|
Op 4 augustus 1914 laat student René Deckers, afkomstig
uit een welgestelde Brusselse familie, zich inschrijven als
oorlogsvrijwilliger. Als heftig antimilitarist wil hij ten
strijde trekken om met het Duitse militarisme korte metten
te maken. Maar dat valt niet mee.
Bij de ontredderde aftocht van het Belgisch leger richting
Westhoek en de omzwervingen van het Vrijwilligersregiment
in Noord-Frankrijk beseft hij hoe klein en eenzaam de gewone
soldaat is.
Aan het front in Ramskapelle later in Steenstrate en Drie
Grachten moet hij net als andere infanteristen als een reptiel
door de modder kruipen om de artillerieduels te overleven.
Het is bijna een wonder hoe hij het er altijd weer heelhuids
vanaf brengt. Begin 1916 kan hij muteren naar de artillerie,
eerst als telefonist, later als waarnemer in de sectoren Drie
Grachten, Diksmuide, Pervijze en zelfs van uit een namaakboom
bij Steenstrate.
René Deckers had lak aan militaire discipline, aan
kazernetoestanden had hij een broertje dood. Niet te verwonderen
dus dat zijn militaire dienststaat gekruid wordt met een goedgevuld
strafblad omdat hij een dag te laat uit verlof kwam of omdat
hij eenvoudig weigerde aardappelen te schillen : kleine vergrijpen
die een hoge drempel vormden om een officieren carrière
te kunnen maken.
Auteur : André Gysel °1942, leraar Nederlands
en geschiedenis, Sint-Aloysiuscollege, Diksmuide, Toeristische
Gids voor de Westhoek en Natuurgids in de Blankaart. In een
streek die door de Grote Oorlog werd getekend, gaat zijn bijzondere
belangstelling uit naar alles wat enigszins met 14-18 verband
houdt.
|