|
2. DE IEPERBOOG
2.1. Ontmoetingsgevechten
- Ontbinding van de Ieperse
Ruiterijschool op 1 augustus 1914 : het
kader vertrekt terug naar de eigen
eenheden en de leerlingen worden
opgeroepen om deel te nemen aan de te
verwachten krijgsverrichtingen.
- De eerste Ulanen worden gesignaleerd
op 26 augustus tussen Westrozebeke en
Poelkapelle. De eerste gevechten met doden
vinden plaats op 11 september in de
omgeving van 't Hooghe.
- Op 7 oktober steekt het Duitse 4de
Cavaleriekorps vanuit het zuiden de Leie
over. De drie cavaleriedivisies brengen de
nacht door in Ieper, Voormezele en
Wijtschate. De volgende dag rukken ze
verder op in de richting van Frankrijk.
Bij de Catsberg stoten ze op hevige Britse
weerstand. Langzaam worden ze
teruggedreven tot de omgeving van
Ieper.
- Op 13 oktober komen de Britten Ieper
binnen vanuit de richting St.-Jan. De stad
wordt meteen volledig afgegrendeld. Zonder
pas kan niemand nog binnen of buiten. Ook
Franse troepen komen in de stad
legeren.
- Op "Schuwe maandag" 19 oktober worden
Duitse eenheden te Roeselare door een
restant Franse soldaten vanuit een
hinderlaag beschoten. Achteraf verdwijnen
de Fransen zonder dat de Duitsers
één Fransman gezien hebben.
De Duitsers besluiten dan maar : "Die
Zivilisten haben geschossen !"
Baldadigheden vanwege de Duitsers zijn het
gevolg : op veel plaatsen wordt brand
gesticht en op verschillende plaatsen
worden groepen burgers doodgeschoten.
- Het nieuws van de gebeurtenissen te
Roeselare verspreidt zich snel in de
dorpen tussen Roeselare en Ieper. Een
groot deel van de bevolking slaat, al dan
niet op bevel van de bezettende Britten of
Fransen, op de vlucht.
2.2. De eerste slag bij Ieper (19
oktober - 22 november 1914)
Vorming van de Ieperboog : botsing
tussen ervaren Britse en Franse actieve
eenheden en onervaren Duitse
reservisten.
2.2.1. De eerste slag bij
Langemark (21 - 23 oktober)
- Het komt tot een eerste massale
botsing tussen de beide kampen. De
Britten en Fransen hebben nog net de
kans gekregen om zich in een boog rond
Bikschote, Langemark en de
Steenakkermolen ("Totenmühle") te
St.-Juliaan te verschansen. De Duitse
taktiek bestaat er in de infanteristen
in rijen te laten opmarcheren in de
richting van de vijand, aanvalsgolf na
aanvalsgolf ...
- Duitse reservekorpsen, die
onvoldoende training hebben genoten,
worden na dagenlange marsen
onmiddellijk de vuurdoop ingejaagd. Ze
beschikken over weinig of geen middelen
als spaden, bijlen, e.d. om
loopgrachten aan te leggen. Schouder
aan schouder trekken ze op tegen een
goed verscholen en beschutte vijand in
Langemark.
- De Britse beroepssoldaten en de
Franse "poilus" die reeds ervaring
tijdens de Marneslag hadden opgedaan,
maaien de Duitse oprukkende "studenten"
bij massa's neer : de "Kindermoord" van
Langemark.
- De Duitsers slagen er niet in om
Langemark in te nemen en graven zich
uiteindelijk in.
2.2.2. De slag bij Geluveld (29 -
31 oktober)
30 oktober
Zandvoorde en Hollebeke vallen in
Duitse handen. De Britten trekken zich
achteruit tot Klein-Zillebeke en
St.-Elooi.
31 oktober
- Crisis-dag voor de geallieerden
! De Duitsers proberen door te
breken tussen Geluveld en
Mesen.
- Geluveld wordt 's morgens door
de Duitsers veroverd.
- French beveelt de Britse
terugtocht tot Frezenberg - 't
Hooghe - Klein-Zillebeke. Dit bevel
zal, op vraag van Foch, niet
uitgevoerd worden.
- In de namiddag valt een
artillerie-granaat op het kasteel 't
Hooghe waar de generale staf
vergadert. Algemene paniek is het
gevolg.
- In het gemeentehuis van
Vlamertinge kan Foch French
overtuigen om niet te wijken. Tevens
belooft Foch Franse
versterkingen.
- Het 2de Worcester-rgt herovert
Geluveld.
- Mesen en Wijtschate worden door
de Duitsers veroverd.
