Boezinges kleinste monument
(Artikel overgenomen uit De Boezingenaar, nov. 2007, jg. 34, nr. 6, p. 138-142.)

Wie tegenover Boezingenaars gewag maakt van het "monument(je)" dat hierna besproken wordt, krijgt meestal een niet-begrijpende blik, en de reactie "Mij onbekend". Een blik van herkenning komt hoogstens van enkelen die ervaring hebben met zoektochten. En dat zegt het al : het is zo klein, dat het eigenlijk gezocht moet worden.



Ravestraat

Het gaat om een klein betonnen kruisje aan een boom op de zuidelijke (linkse) perceelgrens van de boerderij van Marc en Annie Stubbe - Fonteyne, nr. 17 in de Ravestraat (de straat die even ten noorden van Boezinge-Dorp richting Zuidschote-Dorp loopt). We zijn altijd al geïntrigeerd geweest door de aanwezigheid ervan, ook al omdat afgezien van de naam die erop staat, nergens enige uitleg te bespeuren is. En zoals zal blijken : ook moeilijk te achterhalen is ! Op het kruisje van ongeveer 40 cm staat:
 
R.I.P.
Germain Allo
1914
18

Meer niet. We hebben wel van meet af aan vermoed dat het in verband kon gebracht worden met de Franse begraafplaats die er tot in de jaren 1920 geweest was, juist naast de boerderij Stubbe (kant van Boezinge), en recht tegenover de huidige hoeve Madelstede. Of beter gezegd: er schuin tegenover. Want na de oorlog werd deze hoeve niet precies op de plaats van de puinen herbouwd, maar juist ernaast (iets meer Boezingewaarts).



Franse begraafplaatsen in de Ieperboog zijn er nauwelijks nog. Iedereen kent in de Zonnebeekseweg wel de begraafplaats St. Charles de Potyze, met meer dan 3400 graven, en achteraan een ossuarium met de resten van meer dan 600. En op de flank van de Kemmelberg is er een ander ossuarium, met de resten van bijna 5300 gesneuvelden. Verder zijn er nog percelen met Franse graven op de burgerlijke begraafplaatsen van o.a. Woesten, Oostvleteren, Westvleteren. En aan de noordkant van de kerk op het kerkhof van Zuidschote zijn er 5 graven van (onbekende) Franse gesneuvelden.

De reden voor dit geringe aantal begraafplaatsen - zeker in vergelijking met de ongeveer 170 Britse begraafplaatsen in de omgeving van Ieper - is dat de talrijke Franse begraafplaatsen in de jaren na de oorlog veelal overgebracht werden naar de concentratiebegraafplaats St. Charles de Potyze, die dateert van de jaren 1920. Een tiental van die naar daar overgebrachte begraafplaatsen (maar er werden er ook naar Notre Dame de Lorette in Frankrijk overgebracht) lagen op Boezings-Zuidschoots grondgebied.

Ferme des Paratonnerres

En één ervan was de Franse begraafplaats bij Ferme des Paratonnerres, de huidige boerderij Madelstede. (Een opvallend kenmerk van deze vooroorlogse boerderij was blijkbaar de aanwezigheid van bliksemafleiders, vandaar de naam).

Veel weten we niet van deze begraafplaats. Maar er is wel een foto ! Er zouden 113 Franse soldaten begraven geweest zijn, en ook 13 Britten. (Die laatsten werden in de jaren 1920 overgebracht naar New Irish Farm Cemetery, die grote begraafplaats aan de noordzijde van de Ieperse Noorderring, ter hoogte van (ex-)Flanders Language Valley.) Wat er gebeurd is met de Franse graven van de begraafplaats Ferme des Paratonnerres, is niet bekend. Bepaalde Franse begraafplaatsen in Boezinge zijn overgebracht naar St. Charles de Potijze, andere naar Notre Dame de Lorette (Frankrijk), maar naar waar die van Ferme des Paratonnerres gegaan zijn, is ons niet bekend.



Wat is er gebeurd met de resten van de man wiens herdenkingskruisje aan Boerderij Stubbe hangt ? Britse gesneuvelden in het Ieperse (en ook elders) zijn allen gebleven op de begraafplaats waar ze na hun dood begraven werden. (Al zijn er nadien veel van die honderden begraafplaatsjes overgebracht naar andere grotere begraafplaatsen (ong. 170 nu) in het Ieperse.) Resten van gesneuvelden laten overbrengen naar Groot-Brittannië, repatriëren dus, was principieel niet toegelaten, om diverse redenen. Bij de Fransen was het echter wél mogelijk de resten te repatriëren. (Ook voor Belgische gesneuvelden was het mogelijk ze over te brengen naar de begraafplaats van stad of dorp waar de soldaten van afkomstig waren.) En van die mogelijkheid om te repatriëren naar Frankrijk werd wel degelijk en heel vaak gebruik gemaakt.

