Herdenking voor de vluchtelingen - Westouter - 17/04/2018
Het gemeentebestuur, de Elfnovembergroep en de basisschool Westouter nodigden iedereen uit op de herdenking van de vluchtelingen uit de Eerste Wereldoorlog op dinsdag 17 april 2018. Deze herdenking vond plaats in de Gedachtenistuin in de Hellegatstraat.

In april 1918 waren er heel wat vluchtelingen te gast in Westouter. Omwille van het Duitse Lenteoffensief moesten ze in april 1918 hals over kop voor een tweede mail op de vlucht.

DSC_0394

De Gedachtenistuin is een initiatief van de 11-Novembergroep.

DSC_0395

DSC_0396

Heel wat verhalen van vluchtelingen staan er op de wand.

DSC_0397

DSC_0398

DSC_0399

DSC_0400

Schitterend lenteweer voor de herdenking.

DSC_0401

Verwelkoming door burgemeester Marc Lewyllie.

DSC_0403

Hieronder de tekst van zijn toespraak:

"Je souhaite la bienvenue à nos voisins français de Boeschepe, Saint-Jans-Cappel et Bailleul, Mr. le Maire, adjoints, conseiller délégué.
Geachte schepenen, gemeente-, OCMW-raadsleden en ere- mandatarissen.
Leden van verschillende verenigingen, Heuvelland Verbeeldt, VVV, Cultuurraad en 11-novembergroep.
Personeelsleden van de gemeente Heuvelland en bewoners van Westouter.
Maar vooral ook de leerlingen en leerkrachten van de VBS van Westouter

Welkom in deze prachtige gedachtenistuin voor de herdenking van de vluchtelingen. Geen beter plaats om dit te doen dan Westouter waar tot 3000 vluchtelingen kwamen.
 
Quand j’étais petit, j'ai entendu à plusieurs reprises de mes grands-parents qui ont dû fuir avec leurs parents les noms de Westouter, Mont noir, La Clytte, Reningelst, Saint-Jans-Cappel et Bailleul au début de leur voyage après ils sont allés au sud à Toulouse, Rouen, Paris, Beauvais, Nantes......
 
De familie Hessel van mijn moeders vader ging naar Baillieul. De familie Aelbroucq van mijn moeders moeder trokken naar Westouter, dan de Zwarteberg bij de familie Beck,  St-Jans-Cappel, en daarna naar de pastorij van Bon Repos-Riquet nabij Toulouse. Bij hun terugkeer in 1920 verbleven ze nog wat in La Flèche, omgeving Parijs.

De familie Lewyllie van grootvader Alfons vluchtte naar Reningelst, daar overleden in 1915 zowel vader als moeder.  Alle broers en zuster vertrokken later naar de streek van Rouen. De familie Maes van mijn vader moeder gingen via de Kronaard, Vierstraat naar De Klijte. Nadien zijn  de kinderen in een School kolonie geraakt (waar?). Vader werkte in een instituut in Beauvais waar hij hovenier was en moeder ging “dienen” in Nantes. Later kwamen ze allen samen in Rouen.
 
Het vluchtelingenprobleem blijft actueel, als we vernemen dat het aantal op dit moment richting 60 miljoen gaat is dit onvoorstelbaar.
 
Ik ben blij u hier allen te mogen begroeten, ik geef nu het woord aan Mevr. Marieke Demeester van de Elfnovembergroep."

DSC_0404

DSC_0405

DSC_0407

Woordje toelichting voor Marieke Demeester namens de 11-Novembergroep.

DSC_0410

Hieronder ook de tekst van haar toespraak:

"Beste mensen,
We zijn vandaag samengekomen in de Gedachtenistuin om niet te vergeten wat hier  gebeurd is in april 1918. Namens de Elfnovembergroep heet ik u van harte welkom.
Bedankt om hier bij ons te zijn.
Chers amis francophones,
Au nom du Groupe du Onze Novembre, je vous souhaite la bienvenue. Merci de participer à cette commémoration.

Vanaf oktober 1914 kwamen in Westouter hele groepen vluchtelingen aan, uit de omgeving maar ook van verder, en deze stroom werd altijd maar groter. Elke dag schreef de veldwachter de namen van de nieuwkomers op in zijn schrift, bladzijde na bladzijde. Schuren, zolders, tenten, barakken, alles zat vol. Sommige vluchtelingen vertrokken na een tijd, de meesten verder Frankrijk in. Maar een grote groep mensen vond in Westouter toch min of meer een “nieuwe thuis”. Ze waren  hier redelijk veilig en ze konden overleven omdat ze werk vonden bij het Engels leger. De mannen in de grote zagerij bijvoorbeeld aan Loker Hoekjes, de vrouwen wasten, streken en herstelden soldatenkleren of hielden een winkeltje.

