en
vrijer leven. Het onderschrift onder aan de grafsteen luidt dan
ook : Resurrexit. (Hij is verrezen.)
Enige tijd voor z'n dood hadden moeder en zoon overigens duidelijke
afspraken gemaakt hieromtrent, en ze waren ervan overtuigd dat contact
na de dood zou blijven bestaan. Christophers moeder was overigens
een spiritistisch medium door wie de geesten zich manifesteerden.
Zij was verder ook een artistiek geïnteresseerde vrouw (schilderkunst
en poëzie), en politiek en sociaal geëngageerd. Zij overleed
in 1956.

Bijdrage: Aurel Sercu
|