|
In de zomer van 1971 zijn André Becquart en zijn zoon
Ignace aan het jagen in het Croonaertbos te Wijtschate-Heuvelland.
Wanneer ze de vermoedelijke schuilplaats van een gewond konijn
beginnen uit te graven, gaat de grond plotseling schuiven
en wordt een diepe schacht zichtbaar.
Eigenaar Becquart vraagt een aannemer om deze gedeeltelijk
vrij te maken en laat meteen ook de vier aanwezige bunkers
op het domein uitgraven, terwijl er zelfs nieuwe loopgraven
worden aangelegd.
Het 'Frauenlob'-museum is geboren. Tussen 1972 en 1986 zakken
tienduizenden bezoekers af naar het Becquartdomein en naar
diens museumcollectie, waar allerhande gevonden wapentuig
wordt tentoongesteld.
Na Becquart's overlijden geraakt de site in verval tot de
gemeente Heuvelland in 1998 denkt aan restauratie en hiertoe
de Association for Battlefield Archaeology in Flanders (ABAF)
contacteert. In de loop van 1999 verricht ABAF in Britse en
Duitse legerarchieven een diepgaand historisch onderzoek rond
het Croonaertbos en voert er tevens een aantal voorbereidende
werken uit.
Deze beslaan ondermeer een uitgebreide verkenning van de
mijnschacht, het intekenen van de bunkers in betonstenen en
het opsporen van het origineel loopgravenstelsel.
|