|
Van s morgens heel vroeg en in de
stromende regen vielen de Duitsers op
zowat alle plaatsen aan de IJzer aan en
wachtte keizer Wilhelm II in Tielt op de
zegemelding. Frisse Duitse troepen werden
ingezet. Vijandelijk geschut opende overal
de aanval; waarna de infanterie tot de
actie overging. Aanvankelijk werden
successen gemeld. De Duitsers geraakten
over de spoorberm en omstreeks 07 uur
vielen Ramskapelle en Pervijze (station)
in handen van de soldaten van von Beseler.
Dat waren dan wel de enige punten waar de
Belgische linie doorbroken werd. Naast
Belgische werden ook Franse koloniale
troepen uit Algerië ingezet om
Ramskapelle te heroveren. Omstreeks 11 uur
begonnen daar lijf-aan-lijf-gevechten die
de hele middag en ook s nachts
voortgezet zouden worden. Het dorp kon
evenwel slechts gedeeltelijk heroverd
worden.
Op andere plaatsen meer naar het zuiden
werden de Duitsers door de verdedigers in
een defensieve stelling gedrongen. De 3de
Divisie nam wel 300 Duitsers gevangen,
maar erger was het bericht van de Vierde
Divisie dat nog slechts 12 van hun 23
kanonnen bruikbaar waren.
Om 20 uur werd de spuisluis opnieuw
geopend. Tot 01 uur kon het water
geruisloos de sloten en lage weiden
innemen. Vóór de spoorberm
lag een 2 km breed watertapijt en tot aan
Pervijze waren de weilanden uiterst
drassig geworden. Dit zou nog grote
problemen geven want het water uit de
polders kon nu niet meer via de Overlaat
van Veurne-Ambacht geloosd worden. Dit kon
door de Oude-Veurnevaart en het Kattensas
maar ten dele opgelost worden. Later werd
via het kanaal van Lo water afgevoerd,
maar het bleef beredderen.

Op 30 oktober 1914 bereikten de
Duitsers
het verwoeste Pervijze en
Ramskapelle
Een half uur vóór
middernacht maakte de 6de Duitse
Reservedivisie bekend dat de aanval niet
voortgezet kon worden. De Duitsers - die
geen Karel Cogge ter beschikking hadden -
veronderstelden dat de IJzer buiten zijn
oevers getreden was en hielden de zware
regenval van de voorbije dagen
verantwoordelijk voor de wateroverlast. Ze
hoopten toen nog dat de
ontwateringskanaaltjes dit ongemak vlug
zouden wegwerken...
De Duitse kapitein Otto Schwink schreef
over die gebeurtenissen een boek dat in
1919 in het Frans vertaald en in Brussel
uitgegeven werd:
In de ochtend van 30
oktober 1914 zou de vijand de
genadeslag krijgen. Om 6u30
begint de aanval. Onze troepen slagen
erin tot vlakbij Pervijze en de
spoorlijn door te dringen. Eén
regiment gelukt het zelfs om
Ramskapelle te bereiken. De
vijandelijke verdediging is gebroken!
Piloten melden kolonnes die naar Veurne
terugtrekken. Noch de kanonnen van de
Engelse oorlogsschepen die vanop 17 km
schieten, noch de ononderbroken
tegenaanvallen van Belgen en Fransen
slagen erin om de zegevierende troepen
van von Beseler een halt toe te roepen.
s Avonds is Ramskapelle volledig
in onze handen. Het vechten gaat in
alle hevigheid door.
s Anderendaags zal de aanval
hernomen worden. Maar tegen 23u30
meldt een stafofficier van de 6de
Divisie dat, wegens het stijgen van het
water, de aanval afgelast wordt. Wat
gebeurt er? Onze heldhaftige soldaten
blijven op post, maar het water reikt
op enkele plaatsen tot aan hun
knieën. De modder zuigt hen vast
en wie gaat liggen, is verloren...
Terugtrekken is gevaarlijk, maar dit
maneuver wordt schitterend uitgevoerd
ondanks de moeilijke oriëntatie in
dit ondergelopen land. Geen enkel
kanon, niet één gewonde
is in de handen van onze tegenstrevers
gebleven. De hele actie wordt zo
perfect uitgevoerd, dat de vijand pas
na ons vertrek beseft wat er
gebeurt... (citaat uit Le
Furnes-Ambacht submergé en
1914 - pag. 188-189).
Met dank aan :
- Jacques Bauwens - tekst
- Dirk Debacker - "Die Nobele
Rose
|