Ontgraven, in het bijzijn van pastoor Vanneste en de veldwachter

Hoe het eraan toeging op Ferme des Paratonnerres weten we van Piet Vandenberghe (Diksmuidseweg 310).


 
"Zowat 20 jaar terug, zo vertelde hij ons, op een prachtige zondagnamiddag, maakten we een fietstocht langs de vaart richting Steenstrate. Aan het sas werden we aangesproken door Fransen die op zoek waren naar de Ferme Paratonnerres. Gezien ik geboren en getogen ben op die hoeve, kon ik die onmiddellijk tonen.

Het waren familieleden van een gesneuvelde soldaat van de Eerste Wereldoorlog (niet die Germain Allo) die tijdens de oorlog begraven werd dicht achter het 'front' in een voorlopige begraafplaats, later ontgraven en overgebracht per trein en geborgen in een valies naar een begraafplaats in de omgeving van Parijs. De voorlopige begraafplaats bevond zich tot in de jaren 1920 recht tegenover de ruïne van de verwoeste hoeve.

Het verhaal dat die mensen brachten was precies wat mijn vader meermaals vertelde. De Fransen hadden de gewoonte de gesneuvelde soldaten te repatriëren naar het vaderland. Een aantal werden op verzamelbegraafplaatsen gebracht, maar enkelen bleven om welke redenen dan ook niet onmiddellijk overgebracht naar het thuisfront. Pastoor Vanneste verzamelde zoveel mogelijk gegevens, stelde een inventaris op en werd officieel aangesteld door de overheid.

Familieleden die door de gebrekkige repatriëring niet konden afwachten kwamen zelf op zoek in de frontstreek. Al vlug kwamen ze in contact met Pastoor Vanneste die zijn inventaris kon raadplegen van geïdenticifeerde gesneuvelde soldaten, maar ook informatie en beschrijving van niet-geïdentificeerde soldaten. Na een positief resultaat kon Pastoor Vanneste toelating geven om het lichaam te ontgraven, in het bijzijn van de veldwachter.

Het overbrengen van de geïdentificeerde lichamen gebeurde in allerlei recipiënten met de trein, auto of andere voertuigen. En dat gebeurde, aldus mijn vader, verschillende keren. Hun coördinaten van die soldaat en de familie is niet meer in mijn bezit, maar werd destijds overgemaakt aan het archief van Pastoor Vanneste. Later is de familie teruggekomen met een grotere delegatie.

Wat het kruisje "Germain Allo" betreft, ik heb het altijd daar geweten, en het zal er al van lang van voor mijn tijd geweest zijn. Al was het niet op precies die plaats, wel aan een boom bij een nu verdwenen poel. Ik neem aan dat het komt van een van de graven die er waren op die begraafplaats, al dan niet gerepatrieerd of naar elders overgebracht."

Tot daar Piet Vandenberghe. Aan dat laatste kunnen wij inderdaad alleen enkele vraagtekens toevoegen. Het betonnen kruisje lijkt ons niet echt een grafkruisje. Die waren destijds van hout, en vertoonden ook eenheid en datum van overlijden. Was het er een dat door medesoldaten gemaakt werd ? Het beton blijft echter ongewoon. Of een kruisje dat toch na de oorlog daar gezet of gehangen werd door een familielid die naar het graf kwam, al dan niet om de resten te repatriëren ? We zullen het nooit met zekerheid weten. En misschien is het maar goed dat Boezinges "kleinste monument" het "grootste mysterie" blijft …

Louis of Alphonse Allo?

Maar wie was dan die Germain Allo ? Helaas, daarop moeten we het antwoord schuldig blijven. Want hier klopt iets niet. In een gegevensbank met Franse gesneuvelden op het internet (Mémoire des Hommes) treffen we in totaal 24 maal de familienaam Allo aan. Helaas, niemand van hen blijkt als voornaam Germain te hebben. Toch even kijken of onze Germain er misschien toch onder zou kunnen zitten, onder een andere naam misschien. 22 ervan kunnen we al meteen elimineren: ze zijn te ver hier vandaan gesneuveld (ook in Frankrijk). Twee van de 24 kregen wel onze speciale aandacht:

Zo is er Louis Marie ALLO, 74e Régiment Territoriale d'Infanterie, mort le 22 Avril 1915 à Boesinghe. De dag van de gasaanval dus. Daarvan kunnen we alleen zeggen dat, toen de Duitsers het chloorgas losten, die eenheid tussen Kortekeer en Wijdendrift lag (dus op de weg Bikschote - Langemark), en daar zeer zware verliezen leed. Onder hen dus Louis Allo. Hij lijkt ons iets te ver gesneuveld van de Ferme des Paratonnerres om in aanmerking te komen voor de Allo op het kruisje in de Ravestraat. Wijdendrift - Kortekeer is inderdaad een eindje hiervandaan. Al kan hij natuurlijk ook gesneuveld zijn dichter bij de vaart van Boezinge, op de vlucht voor het gas, of bij de Franse pogingen om de Duitsers aan de overkant (oostkant) van de vaart te houden. Toch opteren wij voor een andere Allo.