1 november
- Geluveld wordt weer door de
Duitsers veroverd
2 november
- St.-Elooi komt in Duitse
handen
2.2.3. De tweede slag bij
Langemark (10 - 11 november)
De Duitsers ondernemen nog maar eens
pogingen om Langemark te veroveren.
Tevergeefs !
Tijdens de eerste slag bij Langemark
was Bikschote enkele keren van bezetter
veranderd. Op 10 november veroveren de
Duitsers Bikschote definitief.
Volgens een Duits legerbericht werd
het "Deutschland über alles"
gezongen tijdens de bestorming van
Langemark en Bikschote.
Onwaarschijnlijk ! Begin van de
"Langemarck"-mythe.
2.2.4. De slag bij de Nonnebossen
(11 november)
De Duitsers zetten de (Pruisische)
Gardedivisie in om Ieper te veroveren.
Vanuit Geluveld rukken ze op tegen de
Nonnebossen en het Polygoonbos. De
Nonnebossen worden veroverd en Keizer
Wilhelm II houdt zich klaar om 's
avonds zijn intrede in Ieper te houden.
De Franse artillerie (75 mm) stuurt
echter de Duitse plannen in de war.
Besluit bij de eerste slag bij Ieper
: De Duitsers maakten een aantal fouten
in hun aanvalstaktiek:
- de soldaten hadden weinig
gevechtsopleiding genoten
- het schouder aan schouder
rechtop marcheren tegenover een goed
verschanste vijand met mitrailleurs,
staat gelijk met het op een
presenteerblaadje aandienen van
levende doelen
- gebrek aan werktuigen om
hindernissen op te ruimen en/of
verschansingen op te werpen
- door de te grote afstand tussen
het opperbevel (Gent) en de troepen
aan het front is er weinig
flexibiliteit tot het aanpassen van
aanvalsplannen aan gewijzigde
situaties.
2.3. De vergeten winter (23 november
1914 - 21 april 1915)
De winter deed zijn intrede en liet de
gevechten stilvallen. De troepen langs
weerszijden van de frontlinie groeven zich
in en probeerden zich zo goed als mogelijk
tegen de natuur te beschermen zonder
voldoende kleding en zonder geregelde
warme voeding. Voor het eerst maakte men
kennis met "pieds de tranchées" of
"trench-feet".
Hier en daar was er sprake van
verbroederingen waarbij soldaten souvenirs
en voedsel met de vijand uitwisselden. Na
de winter zou dit niet meer voorvallen. De
legerleiding probeerde dergelijke zaken te
voorkomen, later raakten de soldaten
verbitterd ten gevolge van de gevechten en
de lange duur en hadden ze nog maar weinig
zin tot communicatie met de vijand.
Het waren nu vooral Franse troepen die
de boog rond Ieper zouden bezetten, vanaf
Steenstrate tot aan 't Hooghe en
zuidwaarts. De Fransen verzuimden de bouw
van een doorlopende lijn met reserve- en
verbindingsloopgrachten en bouwden slechts
hier en daar mitrailleurposten die door
prikkeldraadversperringen met elkaar
verbonden waren. Hygiëne behoorde ook
niet tot hun prioriteiten. Toen de "Tweede
slag bij Ieper" op 22 april 1915 uitbrak,
lagen nog overal onbegraven lijken van
gesneuvelde Fransen en Duitsers van de
slag een zestal maanden vroeger. Op
sommige plaatsen werden zelfs lichamen in
de versterkingen "ingebouwd". Als er dan
al ergens verbindingsloopgrachten waren,
werden die als W.C. gebruikt. De
lijkengeur en de stank van de uitwerpselen
was dan ook werkelijk ondraaglijk. Het was
in deze situatie dat de Canadezen en
Britten terechtkwamen, toen ze in het
voorjaar van 1915 een deel van het Franse
front overnamen. Hun eerste werk was dan
ook de aanleg van een efficiënter
loopgravensysteem en het ontsmetten van
het terrein.
"Hill 60" was één van de
hoogtes van waarop de Duitsers een
uitstekend zicht op Ieper en de
frontstreek hadden. Dit was een doorn in
het oog van de Britten. Daarom werd de
heuvel op drie plaatsen ondermijnd en op
17 april 1915 liet men de springstof onder
de Duitsers ontploffen. Daarna bestormden
Britse soldaten de heuvel. Dit was echter
de plaats van waar de Duitsers
oorspronkelijk hun eerste gasaanval wilden
laten starten. Om de ontdekking van de
ingegraven gasflessen te voorkomen,
leverden de Duitsers helse gevechten om de
heuvel te heroveren. Pas op 5 mei slaagden
de Duitsers er in om de heuvel weer
volledig te bezetten.
