Unieke collectie liefdesbrieven uit WO1 voor Talbot House
12 oktober 2019 - Poperinge - Bron: Talbot House
Op zaterdag 12 oktober 2019, omstreeks 17u, vindt in Talbot House de plechtige overhandiging plaats van een waardevolle collectie liefdesbrieven uit W.O. I.

Vondst

In april 1990 vond Arthur Stockwin,  Professor Emeritus aan de universiteit van Oxford, bij het opruimen van zijn ouderlijk huis in een kist een kartonnen doos vol brieven van zijn moeder, Edith Ainscow, gericht aan een jonge officier tijdens Wereldoorlog I, met de naam Geoffrey Boothby. De brieven vertellen het ontroerende verhaal van een liefdesaffaire die door de oorlog abrupt afgesneden werd.

Een onbereikbare droom

Toen Boothby in 1915 bij de Royal Engineers ingelijfd werd, was hij pas 20. Hij leerde in die periode Edith Ainscow kennen, de 17-jarige zus van zijn vriend. Ze hadden slechts vier halve dagen in elkaars gezelschap doorgebracht toen hij naar het front bij Ieper werd gestuurd. Gedurende 18 maanden volgde een intense briefwisseling die steeds persoonlijker werd.  Geoffrey en Edith werden smoorverliefd. Toen Geoffrey een paar keer met verlof kwam, zaten de omstandigheden niet mee en konden ze elkaar niet zien. Het leek uiteindelijk toch te zullen lukken in mei 1916. Toen schreef Edith: “Ik kan nog niet echt geloven dat je komt, maar ik hoop en hoop en hoop. Wees alsjeblieft nog een week voorzichtig.” Geoffrey antwoordde niet meer… Hij was op 28 april 1916 tijdens een ondergrondse actie op Bellewaarde Ridge gesneuveld. Hij ligt daar nog steeds. Samen met 11 andere manschappen van de 177ste Tunnelling Company wordt hij herdacht op het Britse gedenkteken R.E. Grave, Railway Wood.

Talbot House Poperinge

Wie de loopgraven of tunnels in de Ieperboog  bemande, kwam in Poperinge geregeld wat vertier opzoeken. Dat was ook het geval met Boothby. Zo woonde hij er begin november 1915 een pierrot show bij van ‘The Fancies’, de variétégroep verbonden aan de 6de divisie, die nauwe banden onderhield met Tubby Clayton, de stichter van Talbot House. Clayton was bij dezelfde divisie actief als aalmoezenier. Al is er geen bewijs op papier, het is zeker niet ondenkbaar dat Boothby in de daaropvolgende maanden de soldatenclub heeft bezocht. Dat was in elk geval zo voor zijn vriend en collega-officier 2nd Lt. H.W. Wilson van de 177ste Tunnelling Company. Die bracht op 20 maart 1916 de nacht door in Talbot House en liet zijn naam achter in het Visitors Book. Dit heeft er mee toe geleid dat Stockwin besloot de brievencollectie aan Talbot House te schenken.

Verrekijker

Toen Stockwin in april 2016, 100 jaar na de dood van Boothby, een plechtigheid aan het monument bij Railway Wood bijwoonde, ontmoette hij frontgids Simon Louagie, die het verhaal van Geoffrey en Edith veelvuldig aan groepen toeristen vertelt. Kort daarna werden Stockwin en Louagie gecontacteerd door de Duitse academicus, Dr. Ralf Winterberg met het nieuws dat hij van zijn grootvader, een veteraan die tijdens W.O. I in Ieper actief was, een Duitse verrekijker had geërfd waarin de naam ‘G. Boothby’ gegraveerd stond.  De inscriptie, zo bleek na zorgvuldig onderzoek,  kwam heel goed overeen met het geschrift van Geoffrey Boothby, voor Stockwin reden genoeg om aan te nemen dat Geoffrey ooit in het bezit was geweest van de verrekijker. Hoe een Duitse verrekijker eerst in handen van een Brits officier kwam en daarna in de nalatenschap van een Duitse soldaat, is een vraag die wellicht voor altijd onbeantwoord zal blijven.

In elk geval komen brieven en verrekijker nu voor het eerst sedert 1916 weer samen in Talbot House. Beide worden blikvangers in de grote nieuwe permanente tentoonstelling die in januari 2020 in de Concert Hall van Talbot House wordt geopend.
 
Hierbij een foto van de overhandiging:



Foto: Simon Louagie