Praktische info
Naam
DE ZEGHER
Voornaam
EMIEL (Mieltje Zegher)
Geboortedatum
04/05/1893
Extra informatie
In Poperinge was hij gekend als 'Mieltje Zegher'. Hij was de zoon van Jules de Zegher, schrijnwerker, afkomstig van Reningelst, en van Leontine Logye. Vóór 1914 woonden zij in de Komstraat 52 (Rue du Bassin). Hij had nog twee jongere zusters, nl. Marie-Louise, die huwde met Maurice Bottecaer, en Rachel, die huwde met Charles Degroote, oud-uitbaters van café 'De Tram' op de Grote Markt te Poperinge. Emiel liep school te Poperinge (Kouter)en als eerste van de Lagere School mocht hij naar het College. Daar vroegen zijn medeleerlingen: "Wuk komme gie hier doen, je ku gèn Frans?" Een van de schoolmeesters nam hem onder zijn bescherming. Mieltje moest elke dag meester zijn Frans dagblad meebrengen uit de winkel, de dag erna kreeg hij de krant, moest hij minstens één artikel lezen en aan de meester vertellen wat hij gelezen en verstaan had. Dit kostte veel inspanning. Elektriciteit was er niet en alles verliep 's avonds met de 'Carbure-lantaarn en spiegel', terwijl de twee zussen moesten gaan slapen, want Emiel mocht niet gestoord worden. Met zijn gekend doorzettingsvermogen was hij op het einde van het jaar, de eerste. Op zijn 17e trok hij naar de militaire school te Menen. Bij het uitbreken van de oorlog in augustus 1914, werden zij als eersten naar het front gestuurd. Eerst naar Antwerpen en later te voet naar de IJzer. Nonkel vertelde dat zij zich vasthielden aan wagens en schier slapend doorstapten. Het leven in de loopgrachten was niet te beschrijven: 's morgens kregen zij brood en moesten dit op hun bajonet steken, zoniet waren de ratten er mee weg. Het ergste voor Emiel moest echter nog komen. In oktober 1915 werd hij tijdens een patrouille met een vriend, bij het inslaan van een bom, de lucht ingeslingerd. Beiden zijn er op handen en voeten naar de dichtst bij zijnde hoeve gekropen Ze hoorden Duitse soldaten en Mieltje en zijn kameraad hielden zich voor dood. Om zeker te zijn dat ze dood waren, staken de Duitse soldaten hun bajonet in Mieltjes dij en zijn kameraad kreeg de bajonet in zijn maag, met de dood tot gevolg. Hoelang zij daar gelegen hebben, wist hij niet te vertellen, maar zij werden gered door een Belgische patrouille. Hun beide lichamen zaten vol schrapnels. Zoals iedere dag deed een 'lorrie' de ronde om de lijken en de gewonden op te halen. Daar er in het onbezette deel van België nog weinig plaats restte in de hospitalen werd de 'lorrie' met de gewonden naar Engeland overgebracht, nl. naar Oxford. Vanaf dat moment herinnerde nonkel Emiel zich niets meer. Hij werd er in het dodenhuisje opgebaard om 's anderendaags begraven te worden. Onder de Engelse bevolking werd een oproep gedaan om jonge meisjes aan te zetten in de hospitalen te gaan helpen. Het was een van die meisjes die bemerkte dat Emiel zijn vinger bewoog. Hij werd zo snel mogelijk gehospitaliseerd. In één jaar tijd werd hij 13 maal geopereerd en uiteindelijk kwam hij er weer bovenop. Eenmaal terug genezen was zijn enige wens: het nursje vinden dat zijn leven had gered. Maar hij vernam dat ze op dat moment 'engaged' was met een marineofficier. Deze laatste werd evenwel met zijn boot getorpedeerd in de Slag van de Dardanellen, zodat het nursje 'free' kwam. Het meisje is op 20 augustus 1918 in Wantage de vrouw van Emiel geworden. Zij heette Winifred Gladys Crawford, geboren te Cambridge, onze tante Wini. Eind 1918 was tante Wini al in Poperinge, waar de zusters van nonkel Emiel, nl. Marie en Rachel, al hun liefde en zorg besteedden aan hun nieuwe schoonzuster. Bijdrage van Roger Bouttecaer, Poperinge in het tijdschrift van Heemkring Aan de Schreve - December 2004
Gerelateerde links