2.4. De tweede slag bij Ieper (22
april - 25 mei 1915)
2.4.1. De eerste Duitse
chloorgasaanval (22 april)
Duits doel: de vastgelopen
frontsituatie d.m.v. een nieuw wapen
(chloorgas) doorbreken om alsnog de
kanaalhavens te bereiken.
Frontbezetting:
Op 21 april was de geallieerde
frontbezetting als volgt :
- De Belgische 6de divisie lag
langsheen de westelijke kanaaloever
vanaf Steenstrate richting
kust.
- Vanaf Steenstrate begon de
Salient met twee Franse divisies :
de 87ste Territoriale Divisie
(oudere reserve-soldaten) vanaf
Steenstrate tot ten noorden
Langemark; de 45ste Algerijnse
Divisie (vooral kleurlingen) hield
front vanaf het noorden van
Langemark tot aan de Brugseweg even
ten zuiden Poelkapelle.
- Vanaf de Brugseweg nam de
Canadese 1ste divisie het van de
Fransen over tot aan "Berlin Wood"
bij 's Graventafel.
- Vanaf Berlin Wood werd het front
verder gehouden door drie Britse
divisies, nl. de 28ste, 27ste en 5de
divisie.
Op deze korte afstand lagen dus
troepen uit België, Frankrijk, de
Franse kolonies, Canada en
Groot-Brittannië. Het is
vanzelfsprekend dat de verschillen in
taal, de manier van frontaanleg en de
bevelvoering, de samenwerking tussen de
diverse eenheden niet erg
vergemakkelijkte.
De Duitsers beschikten over heel wat
meer manschappen. Van noord naar zuid
was de Duitse troepenopstelling in de
Ieperse boog als volgt:
- Tegenover de 6de Belgische
divisie lag de 45ste Reserve
Divisie.
- Tegenover de twee Franse
divisies lagen achtereenvolgens de
46ste Reserve Divisie; de 52ste
Reserve Divisie en de 51ste Reserve
Divisie. Hieraan toegevoegd lag nog
de 4de Marine Brigade in de
reserve.
- Tegenover de 1ste Canadese
divisie lagen de 2de Reserve Ersatz
Brigade en de 38ste Landwehr
Brigade. Als reserve was er nog de
37ste Landwehr Brigade.
- Tegenover de Britse 28ste
divisie lagen de 53ste en 54ste
Reserve Divisies.
- Tegenover de Britse 27ste
Divisie lagen de 39ste en 30ste
Infanterie Divisies (XV. A.K.)
.
- Tegenover de Britse 5de divisie
lag de 3de Beierse Divisie.
22 april
- Langdurige periode van
schitterend weer.
- Voormiddag rustig.
- Vanaf de middag bestoken de
Duitsers eerst Ieper en later de
wegen rond Ieper met het 42
cm-geschut (Dikke Bertha).
- Tegen 17u.00 plotselinge
stilte.
- Plotseling stijgt een groengele
mistwolk (168 000 kg chloor) op uit
de Duitse loopgrachten tussen
Steenstrate en het Halfwegehuis op
de weg van Langemark naar
Poelkapelle.
- Met een lichte noordenwind
drijft de gaswolk in de richting van
de Franse troepen.
- Waanzinnige paniek. De
territorialen vluchten naar de
bruggen over het kanaal, de
kolonialen vluchten via
St.-Juliaan.
- Al het Franse
artilleriematerieel op de
rechteroever van het kanaal wordt
buiten gebruik gesteld.
- Er ontstaat een opening van zo'n
6 km in het front.
- De Duitsers verlaten hun
loopgrachten kort nadat het gas
gelost werd.
- Eén uur later is
Langemark veroverd en trekken de
Duitsers vooruit tot op de
Pilkemhoogte en Kitchener's Wood bij
St.-Juliaan.
- De Duitsers kunnen als het ware
Ieper binnen marcheren.
- Ze graven zich echter in (zoals
vooraf gepland was).
- De Canadezen kunnen, dank zij
deze pauze, gedeeltelijk de bres
dichten, met de hulp van een aantal
niet gevluchte Fransen en aan de
linkerflank te Steenstrate gesteund
door de Belgen.
2.4.2. De Duitse troepen rollen
het geallieerde front op (23 april - 3
mei)
23 april
- De Canadese 10de en 16de
bataljons (uit de reserve van de
Canadese 2de en 3de Brigades) zetten
de eerste (en enige gelukte)
geallieerde tegenaanval in tegen
Kitchener's Wood.