Alphonse Felix ALLO, 418e Régiment d'Infanterie, geboren in Essonnes (Dépt. Seine et Oise, nabij Parijs) op 2 juni 1892, gesneuveld (tué à l'ennemi) op 27 april 1915. Die datum is 5 dagen na de Duitse gasaanval, maar het is vooral de plaats van zijn dood die interessant bleek : Lizerne (Belgique). Al moeten we er volledigheidshalve bij zeggen dat aanvankelijk geschreven stond: Parc (?) Fonteny. Maar dat werd geschrapt en gecorrigeerd in : Lizerne (Belgique), in een ander handschrift (waarschijnlijk pas in 1920).

Wat gebeurde er die dag nabij Lizerne? Op 22 april 1915 waren de Duitsers dus westwaarts opgerukt door gebruik te maken van chloorgas, tot aan Steenstrate en het kanaal. Op 24 april staken ze de vaart nabij Steenstrate over en veroverden Lizerne. Nieuwe Franse troepen kwamen te hulp, o.a. het 418e R.I. (onder hen Alphonse Allo), voor een groot deel "bleus", onervaren soldaten. Ze vielen Lizerne aan vanaf het oosten van Zuidschote. Het werd een zware chaos voor hen, en in de gevechten waren de Franse verliezen zeer groot. 's Anderendaags, 25 april 1915, konden de geallieerde troepen zich reorganiseren. De dag erop, 26 april 1915, om 15 u. viel het 418e Regiment weer aan. Lizerne werd omsingeld om 16 u. Kort daarop werden de Duitsers oostwaarts teruggedreven tot over de vaart. Vanaf die bloedige dag zou de vaart voor 2 jaar en 3 maanden (tot 31 juli 1917, begin van de Derde Slag om Ieper) een onoverkomelijke scheidingslijn zijn.

Alphonse Allo sneuvelde echter niet op 26 maar op 27 april. Niet echt een groot probleem, want aan Steenstrate-Brug werd er uiteraard nog gevochten en geschoten toen de Duitsers al over de vaart gedrongen waren. Of hebben we te maken met een foutje, en stierf hij toch op 26 april, in de gevechten om Lizerne ?

Het is heel goed mogelijk dat zijn stoffelijk overschot van Lizerne overgebracht werd naar Ferme des Paratonnerres. (Een afstand van 1 km, meer of minder, naargelang van de precieze plaats waar hij sneuvelde : ten westen of ten oosten van Lizerne.) En tenslotte is het ook niet uitgesloten dat hij, toen hij neergeschoten was, niet direct overleed, maar eerst gewond naar een verbandpost nabij de Ferme des Paratonnerres gebracht werd, en daar later (de volgende dag) aan zijn verwondingen bezweek.



Maar: Germain?

Terecht kan men zich echter afvragen: maar die heette toch Alphonse Felix Allo? En het kruisje is toch op naam van Germain Allo? Juist, en dat is een probleem. Zou het om nog een andere Allo gaan, die dan door een fout niet opgenomen is in de database met Franse gesneuvelden? Eerder onwaarschijnlijk, maar niet helemaal uit te sluiten. Ergens moet echter heel zeker toch rekening gehouden worden met de mogelijkheid dat Alphonse Felix en Germain dezelfde persoon zijn. Het komt wel meer voor dat de roepnaam van een soldaat anders was dan zijn voornaam (voornamen). Was dat ook hier het geval?

Dit aannemen lijkt wel de strohalm om het plaatje toch maar te doen kloppen, maar "intuïtief" lijkt het ons toch aanvaardbaar. Waarschijnlijk zal de vraag of Germain Allo al dan niet dezelfde is als Alphonse Felix Allo onopgelost blijven.

En er is trouwens nog een ander "mysterie", zo wist bewoonster Annie Stubbe ons te vertellen. Het kruisje hangt nu al voor zover ze zich herinnert, aan de derde boom. De twee voorgangers stierven af. En ook deze derde heeft het begeven ... Voor wie bijgelovig is, dat kan tellen …

Aurel Sercu