Eindresultaten van de opgravingen ter voorbereiding van de uitbreiding van golfclub De Palingbeek
07 November 2026 - Hollebeke - Bron: Monument Vandekerckhove
Midden oktober 2026 werd de laatste van 3 opgravingscampagnes ter voorbereiding van de uitbreiding afgerond. Daarmee komt hier een einde aan 1,5 jaar archeologisch onderzoek naar de sporen van de Eerste Wereldoorlog. Naast een groot aantal sporen uit Wereldoorlog 1 werden ook de lichamen van minstens 141 gesneuvelde soldaten geborgen. De opgravingen werden uitgevoerd door archeologen van Monument-Vandekerckhove NV, bijgestaan door gespecialiseerde teams van de Commonwealth War Graves Commission, de Franse overheid en de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge. Op woensdag 11 november 2026 stellen zij hun resultaten voor onder de vorm van een expo en een lezing.
 
Naar aanleiding van de uitbreiding van Golf- en Countryclub De Palingbeek startte in 2022 een archeologisch traject. Na een bureaustudie en proefsleuvenonderzoek volgden in 2025 de eerste opgravingen. Een eerste campagne, in april 2025 onder impuls van de Commonwealth War Graves Commission (CWGC), richtte zich op plaatsen waar tijdens het proefsleuvenonderzoek menselijke resten waren aangetroffen. Daarbij werden 29 Duitse en 4 Franse soldaten geborgen, inmiddels herbegraven in Langemark en Ieper. Helaas kon niemand worden geïdentificeerd.
Een tweede campagne volgde in het najaar van 2025 en het voorjaar van 2026. Het werd een van de grootste archeologische onderzoeken ooit naar de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog. Golfclub De Palingbeek bekostigde deze campagne volledig en bood het team alle mogelijke praktische ondersteuning.

Archeoloog Bert Heyvaert van Monument-Vandekerckhove coördineerde een internationaal team van 20 archeologen. Omdat het verwachte aantal gesneuvelde soldaten een uitzonderlijke uitdaging vormde, bracht de CWGC ook een ploeg specialisten samen. Het eigen antropologische team onder leiding van dr. Stephan Naji, gespecialiseerd in menselijke resten uit beide wereldoorlogen, kreeg versterking van experts van de Franse overheid, de Duitse Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge en de universiteit Aix-Marseille.

In totaal onderzochten de archeologen 2,1 hectare slagveld met meer dan 2.000 oorlogssporen. Die omvang bood de uitzonderlijke kans om een doorsnede van het front te onderzoeken, met loopgraven, schuilplaatsen en andere sporen in zowel de geallieerde als de Duitse stellingen. Duizenden vondsten kwamen aan het licht: van uitrustingsstukken, werktuigen en wapens tot flessen en conservenblikken.

Een tijdscapsule onder de grond

Een onverwachte ontdekking waren de ondergrondse Duitse tunnels. Omdat hun dak slechts enkele meters diep lag, konden de archeologen ze van bovenaf vrijmaken. Eén tunnel werd volledig onderzocht. De toegangsschacht lag 30 meter voor de Duitse linie en was alleen bereikbaar via een smalle loopgraaf in het niemandsland. De tunnel zelf was 30 meter lang en eindigde op 55 meter van de Britse linie.



Binnenin troffen de archeologen een ware tijdscapsule aan. Op de goed bewaarde houten planken stond nog graffiti van de tunnelbouwers. Vooraan bevond zich een grote houten bak op lange glijijzers, ter plaatse in elkaar getimmerd en uitzonderlijk goed bewaard. Hiermee werd uitgegraven grond naar de uitgang vervoerd. Een deel van de tunnel werd geborgen en zal worden heropgebouwd in het In Flanders Fields Museum.

Een uitzonderlijk bewaarde Franse loopgraaf

Een andere markante ontdekking was een goed bewaarde Franse loopgraaf uit 1914. De Franse 32ste infanteriedivisie leverde hier in het najaar van 1914 hevige gevechten. Nadat de Fransen begin december uit hun stellingen aan de Eekhofstraat waren verdreven, kwam deze loopgraaf in de eerste linie te liggen. Begin januari 1915 nam de Britse 28ste divisie de stellingen over.