- Geddes' Detachment (samenvoeging
van bataljons uit de reserve)
lanceert een mislukte tegenaanval in
noordelijke richting vanuit St.-Jan
en Wieltje.
- Door de Duitse druk wordt de
Canades "apex" ten zuiden van
Poelkapelle afgeknot.
- Op 24 april om 1u.30 veroveren
de Duitsers Lizerne op de Fransen en
beschikken ze daarmee over een
stevig bruggehoofd aan de
linkeroever van het kanaal. Vanuit
deze positie kunnen ze de Belgen in
de flank bedreigen.
24 april: de slag bij
St.-Juliaan
- Om 4 u.00 lossen de Duitsers voor
een tweede keer gas, deze maal over een
breedte van 1 km in zuidoostelijke
richting vanaf de Brugseweg.
- De intensiteit van het gas is deze
keer veel sterker doordat de gaswolk
slechts enkele meters hoog reikt. Een
aantal Canadezen gaan bovenop de
borstweringen staan en steken zo met
het hoofd boven de gaswolk uit.
- De geallieerden wijken achteruit.
St.-Juliaan wordt de volgende nacht
door niemand bezet : beide kampen
dachten dat de tegenstrever het dorp in
handen had !
25 - 27 april : einde van de slag
bij St.-Juliaan
- In de vroege morgen van 25 april
"heroveren" de Duitsers
St.-Juliaan.
- "Hull's attack op 25 april
vanuit zuidelijke richting loopt
vast juist ten zuiden van
St.-Juliaan: de Duitse mitrailleurs
maaien vanuit de huizen van
St.-Juliaan de aanvallers neer.
- De salient wordt verder opgerold
tot de 's Graventafelridge (26
april) en later tot tegen de
oostelijke arm van de Hanebeek (27
april).
- De Fransen heroveren Lizerne op
27 april.
2.4.3. Reorganisatie van de
troepen - Inkrimping van de salient (4
en 8 mei)
- Sir Horace Smith-Dorrien,
bevelhebber van het Britse Second
Army en hoogste in rang in de
salient stelt op 27 april voor aan
Sir John French, het hoofd van het
Brits expeditieleger, om de salient
in te krimpen.
- Als antwoord krijgt hij het
bevel om het bevel over alle troepen
in de salient en zijn hele staf over
te dragen aan zijn ondergeschikte
Plumer.
- De nieuwe bevelhebber Plumer
krijgt enkele uren later de opdracht
om een nieuwe verdedigingslijn
dichter bij Ieper aan te leggen en
krijgt dus in feite het bevel om uit
te voeren wat Smith-Dorrien 's
morgens had voorgesteld en wat hem
zijn post had gekost.
2.4.4. De slag bij de Frezenberg
(8 - 13 mei)
- De week na 8 mei wordt er hevig
strijd gevoerd in het stuk salient
tussen Mouse Trap Farm en 't Hooghe.
Zowel Duitsers als Britten leveren
aanvallen die zich vooral situeren
in de omgeving van deze twee
plaatsen. Op zes dagen tijd hebben
de Duitsers de Britten
weggebombardeerd van de hellingen
rond Frezenberg. Op die manier
bekomen de Duitsers een vooruitgang
van maximaal 1 km.
- De Fransen zorgen voor een
positieve bijdrage als ze de
Duitsers op 15 mei weer over het
kanaal drijven tussen Steenstraete
en Het Sas. De Duitsers zullen
tijdens het verdere verloop van de
oorlog het kanaal niet meer
oversteken, tenzij als
krijgsgevangenen.
2.4.5. De slag bij de Bellewaerde
ridge (24 mei 1915)
- In de vroege morgen van 24 mei
lossen de Duitsers nog maar eens
chloorgas over de grootste
frontlengte tot nu toe : vanaf ten
zuiden van 't Hooghe tot nabij Turco
Farm. Het gas kon men na verloop van
tijd tot 30 km achter het front
ruiken ! De aanval was geen
verrassing meer voor de Britten en
de Duitsers behalen geen
sensationele resultaten meer en
boeken nergens nog een grote
vooruitgang. Het front loopt weer
voor twee jaar vast !.
Besluit bij de tweede slag bij
Ieper:
Fouten van de Duiters bij
hun eerste gasaanval:
- Tijdstip (tegen de avond)
- Onvoldoende reservetroepen en
munitie
- Geen flexibele bevelvoering : 2
uur na de gasaanval op 22 april lag
Ieper binnen handbereik. De Duitsers
hebben zich echter gehouden aan het
oorspronkelijke bevel : Langemark en
de Pilkemhoogte veroveren en zich
daarna ingraven.