Maar in april 1918 veranderde alles. De Duitsers wilden de Kemmelberg in handen krijgen en daarbij zouden veel slachtoffers vallen, ook burgers. Met de dood in het hart sloegen de mensen op de vlucht. De Westouternaars, die hier altijd gewoond hadden, en de vluchtelingen, die nu een tweede keer moesten vluchten. 

Georges Decrock was in april 1918 een jongen van negen. Zijn ouders waren eind oktober 1914 met hun vier kinderen van Wulvergem naar Westouter gevlucht. Toen Georges al in de tachtig was, vertelde hij over hun tweede vlucht uit Westouter in april 1918. 

Op een dag in april van 18 werden de burgers van Westouter verwittigd dat ze moesten vluchten omdat het dorp beschoten zou worden. De dag voor de beschieting vluchtten we voor de tweede keer. Nu naar Frankrijk. We laadden op de kar het noodzakelijkste om alleen te kunnen wonen, beddengoed, de stoof, stoelen, potten en pannen en ook de geit. Vader bracht ons bij zijn nicht in Watou. ‘s Anderendaags keerde vader naar Westouter terug om zijn wagen vol te laden met waren, maar er begonnen obussen te vallen op Westouter. De ouders van mijn vader en zijn vier zusters waren ook uit Wijtschate gevlucht naar Westouter en ze woonden daar nog in de Bergstraat. Vader reed direct naar hen toe en in zeven haasten werd het noodzakelijkste opgeladen, ook een naaimachine. Vaders zusters waren naaisters en zonder naaimachine ging dat niet.
Er vielen steeds meer bommen en er waren veel mensen op straat, die vluchtten. De meesten waren te voet, geladen met pakken en zakken. Op de Neerplaats zag vader een vrouw samen met haar kind dood op straat liggen. Er was een bom op hun wagen gevallen. De man, een zekere Vandenberghe, een kennis van vader, was niet geraakt. Vandaar begon vader in galop te rijden. Toen hij rechts keek in de richting van de meersen, zag hij dat de grond rookte van de bommen die vielen en die een hels lawaai maakten. 

We kunnen de vlucht van al die mensen in april 1918 nergens beter herdenken dan hier in de Gedachtenistuin in Westouter. Deze rustige, mooie plek is aangelegd om niet te vergeten dat velen onder ons kleinkinderen of achterkleinkinderen zijn van vluchtelingen en tegelijk dat er ook op vandaag miljoenen mensen overal in de wereld op de vlucht zijn voor oorlogsgeweld. 

Naast de bordjes met vluchtroutes op de palenwand werd een nieuw bord geplaatst, waarop de namen staan van de plaatsen waar de vluchtelingen vandaan kwamen, die in Westouter werden opgevangen tussen oktober 1914 en april 1918. Het waren er bijna drieduizend. De kinderen van de basisschool in Westouter zullen het bord  onthullen. En daar zijn we blij om. Het is belangrijk dat de jongeren niet vergeten wat hier gebeurd is. Het kan hen helpen om begrip op te brengen voor de miljoenen vluchtelingen, die ook vandaag over heel de wereld op zoek zijn naar een beetje geborgenheid en een toekomst. 

De kinderen lazen enkele verhalen over vluchten en over de oorlog hier en ze zullen nu tonen hoe zij dat verwerkt hebben. Daarna zullen ze het herdenkingsbord onthullen. Het bord is nu nog bedekt met een deken. Een deken zoals ook veel vluchtelingen van vandaag meedragen. Een deken dat een beetje warmte en een beetje hoop geeft. En voor ons ook een symbool voor de hulpvaardigheid van de mensen van Westouter en Reningelst en elders, die in 14-18 vluchtelingen gastvrijheid gegeven hebben."

DSC_0411

Daarna swas het de beurt aan de leerlingen van de Basisschool Westouter om het verhaal van enkele vluchtelingen te vertellen en uit te beelden.

DSC_0412

DSC_0414

DSC_0415

DSC_0416

DSC_0418

DSC_0419

DSC_0420

DSC_0421

DSC_0422

DSC_0423

DSC_0424

Er werd afgesloten met een lied.

DSC_0426

DSC_0427

DSC_0428

DSC_0429

Daarna werd een nieuw infobord onthuld.

DSC_0431

DSC_0432

DSC_0433

DSC_0434

DSC_0435

Op het bord verneem je dat er bijna 3.000 vluchtelingen waren in Westouter in april 1918. Per dorp van afkomst staat het aantal vermeld.

DSC_0436

DSC_0437
  Pagina aangemaakt door Westhoek.be / WO1.be - Greatwar.be.