De Slag aan de IJzer - 23 oktober 1914
Na zes dagen strijd werd op 23 oktober de laatste brug - die van Schoorbakke - opgeblazen omdat Duitse machinegeweren elk gebruik ervan onmogelijk maakten. Toen besloten de Fransen de lang beloofde 42ste Divisie (16de Corps) o.l.v. generaal Grossetti toch maar naar het centrum van de IJzerlinie te sturen. De plaatsen Tervate, Stuivekenskerke en de kasteelhoeve Vicogne werden tegen de middag door de fel vechtende Duitsers op het wijkende Belgische leger veroverd.

De Belgen trokken zich geleidelijk terug achter een nieuwe linie die gevormd werd door de Noordvaart, Beverdijk, Reigersvliet en Oud-Stuivekenskerke. Omdat de Duitsers al twee divisies (de 6de en 44ste) over de IJzer gebracht hadden, dacht onze legerleiding er ernstig aan weerstand te bieden vanaf het nog meer westelijk gelegen kanaal van Lo (Lovaart).

Opnieuw lag Diksmuide onder zwaar kanonvuur en twee nachtelijke verrassingsaanvallen konden door man-tegen-man-gevechten afgeslagen worden. Rondom Sint-Joris werd het 7de Linieregiment al vijf dagen met granaten van 210 mm en met machinegeweren beschoten. Het kon er maar moeilijk stand houden en werd door het 14de Linie afgelost. Daarentegenwerd de situatie in Nieuwpoort gunstiger. Franse soldaten slaagden erin wat op te dringen in de richting van Westende. Talrijke Duitse krijgsgevangenen en twee machinegeweren waren de buit van die operatie.

Alle Belgische divisies waren zwaar op de proef gesteld en hadden ernstige verliezen geleden. Zo telde het Eerste Bataljon van het Tweede Karabiniers nog slechts 6 officieren en 326 manschappen. Tijdens de nacht werd gepoogd om met allerlei uiteengeslagen compagnieën nieuwe reserves op te bouwen.

Met dank aan :
 
  • Jacques Bauwens - tekst
  • Dirk Debacker - "Die Nobele Rose”