In Flanders Fields Museum niet erkend als cultureel-erfgoedinstelling
09 maart 2018 - Ieper - Bron: Kabinet Gatz
De Vlaamse Regering heeft beslist om in de beleidsperiode 2019-2023, naast het M HKA en KMSKA, geen bijkomende collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties aan te duiden als cultureel-erfgoedinstelling.

Het Cultureelerfgoeddecreet van 2017 laat de Vlaamse regering, naar analogie met de kunstinstellingen, toe om grote collectiebeherende organisaties (musea, culturele archiefinstellingen, erfgoedbibliotheken) met een internationaal en excellent niveau van cultureel-erfgoedwerking aan te duiden als cultureel-erfgoedinstelling. Collectiebeherende organisaties konden zich hiervoor vrijwillig kandidaat stellen.

Deze ‘cultureel-erfgoedinstellingen’ dienen toonaangevend te zijn op het vlak van kwaliteit en van management. Ze vormen een internationale referentie, een uithangbord en spelen een grote algemene of specifieke maatschappelijke rol voor Vlaanderen. De wijze waarop de cultureel-erfgoedwerking uitgevoerd wordt, geldt als voorbeeld voor andere spelers in het cultureel-erfgoedveld. Een cultureel-erfgoedinstelling is m.a.w. landelijk maar vooral ook internationaal een vuurtoren van en voor Vlaanderen.

Door hun bijzondere status als Instellingen van de Vlaamse Gemeenschap met internationale ambitie en met reeds een substantiële subsidiëring door de Vlaamse overheid, werd wel eerder al beslist het M HKA en het KMSKA automatisch  aan te duiden als cultureel-erfgoedinstellingen.

7 bijkomende musea dienden op 15 december 2017 een aanvraag in voor de erkenning tot cultureel-erfgoedinstelling:
  1. Gallo-Romeins Museum, Tongeren
  2. In Flanders Fields Museum, Ieper
  3. Musea Brugge
  4. M-Museum Leuven
  5. Museum voor Schone Kunsten Gent
  6. Mu.ZEE, Kunstmuseum aan zee Oostende
  7. Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, Gent
Om als cultureel-erfgoedinstelling aangeduid te worden, moet een organisatie voldoen aan zeven criteria:
  1. de functies uitvoeren op internationaal niveau;
  2. over een collectie cultureel erfgoed van minstens landelijke betekenis beschikken;
  3. een cultureel-erfgoedwerking ontplooien met een internationale schaalgrootte en reikwijdte;
  4. een dienstverlenende rol vervullen op landelijk niveau, indien van toepassing;
  5. voldoende scoren op maatschappelijke en culturele inbedding en engagement;
  6. over een adequate infrastructuur beschikken voor de uitvoering van de functies;
  7. volgens de principes van goed bestuur een performant zakelijk en financieel beheer voeren met een dynamisch management en een solide financieel beleid.
Zes van de zeven aanvragers voldeden echter niet aan minstens één van de criteria. Daarnaast waren er per criterium nog aandachtspunten. Twee  musea voldeden ook niet aan het decretale minimum op het vlak van publieksbereik, nl. gedurende de afgelopen vijf jaar minstens drie jaar 120.000 bezoekers per jaar tellen of de haalbaarheid daarvan aantonen.

Naast het M HKA en KMSKA zullen er dan ook geen bijkomende musea aangeduid worden als cultureel-erfgoedinstelling.

Minister Sven Gatz: “Uit de adviezen blijkt dat de musea-aanvragers in een groeiproces zitten. Maar er zijn nog werkpunten met betrekking tot alle criteria om een voorbeeldfunctie te vervullen. Ik denk bijvoorbeeld aan investeringen op het vlak van collectiebeleid, infrastructuur, een beter digitaal beleid en op vlak van publiekswerking. Dit is niet enkel de verantwoordelijkheid van de musea zelf. Ook de bevoegde overheden dienen, binnen deze sector met historische achterstanden, een rol te spelen. Als bevoegd minister wil ik me daarom ten volle engageren om die noodzakelijke financiële inhaalbeweging te maken.”

De aanvragen van de musea die wensten aangeduid te worden als cultureel-erfgoedinstellingen, worden in een volgende fase behandeld door de Beoordelingscommissie Landelijke Musea. Deze commissie zal adviseren over de landelijke indeling en de werkingssubsidies voor de beleidsperiode 2019-2023. De Vlaamse Regering hierover is voorzien op 1 oktober 2018.