Gebreken bij de
geallieerden:
- Het negeren van de talrijke
aanwijzingen dat de Duitsers iets
van plan waren.
- De oorlog "achter het front" aan
de Britse legertop van de
B.E.F..
Frontsituatie: ondanks de
(verschrikkelijke) mogelijkheden van hun
nieuwe wapen, zijn de Duitsers er niet in
geslaagd om Ieper te veroveren en door te
stoten naar Frankrijk. Het
verrassingseffect van gasaanvallen was
reeds verdwenen bij de laatste gasaanval
tijdens de tweede slag om Ieper.
Tientallen chemische aanvallen zullen
volgen, waarbij alle partijen dit wapen
zullen gebruiken. Nieuwe gassen, die veel
gevaarlijker zijn dan het oorspronkelijke
chloorgas, zullen ontwikkeld worden.
2.5. Van het westelijk front geen
nieuws (26 mei 1915 - 6 juni 1917)
Ongeveer twee jaar zou het betrekkelijk
rustig blijven in de Ieperse frontsector.
De Fransen en Britten leveren offensieven
in Artois, Champagne en aan de Somme. De
Duitsers richten hun aanvallen tegen
Verdun.
De bevelhebber van de B.E.F.,
veldmaarschalk John French, wordt in
december 1915 vervangen door Douglas Haig
(generaal, in 1917 veldmaarschalk).
De Duitsers herschikken hun troepen en
versterken hun verdedigingssysteem:
- Generaal Sixt von Armin
hergroepeert zijn 4de Leger met nieuwe
legerkorpsen.
- Drie verdedigingslijnen, bestaande
uit een loopgrachtennet en honderden
bunkers, worden aangelegd om elke
geallieerde doorbraakpoging te
verijdelen:
- Albrecht-Stellung : de frontlijn
na de tweede slag om Ieper :
Steenstraete - Pilkem - Mouse Trap -
Verlorenhoek - Zandberg - Klein
Zillebeke.
- Wilhelm-Stellung : Langemark -
Keerselare -Polygoon - Geluveld
- Flandern I-Stellung : Spriet -
Wallemolen - Broodseinde - Reutel -
Kruiseik
2.6. De mijnenslag en de eerste
Yperietaanvallen (7 juni - 30 juli
1917)
Geallieerd doel : Voorbereiding op de
"Derde slag om Ieper" : het rechttrekken
van de frontboog tussen de Ieperboog en de
Franse grens na de explosie van de mijnen
en de bestorming door Britse troepen van
de heuvels tussen Wijtschate en Mesen.
Duits doel: Met een nieuwe gassoort de
geallieerde tegenstand breken.
2.6.1. Bij
Wijtschate-Mesen: de slag bij Mesen (7
- 14 juni)
- Op 7 juni 1917 om 3u.10
ontploffen 19 mijnen tussen Hill 60
en Ploegsteertbos. Deze mijnen
(springladingen aan de uiteinden van
tunnels) werden gedurende anderhalf
jaar aangelegd door Britse
"Tunneling-Companies" onder de
Duitse stellingen op de
Wijtschateboog.
- De 16de Ierse divisie bestormt
Wijtschate en Oosttaverne.
- De Nieuw-Zeelandse divisie
verovert Mesen en rukte samen met de
3de Australische divisie op tot de
"Sehnen-Linie" (de Duitse tweede
verdedigingslijn tussen het kanaal
naar de Leie, over Oosttaverne tot
Gheer aan de Leie).
- Hill 60 wordt weer
veroverd.
- Hollebeke en Waasten blijven in
handen van de Duitsers.
Resultaat van de mijnenslag:
Wellicht de enige keer tijdens de
oorlog in de Ieperboog dat een beoogd
doel bereikt werd !
2.6.2. Ten noorden van Ieper:
Yperiet
Tijdens de nacht van 12 op 13 juli
beschieten Duitsers de 55de Britse
divisie tussen 't Wieltje en 't Hooghe
met mosterd- of "Yperiet"gas. De
volgende dagen herhalen ze deze
beschietingen langsheen de hele
Ieperboog en Nieuwpoort.
2.7. De derde slag bij Ieper (31
juli - 10 november 1917)
Geallieerd doel: Doorbreken van de
Duitse linies om de duikboothavens
Oostende en Brugge te veroveren.