Goed bewaarde Franse sporen zijn zeldzaam in de Ieperboog. De Franse aanwezigheid eindigde er grotendeels in april 1915 en veel stellingen werden later overbouwd. Dat hier bijna 184 meter ononderbroken Franse loopgraaf kon worden onderzocht, is dan ook uniek. Het Franse verhaal komt daardoor even prominent naar voren als het Duitse en het Britse.

De bewaring van de loopgraaf hangt samen met noodlottige gebeurtenissen in februari 1915. Op 14 februari verdreef een Duitse verrassingsaanval de Britten uit een deel van de voormalige Franse loopgraven. Een tegenaanval kostte veel slachtoffers, maar leverde het verloren terrein niet opnieuw op. De Britten trokken zich terug op beter verdedigbare stellingen. Ook de Duitsers namen de loopgraaf niet in gebruik, waardoor die de rest van de oorlog in niemandsland bleef liggen.

De talrijke Franse vondsten bieden een bijzondere inkijk in het leven aan het winterfront bij Ieper in 1914–1915. Tegelijk legde het onderzoek de menselijke tol van de oorlog bloot. Tijdens de tweede campagne werden de resten van minstens 83 soldaten teruggevonden, grotendeels in en rond deze loopgraaf. Sommige lichamen waren op de bodem of in de zijkant begraven. Elders lagen concentraties menselijke resten zonder anatomisch verband. Waarschijnlijk hadden bombardementen ondiepe graven en achtergebleven lichamen verstoord. Het lijkt vooral te gaan om Franse soldaten die in december 1914 of begin januari 1915 sneuvelden, maar ook om Britten die in februari 1915 omkwamen.

Historische luchtfoto’s toonden dat de loopgraaf doorliep tussen twee opgravingszones. Omdat daar voor het golfterrein geen uitgravingen gepland waren, viel dit gebied buiten het opgravingsadvies. Om ook de achtergebleven soldaten een respectvolle laatste rustplaats te geven, financierde de Franse ambassade twee weken bijkomend onderzoek.

Deze derde campagne vond plaats in oktober 2026. Ondanks de lopende aanleg van het golfterrein kreeg het initiatief de volle steun van de golfclub, de aannemer en het Agentschap Onroerend Erfgoed. De archeologen van Monument-Vandekerckhove werkten samen met specialisten onder leiding van dr. Marine Meucci van de Franse ONAC-VG. Ze borgen nog eens 22 lichamen van Franse soldaten en deden tal van waardevolle archeologische vondsten.

Topvondsten

Onder de meer dan 2.000 vondsten springen enkele stukken in het oog. Een Britse klaroen uit een loopgraaf van begin 1915 werd al aan de pers voorgesteld.


Ook een goed bewaarde Franse officierssabel behoort tot de opvallendste ontdekkingen. Beide illustreren hoe traditionele elementen in 1914 nog aanwezig waren aan het front, terwijl machinegeweren en artillerie de oorlogvoering bepaalden.



Een dikke bundel Britse documenten of kaarten zal door een professionele conservator voorzichtig worden geopend. Daarnaast bleven kledingstukken, waaronder een Britse kepi, opmerkelijk goed bewaard, net als houwelen en schoppen met intacte houten stelen en enkele wapens, waaronder een Frans Lebel-geweer.

De topvondsten worden behandeld om verdere aantasting te voorkomen. Een aantal zal een plaats krijgen in het In Flanders Fields Museum. Ondertussen worden de onderzoeksresultaten uitgewerkt in een uitgebreid verslag.

Het Belgische munitieopsporingsbedrijf 'AMMO' begeleidde de archeologen dagelijks bij de graafwerken, gezien de bekende munitieproblematiek in de streek. Tijdens de werkzaamheden werden maar liefst 720 munitievondsten geregistreerd. Het ging voornamelijk om geschutmunitie (obussen), mortiergranaten, hand- en geweergranaten en diverse ontstekingsmechanismen, afkomstig uit Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, België en zelfs Rusland.

Ontdek de vondsten op 11 november 2026

Op woensdag 11 november 2026 is een selectie van de vondsten gratis te bezichtigen in het clubhuis van Golfclub De Palingbeek (Eekhofstraat 14, 8902 Heuvelland), van 14 tot 16.15 uur. Om 15 uur licht archeoloog Bert Heyvaert (Monument-Vandekerckhove NV) de onderzoeksresultaten toe tijdens een lezing. Het aantal plaatsen is beperkt. Reserveren voor de lezing is noodzakelijk via: archeologie@monument.be