Voorlopige bescherming van WO1-slagveld van Bellewaerde Ridge in Zillebeke
20 augustus 2018 - Zillebeke - Bron: Kabinet Bourgeois
KABINET VAN DE MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN BUITENLANDS BELEID EN ONROEREND ERFGOED

Voorlopige bescherming van het Eerste Wereldoorlog-slagveld van Bellewaerde Ridge in Zillebeke, Ieper



© Agentschap Onroerend Erfgoed

Geert Bourgeois, Vlaams minister-president en Vlaams minister van Onroerend Erfgoed, heeft het Eerste Wereldoorlog-slagveld van Bellewaerde Ridge in Ieper (Ieper, Zillebeke) voorlopig beschermd als archeologische site.
 
In de aanloop naar de 100-jarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog onderzocht het agentschap Onroerend Erfgoed het resterende oorlogserfgoed, ook onder de grond. “Het kraterveld van Bellewaerde Ridge blijkt het best bewaarde kraterlandschap van de Westhoek. Het is een oorlogslandschap met zeer gedifferentieerde, goed bewaarde archeologische sporen. In het geheel en door de samenhang van de kraters en de goed bewaarde loopgraaf- en schuilplaatsrestanten is het een archeologische site met grote erfgoedwaarde”, aldus minister-president Geert Bourgeois.

Bij het navorsen van het ondergrondse oorlogserfgoed is gekeken naar de verwachte aanwezigheid van allerlei structuren en de bewaringsgraad van de sporen en de vondsten. Op basis van luchtfoto’s is in Bellewaerde zowel de Duitse als de Britse frontlinie gelokaliseerd. Op het terrein blijkt dat plaatselijk slechts 10 cm onder de graszode al de beschoeiingsplaten van de loopgraven tevoorschijn komen. De weide is na de oorlog oppervlakkig geëgaliseerd en later niet tot op grote diepte gesaneerd, waardoor de bewaringsgraad van de archeologische sporen optimaal is.
Na de oorlog liet de eigenaar een groot gedeelte van het zwaargehavende terrein spontaan verbossen, zodat het reliëf er min of meer ongemoeid bleef. Op het bos sluit een weidegebied aan, waarin de kraters na de oorlog enkel oppervlakkig geëffend zijn. De weide bleef nadien onaangeroerd, wat vrij uniek is. 

De meest noordelijke krater bleef bewaard in het bosje. Het bosje stond tijdens de oorlog als Railway Wood bekend. Hier bouwden de Britten na 16 juni 1915 een heus bolwerk uit.

Naast het goed bewaarde ‘oppervlakkig’ archeologisch erfgoed zitten dieperliggende structuren onder de grond verborgen. Aan de kraters is een netwerk van tunnels verbonden. Schachten om de tunnels aan te leggen en de ondergrondse activiteit af te luisteren zitten her en der verborgen. Het gedenkkruis van de Royal Engineers brengt 12 niet geborgen Britse soldaten in herinnering, die omkwamen bij een ondergrondse confrontatie of door een ontploffing in een tunnel. In de kraters rusten talrijke soldaten, die verrast werden bij de mijnontploffingen. Daarnaast is er onder Railway Wood een uitgebreide ondergrondse schuilplaats uitgegraven (Cambridge Road Dug-outs).

Procedure

Na de voorlopige bescherming organiseert het gemeentebestuur een openbaar onderzoek. Op die manier heeft iedereen de kans om opmerkingen of bezwaren kenbaar te maken bij de gemeente. Binnen negen maanden beslist minister-president Geert Bourgeois over een definitieve bescherming.