Planning:
- Inleidend Brits bombardement met
2200 geschutsstukken gedurende 10
dagen
- Eerste fase: verovering van de
heuvelkam Geluveld - Westrozebeke
- Tweede fase: opmars tot de
spoorlijnen Roeselare - Torhout -
Diksmuide
- Derde fase: offensief in de
richting van Brugge en de kust in
samenwerking met (1) Britse
amfibie-troepen tussen Middelkerke en
Nieuwpoort en (2) het Britse IV Leger
vanuit Nieuwpoort en (3) het Belgisch
leger vanuit Diksmuide.
Frontbezetting:
Bij de geallieerden: Opperbevelhebber
Douglas Haig
- Langs de kust : Brits IV Leger
(Rawlinson)
- Van Nieuwpoort tot Drie Grachten :
Belgisch Leger (Koning Albert)
- Van Drie Grachten tot Boezinge :
Frans I Leger (Anthoine; 6 divisies
waarvan er 2 aan het offensief
deelnamen)
- Van Boezinge tot aan kanaal naar de
Leie bij Hollebeke : Brits V Leger
(Gough)
- Van Hollebeke tot de Leie : Brits
II Leger (Plumer)
- Samen 28 divisies (12 000
man/divisie; 8 tanks/divisie (tank =
rijdende bunker); 3 064 kanonnen)
Bij de Duitsers: IV Duits Leger (Sixt
von Armin)
- Kust tot Schore : Gruppe Nord (von
Schröder)
- Schore tot spoorweg naar Langemark
: Gruppe Dixmuden (XIV Legerkorps; de
Beaulieu)
- Spoorweg naar Langemark tot 't
Hooghe : Gruppe Ypern (III Beierse
Legerkorps; von Stein)
- Meenseweg tot aan de Leie : Gruppe
Wytschaete (IX Reservekorps;
Dieffenbach)
- Samen 17 divisies (6 750
man/divisie; honderden bunkers; 1 162
kanonnen)
De geallieerden hadden dus ongeveer
driemaal zoveel manschappen en artillerie
als de Duitsers.
Tactiek:
- Britten : Elke infanterie-aanval
wordt voorafgegaan door langdurige
artilleriebeschietingen.
- Duitsers : De voorste linies worden
dun bemand, "Eingreif-Divisionen"
houden zich achter de bunkerlinies
klaar om de voorste linies te bemannen
van zodra de artillerie-beschietingen
stoppen en de vijandelijke infanterie
van start gaat.
2.7.1. De eerste fase (31 juli -
28 augustus)
Doel: Aanvallen van het Frans I
Leger vanuit Boezinge en van het Brits
V Leger vanuit Ieper na 10 dagen van
artilleriebombardementen.
- 2.7.1.1. De slag bij Pilkem
(31 juli - 2 augustus)
- Verovering van Bikschote door
de Fransen.
- Britse veroveringen : Pilkem,
't Hooghe, Bellewaerde,
Hollebeke
- Britse veroveringen die
achteraf weer werden prijsgegeven
: Langemark, St.-Juliaan, 's
Graventafel, Westhoek
Opmerking : Drie tankkerkhoven:
St.-Juliaan, Frezenberg en
Zandberg
2.7.1.2. Verovering van de
Westhoek (10 augustus)
- Verovering van Westhoek
(Zonnebeke)
- Mislukte aanval tegen
Geluveld
2.7.1.3. De slag bij Langemark
(16 - 18 augustus)
16 augustus
- Het I Frans Corps bereikt
Drie Grachten en de
St.-Jansbeek.
- Britse veroveringen:
Fortuinhoek
- Britse veroveringen die
achteraf weer werden prijsgegeven
: Langemark, Keerselare,
Nonnebossen en Polygoon
22 augustus
- Tanks raken tot aan
Keerselare
23 augustus
- Tankaanvallen aan de
Meenseweg tot Zandberg:
verzonken
- Tankaanvallen aan de weg
Keerselare-Poelkapelle:
verzonken
Einde eerste fase:
- Troepenwijzigingen Duitsers:
Het XIV Legerkorps (Gruppe
Dixmuden) wordt op 23 augustus
vervangen door het Gardekorps
(Marschall)
Het III Beiers Korps (Gruppe
Ypern) wordt op 10 september
vervangen door het Gardekorps
(Dohna-Schlobitten)
- Troepenwijzigingen Britten:
Op 28 augustus geeft Haig het
bevel om alle acties te stoppen tot
het II Leger van Plumer klaar is. De
resultaten van het V leger (Gough)
waren als onvoldoende beoordeeld.
Plumer stuurt zijn ANZAC-troepen (2
legerkorpsen bestaande uit 5
Australische divisies en 1
Nieuw-Zeelandse divisie) op 18
september om een sector te bezetten
vanaf het kanaal naar de Leie tot
aan de spoorweg
Ieper-Roeselare.
2.7.2. De tweede fase (20
september - 12 oktober)
Wijziging in de Britse taktiek:
Plumer laat de artillerie nog meer
beschietingen uitvoeren. In plaats van
massale frontaanvallen komen er lokale
aanvallen met een beperkt doel.
- 2.7.2.1. De slag bij de
Meenseweg (20 - 25 september)
Britse veroveringen: Rose Farm
(ten westen van Poelkapelle), Wurst
Farm (ten noorden van 's
Graventafel), Bremen Redoubt,
Wilhelmstellung bij de Hanebeek,
Nonnebossen, hoek Polygoonbos, 't
Kantientje (Meenseweg),
Herenthage.
2.7.2.2. De slag bij het
Polygoonbos (26 september - 3
oktober)
- Britse veroveringen:
Schuler-Farm en de hoogte bij 's
Graventafel, Dochy-Farm en de
Passendalebeek, Centrum van
Zonnebeke, Polygoonbos en de
"butte"
- De Anzac-troepen nemen een
sector over ten noorden van de
spoorweg te Zonnebeke (28
september).
- De Duitsers voeren drie
nieuwe divisies aan voor de
omgeving van Zonnebeke en
wijzigen hun taktiek. Ze brengen
ook meer manschappen in de
voorste linies om bij een
infanterie-aanval meteen te
kunnen reageren.
2.7.2.3. De slag bij
Broodseinde (4 oktober)
- Britse veroveringen :
Poelkapelle, Lekkerboterbeek, 's
Graventafel, Tyne Cot,
Broodseinde, Molenaarselst,
Noordeindhoek (weg naar
Beselare), Reutel,
Polderhoek.
- Zeer hoge verliezen in beide
kampen !
- Plumer en Gough stellen op 7
oktober aan Haig voor om het
offensief te stoppen. Haig wil
echter 2 vaste wegen :
één naar Passendale
en één naar
Westrozebeke.
2.7.2.4. De slag bij
Poelkapelle (9 oktober)
- Franse veroveringen:
Mangelare, Veldhoek en rand van
Houthulstbos.
- Britse veroveringen: Koekuit
en herovering Reutel
- Mislukte Britse aanvallen:
Vijfwegen, oosten van
Poelkapelle, Wallemolen,
Passendale, Nieuwmolen.
- De hele frontbreedte tussen
Diksmuide en Armentières
wordt op 11 oktober met Yperiet
bestookt gedurende twee uur.
2.7.2.5. De eerste slag bij
Passendale (12 oktober)
- Alle aanvallen worden
afgeslagen : Houthulstbos,
Schaapbalie, oosten van
Poelkapelle, Wallemolen,
Bellevue-hoogte, Ravebeek,
Drogenbroodhoek.
- Op 13 oktober geeft Haig het
bevel om het offensief weer
tijdelijk te stoppen en te
wachten op beter weer en op de
komst van de Canadezen die de
Anzacs moeten aflossen voor de
aanval op Passendale (=
oorspronkelijk het eerste
aanvalsdoel bij het begin van het
offensief op 31 juli !).
- De Duitsers richten een
"Gruppe Staden" op tussen de
"Gruppe Dixmude" en "Gruppe
Ypern".
- De Duitsers trekken op 16
oktober van de Broodseinde
achteruit tot Drogenbroodhoek. De
Australiërs volgen echter
niet.
- Het Canadese Corps neemt
tijdens de nacht van 17 op 18
oktober het front van het II
Anzac-corps over.
2.7.3. De derde fase (26 oktober
- 10 november)
Resultaat van de gevechten tijdens de
derde slag bij Ieper:
- De voorbereidende
artilleriebeschietingen en de
beschietingen tijdens de slag zelf,
hadden het gevechtsterrein herschapen
in één ontoegankelijk
moerasgebied waar dorpen, boerderijen
en wegen verdwenen waren.
- Van de drie fasen was slechts de
eerste bereikt : er was weer de salient
met op de top ervan nog een
mini-salient : vanuit strategisch
standpunt bekeken een nachtmerrie om te
houden.
- Van de tweede fase kwam niets in
huis.
- De geplande aanval van het Brits IV
Leger langs de kust en de
amfibie-operatie (3de fase) was door de
Duitse aanval op de IJzermonding op 10
en 11 juli niet doorgegaan.
- Om de woorden van een Britse
bevelhebber te gebruiken : "Boche is
bad and boue is bad; but Boche and boue
together ..." (Duitsers zijn slecht en
modder is slecht; maar Duitsers en
modder tesamen ...)
- Duizenden niet-ontplofte granaten
bleven in de modder steken en zijn de
oorzaak van de jaarlijkse "ijzeren
oogst".
- Duizenden lijken bleven achter
tussen ander verzonken materieel.
- Het moreel van de troepen aan
weerszijden was sterk aangetast,
desertie was het gevolg.
2.8. Het Duitse lente-offensief (9 -
29 april 1918)
Duits doel : De Duitsers ondernemen hun
laatste poging om de kanaalhavens te
veroveren en zo de toevoer van troepen en
voorraden vanuit Groot-Brittannië af
te snijden.
9 april
De Duitsers starten hun offensief
tussen La Bassée en
Armentières en bereiken de Leie
bij Estaires.
10 april
De Duitse acties worden nu vooral
gericht ten zuiden van de Ieperboog.
Ploegsteert, Mesen en Hollebeke worden
door de Duitsers bezet.
Vanaf 12 april
De Britten trekken het gros van hun
troepen in de "Passendaalse" boog terug
en houden enkel de voorste linies
bezet.
13 april
De Duitsers boeken opmerkelijke
vooruitgang langs de hele frontlijn in
zuidelijke richting vanaf
Wijtschate.
16 april
- Ook de Britse voorposten hebben
nu de Passendale-boog verlaten. De
Britten geven dus zonder slag of
stoot het hele veroverde gebied van
de derde slag bij Ieper prijs en
bezetten weer hun stellingen van het
einde van de tweede slag, in 1915
!
- Ten zuiden van de salient rukken
de Duitsers op tot Belle, Dranouter,
Kemmel en St.-Elooi.
17 april
De Belgische 3de, 4de en 9de
divisies verijdelen tijdens de "Slag om
Merkem" een Duitse doorbraak ten
noorden van de salient.
25 april
De Duitsers veroveren de Kemmelberg
op de Fransen.
26 april
De Britten in de salient trekken
zich nog verder terug tot een lijn over
Wieltje, Potyze, Kruiskalseide en
Zillebeke-vijver.
29 april
De Duitsers eindigen hun offensief
met een laatste vooruitgang tot voor
Loker, de Clytte en Voormezele.
2.9. De Britse ontzettingsgevechten
(18 augustus - 6 september 1918)
In de zomer van 1918 begint het tij te
keren. De Britse vorderingen leiden tot de
ontzetting van Loker en de bevrijding van
Kemmel, Dranouter, Nieuwkerke, Ploegsteert
en Nieppe.
2.10. Het bevrijdingsoffensief (28
september - 11 november 1918)
Geallieerd doel: Tweede grootscheepse
poging om de Duitse linies te
doorbreken.
Frontbezetting:
- Legergroep "Vlaanderen" onder
leiding van Koning Albert : het hele
Belgisch leger + II Brits Leger
(Plumer) + Franse legerkorpsen (totaal
3 plus cavaleriekorps).
- De Belgen bezetten het front tot
aan de weg Zonnebeke-Ieper bij de
Bellewaerdebeek.
2.10.1. De eerste fase (28
september - 1 oktober)
Op 1 dag tijd (28 september) wordt
de hele salient heroverd !
- Langemark en Poelkapelle door de
Belgische 9de infanteriedivisie
- Passendale door de Belgische
Karabiniers en Grenadiers (6de en
12de infanteriedivisie)
- Zonnebeke en Broodseinde door
het 17de Belgische Linie (8ste
infanteriedivisie)
- Beselare door Schotten van de
Britse 29ste divisie
- Geluveld door de Worcesters (in
de Britse 29ste divisie)
2.10.2. De tweede fase (14 - 17
oktober)
Na een pauze van 2 tot 14 oktober
wordt het offensief hervat in de
richting van Wervik en de Leie.
Op 16 oktober komt er eindelijk
beweging aan het IJzerfont. Langs de
kust rukt men op tot Brugge dat op 17
oktober bereikt wordt.
2.10.3. De derde fase (31 oktober
- 11 november)
Het Belgisch leger rukt verder op na
heftige Duitse weerstand aan de Leie en
het kanaal Deinze-Brugge.
Op 11 november 1918 wordt een lijn
bereikt van Terneuzen over Gent, Bergen
en verder in de richting
Mézières en Sedan.
Om 11 uur, na 1568 dagen oorlog
zwijgen de wapens en daalt over het
westfont eindelijk stilte en vrede
neer.
Bron: © Robert Missinne, Interreg 1995, Lessenreeks
1914-18
|